Schrijver en dichter Ilja Leonard Pfeijffer zit achter zijn laptop en draait een sjekkie. Even later verdwijnt hij in zijn Italiaanse woonkamer achter opstijgende grijze mist. Wie zijn nieuwe essaybundel niet heeft gelezen, denkt wellicht dat hij een zorgeloos leven leidt in de Italiaanse stad Genua, waar hij in 2008 naartoe verhuisde. Maar wie Absolute democratie, kroniek van een aangekondigde afrekening wél heeft gelezen, weet beter.
‘Ik wil de discussie aanzwengelen, in de hoop dat mensen wakker worden en erover beginnen na te denken’, zegt Pfeijffer over de vijftig alarmerende essays die hij schreef voor Vlaamse krant De Morgen. Volgende week bezoekt hij universiteiten en culturele centra in Nederland en Vlaanderen. Woensdag komt hij naar het Leidse stadhuis, waar hij met studenten in discussie gaat over de in verval rakende democratie.
‘Het is één grote clusterfuck’, vat Pfeijffer de problematiek treffend samen tijdens een videogesprek: de klimaatcrisis, groeiende ongelijkheid, oorlog in Europa, machthebbers die spelen met diepgewortelde democratische verworvenheden door de vrije pers aan te vallen, rechters te ondermijnen en de weg vrij te maken voor nepnieuws.
Absolute democratie
‘Het gaat over heel veel dingen tegelijk en het hangt allemaal met elkaar samen. Het was decennialang een vanzelfsprekendheid dat democratie constitutioneel is: dat de bevoegdheden van instanties zijn vastgelegd in de Grondwet, zijn ingebed in een rechtsstaat en met allerlei checks and balances concentratie van de macht moeten voorkomen. Maar dat model wordt de laatste jaren uitgedaagd door een alternatief model waarbij het juist heel ondemocratisch wordt gevonden als de winnaar van de verkiezingen zich belemmerd ziet door regels, wetten en ongekozen rechters.
‘Het idee is nu dat de winnaar van de verkiezingen het democratisch mandaat heeft om te doen wat-ie wil. Daar verwijst de titel van mijn bundel naar: absolute democratie. Trump is daar het meest afschrikwekkende voorbeeld van. Gelukkig begint Europa te begrijpen dat Amerika misschien geen bondgenoot meer is. En misschien zelfs niet eens meer een democratie.’
Hoe gaat het met de democratie in Nederland?
‘Uit recent Ipsos-onderzoek blijkt dat kiezers van allerlei partijen zich zorgen maken om de staat van de democratie, maar om verschillende redenen. Kiezers van traditionele partijen zien hoe de rechtsstaat wordt genegeerd door partijen als de PVV, bijvoorbeeld door de poging een noodwet in te voeren voor het immigratievraagstuk. Kiezers van de PVV en JA21 maken zich zorgen omdat hun wil de hele tijd wordt gefrustreerd door ongekozen rechters en bureaucraten in Brussel. Zij vinden het ondemocratisch dat hun partij wordt belemmerd door de rechtsstaat en regels, ook als ze voorstellen doen die in strijd zijn met de rechtspraak of internationale verdragen. Dat is een fundamenteel andere gedachte over wat democratie is.’
Toch stemmen steeds meer mensen rechtsconservatief. Je zou kunnen zeggen: als het volk het wil, dan moet die rechtsstaat misschien maar op de schop.
‘Maar dan is het tegelijkertijd goed om te waarschuwen voor de gevolgen daarvan. Mijn pleidooi is niet om partijen als de PVV, JA21 en BBB te verbieden. Ik wil alleen zorgen dat mensen snappen dat er een heel andere democratieopvatting achter zit en wat daarvan de gevaren zijn. Vervolgens kunnen ze daar natuurlijk nog steeds op stemmen.’
Uw lezers doen dat doorgaans niet. Hoe gaat u die andere achterbannen bereiken?
‘Het verwijt te preken voor eigen parochie werd me ook gemaakt toen ik mijn historische roman Alkibiades publiceerde, die ook over het verval van de democratie gaat. Men vroeg zich af: wie gaat er nu zo’n boek lezen? Maar je moet ergens beginnen, en ik moet doen wat ik kan. Ik kan boeken schrijven, en daarmee bereik ik per definitie een bepaald soort publiek. Tegelijktijdig moet je niet onderschatten dat ook gelijkgestemden er behoefte aan hebben om zich bevestigd te zien en argumenten aangereikt te krijgen. Vanuit daar wordt de inktvlek hopelijk alleen maar groter.’
U schrijft: ‘We moeten inzetten op een scenario van economische krimp. Een basisinkomen zou een goed begin zijn, in combinatie met een belastingtarief van minstens negentig procent voor extra verdiensten.’ Dat klinkt heel nobel, maar welke politicus gaat dit ooit uitvoeren?
‘Ik ben me ervan bewust dat dit deel van mijn boek het meest controversieel zal zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ik er niet achter sta. Heel veel problemen die we nu hebben zijn veroorzaakt door het neoliberalisme en een ongebreidelde vrije markt. Het is een economisch systeem dat leidt tot almaar toenemende ongelijkheid. Ook de klimaatcrisis komt voort uit dat model van ongeremde groei. Je hoeft niet lang na te denken om tot de conclusie te komen dat dat niet langer goed gaat. Zowel vanwege de totale roofbouw die op de planeet wordt gepleegd, waardoor we die mogelijk onleefbaar maken, als toenemende sociale spanningen vanwege de groeiende ongelijkheid, draait het hele kapitalistische systeem uit op een mislukking. Dan moet je de moed hebben om voorstellen te doen voor verandering.’
