Afgelopen maart sprak de faculteitsraad zich kritisch uit over de omgang met zwangerschapsverlof van personeel en de terugkeer naar de werkvloer. Zowel medewerkers als leidinggevenden wisten onvoldoende wat daaromtrent de rechten en plichten waren.
Eerder concludeerde vakbond FNV al dat de Universiteit Leiden onvoldoende werk maakt van het wettelijk recht op kolven tijdens werktijd. Uit een onderzoek met 110 respondenten bleek dat 74 procent geen aangepast takenpakket kreeg bij terugkomst na zwangerschap, waardoor de werktijd toenam. Ook stopte 30 procent eerder dan gewenst met kolven vanwege werkgerelateerde redenen en 20 procent was nauwelijks op de hoogte van hun rechten.
Raadslid Nikki Ikani zei toen dat ‘sommige managers rekening houden met de situatie, maar zij zijn eerder de uitzondering op de regel’.
Nu, een half jaar later, stond het onderwerp weer op de agenda. Wat is er in de tussentijd gebeurd?
Compensatie
‘We gaan ons primair richten op hoe we alle leidinggevenden kunnen bereiken’, zei directeur bedrijfsvoering Niels Laurens. ‘HR en communicatie gaan nadenken over hoe we die groep leidinggevenden bij elkaar kunnen zetten, waar we informatie kunnen delen. Dat is beter dan dat er zoals voorheen een mailtje wordt gestuurd. Ik heb liever een paar keer per jaar een gesprek, zodat we de kamer kunnen rondkijken en zien of iedereen begrijpt dat dit belangrijk is.’
Ook zei hij dat er inmiddels een beleidsstuk is ‘waarin heel duidelijk staat wat we als universiteit moeten doen’. Daar zou ook een handleiding in zijn opgenomen voor leidinggevenden.
Verder moet het administratiesysteem BasInsite gaan bijdragen aan de oplossing. ‘Als iemand meldt zwanger te zijn in het systeem, komt dit signaal binnen bij de leidinggevende. Het is dan aan die persoon om in gesprek te gaan. Datzelfde geldt wanneer ze na zwangerschap terugkomt.’
Raadslid Jolande de Bos wilde weten hoe het met de financiële kant van het verhaal zit. ‘We hebben zaken naar voren gebracht waaruit blijkt dat mensen niet worden gecompenseerd. Sommige vrouwen kennen wel hun rechten, maar weten niet hoe ze er gebruik van kunnen maken omdat er niemand is die hun werk kan overnemen. Daar moeten stappen in worden gezet, zodat leidinggevenden ervoor kunnen zorgen dat er iemand is die kan compenseren voor de persoon die nog vijfentwintig procent van de werktijd besteedt aan kolven of iets dergelijks.’
Leidinggevenden
‘We kijken of we iets kunnen compenseren’, reageerde Laurens. ‘Er zijn misschien middelen beschikbaar waar we een pilot mee kunnen draaien, maar dat moet nog wel met de instituten worden afgestemd.’
‘Bewustzijn is echt het belangrijkste, niet zozeer geld’, vond vice-decaan Maarja Beerkens. ‘Een paar maanden geleden hebben we een gesprek gehad met alle instituutsbesturen en dat was echt een eye-opener. Ik denk dat het voor veel mensen de eerste keer was dat ze dachten: ik moet dit soort dingen echt gaan uitrekenen in uren. Als we dat gaan doen, wordt het al een stuk beter.’
Voor raadslid Densua Mumford was het nog niet concreet genoeg. Zij wilde van het bestuur weten wat er nu daadwerkelijk verandert. ‘Wat gaat een collega merken zodra ze morgen zwanger is? En wat gaat er op de langere termijn veranderen?’
Het antwoord is te vinden in BasInsite, zei Laurens. ‘Dus als een collega zwanger is, dat de leidinggevende daar een notificatie van krijgt in het systeem en weet wat te doen. We moeten de leidinggevenden daarin onderwijzen. Niet alleen door mails te sturen en PowerPointpresentaties te geven, maar ook deze groep bij elkaar krijgen en hen leren wat ze kunnen doen in welk geval. Dat is het verschil met voorheen.’