Huis: Boommarkt
Huur: € 810
Oppervlakte: 70 m²
Aantal bewoners: 5
Je woont op een lage tussenverdieping. Stoot je vaak je hoofd?
‘Nee, ik weet precies waar de balken zitten en kan blind door het huis lopen. Historisch gezien hoorde dit bij een kamer op de begane grond met een erg hoog plafond. Later is er een verdieping tussen gebouwd. Het zijn dus eigenlijk twee halve verdiepingen. Mensen die hier voor het eerst komen stoten wél hun hoofd tegen de lage balken.’
Heb je geen last van je bovenburen?
‘Ik hoor af en toe voetstappen en de waterleiding. Ik weet altijd precies als er iemand gaat douchen of de afwas aan het doen is. Via het dakraam kan ik vanuit mijn bed ook het raam van de wc zien. Vandaar dat er een doek boven mijn bed hangt, anders word ik ’s nachts telkens wakker door het licht op de wc.’
Je bent een jonge student. Krijg je daar reacties op?
‘Als ik nieuwe mensen ontmoet zeggen ze: ‘WAT? BEN JE ZEVENTIEN?’ Dan moet ik altijd weer mijn riedeltje doen: ik heb groep twee overgeslagen en in de brugklas ben ik overgeplaatst naar de tweede klas, omdat ik te snel door de stof heenging. Je kan op de universiteit niet zo snel door de stof. Dat vind ik jammer.’
Doe je daarom twee bachelors?
‘Het is leuk om iets volstrekt anders te doen. Voordat ik besloot Nederlands te gaan doen heb ik getwijfeld over andere studies, waaronder notarieel recht. Als je twee heel verschillende studies doet, zie je overeenkomsten op bepaalde vlakken waar je het niet zou verwachten. We hebben het bijvoorbeeld kort over strafrecht gehad en dan wordt de zaak van Gerard Reve genoemd (de schrijver werd vrijgesproken van godslastering nadat hij had beschreven hoe hij seks had met God die als ezel voor hem verscheen, red.). Dan denk ik: oh, dat heb ik al gehad.’
Speel je allang harp?
‘Toen ik zes jaar was, zag ik er een bij een open dag van de muziekschool staan en dacht: wauw, dat wil ik. Mijn ouders waren er niet erg op gesteld dus ik heb ze een week lang zitten treiteren totdat ik op les mocht.
‘In principe is het niet moeilijk om er geluid uit te krijgen. Je bent niet lang bezig met de techniek om er een juiste toon uit op te wekken. Uiteindelijk komt er meer techniek bij kijken: als je met je vingers onder elkaar door moet of je moet bepaalde ingewikkelde pingeltjes doen. Ik heb geen concertharp, want die kost al snel dertigduizend euro tot een ton. Mijn Keltische harp – met haken bovenin in plaats van pedalen onderop – heb ik na elf jaar huur uiteindelijk overgekocht voor veertienhonderd euro.
‘Ik speel bij Sempre Crescendo en zing ook lage bas in het koor. Mijn harpdocente gaf ook concerten. Met al haar leerlingen waren we met vijftig à honderd harpisten. Je ziet niet vaak dat er zo veel mensen samen harp spelen. We zijn eigenlijk overal, maar een
beetje verstopt.’