Maar partijen als PvdD en Volt, die ook zo’n omslag bepleiten, blijven heel klein. Blijkbaar willen veel kiezers en politici helemaal geen verandering.
‘Daarom is dit soort boeken zo belangrijk. Politici hebben hun ideeën niet uit zichzelf en misschien ook niet de moed om ze te ontwikkelen. Dus laat ik ze dan maar aanreiken.’
‘Maar zoals de Sloveense filosoof Slavoj Žižek zegt: “Het is makkelijker om je het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme.” Het voordeel dat ik heb als schrijver en denker is dat ik niet gekozen hoef te worden. Ik hoef me geen zorgen te maken over draagvlak.’
‘Bijna elke politicus weet wat-ie moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken’, citeert u de Belgische politicus Bruno Tobback. ‘Er is alleen geen enkele politicus die weet hoe je daarna nog verkozen moet worden.’
‘Dat is precies het probleem en het hangt samen met een van de eigenschappen van de huidige democratie: die is heel erg gericht op de korte termijn. Veel politici zijn laf: ze kijken alleen maar panisch naar opiniepeilingen en zijn bang voor wat de kiezer van ze vindt. Het zou heel verfrissend zijn als zij zich meer gaan bezighouden met het creëren van draagvlak voor wat op de langere termijn goed is voor het land. Niet alle politici zijn volledig dom - wel veel, maar niet allemaal – dus je zou verwachten dat politici ermee aan de slag gaan.’
Waarom slagen linkse partijen daar niet in?
‘Ik denk dat traditionele linkse partijen aan hun geloofwaardigheid hebben ingeboet, niet alleen in Nederland. Eind jaren negentig hebben zij het kapitalistische systeem omarmd door van alles te privatiseren. Tony Blair noemde het “het socialisme van de derde weg”. Premier Wim Kok zei dat het socialisme “ideologische veren moest afschudden”. Het was vlak na de val van de Muur, het leek of het kapitalisme definitief had gewonnen. Er werd gesproken over het einde van de geschiedenis, er brak een periode aan van wereldwijde vrijhandel. Linkse partijen zijn daarin meegegaan, om redenen die destijds begrijpelijk waren. Maar dat is funest gebleken. Een partij als de PvdA geloven mensen niet meer. Ze wekken de indruk een regentenpartij te zijn die de status quo handhaaft.’
Hoe kunnen zij zich beter in de kijker spelen?
‘Ze moeten niet bang zijn om kritiek te hebben op het kapitalistische systeem. Bernie Sanders pleit bijvoorbeeld voor het afschaffen van Wall Street. Zohran Mamdani is burgemeester van New York geworden met een heel links programma. Dat creëert enthousiasme en elan.’
Is het niet ook inherent aan linkse partijen dat ze vaker ideeën hebben voor de lange termijn die onaantrekkelijker klinken? De klimaatcrisis en ongelijkheid kan je immers niet in vier jaar bestrijden.
‘Mensen zijn van nature niet goed in nadenken over de lange termijn. Maar dan moet je het dus goed uitleggen door bijvoorbeeld te zeggen: als we nu doorgaan met olie boren is dat voor de korte termijn prettig, maar je kinderen en kleinkinderen komen terecht in een verschrikkelijke wereld. Daar kunnen mensen gevoelig voor zijn.’
Maar dat leidt weer tot het verwijt van angst zaaien.
‘We kunnen niet doen alsof er géén reden is om bang te worden. Laten we die angst maar aanjagen. Maar dat moet je wel combineren met een uitweg: “We gaan naar de verdoemenis, tenzij we nu ingrijpen.” Dat is geen leuke boodschap, maar het alternatief is nog veel erger.’
Hoe gaat het met de democratie in Italië?
‘Als je hier de televisie aanzet, heb je het idee dat er geen vuiltje aan de lucht is. Dat heeft als gevolg dat de mensen op straat ook minder geneigd zijn het gesprek aan te gaan over de ondemocratische agenda die premier Meloni aan het uitrollen is. Ze heeft heel veel energie gestoken in het onder controle brengen van de pers, met name de televisie.’
‘We hebben nog wel onafhankelijke kranten, zoals La Repubblica, maar er zijn weinig mensen die dat lezen.
‘Voor het buitenland doet ze zich voor als een heel betrouwbare bondgenoot, en is er ook best zaken met haar te doen op Europees niveau. Maar ze blijft de premier die is verkozen door een neofascistische achterban. Net als de Hongaarse premier Orbán is ze een grote vriend van Trump, die uit is op regimeverandering in Europa en extreemrechts steunt.’
U schrijft dat de antidemocratische stapjes die Meloni zet steeds zo klein zijn dat je het nauwelijks merkt. Maakt dat niet onverschillig?
‘Die onverschilligheid is een groot gevaar. De extreemrechtse en antidemocratische krachten willen niks liever dan onverschilligheid. Daar moeten we ons tegen teweerstellen. Elke vrijdagavond dat je het aan de bar hierover hebt met je vrienden is al een strijd tegen onverschilligheid. Zelfs al bereik je er twee mensen mee: dat is misschien niet veel, maar ook niet niks.’
In uw eerdere werk was veel minder maatschappelijk geëngageerd. Hoe komt dat?
‘De grote boze buitenwereld was altijd ver weg in mijn werk. Dat is nu anders. Er zijn twee mogelijkheden: of ik ben veranderd, of de wereld is veranderd. Ik denk dat het vooral dat tweede is. Toen ik in 1998 debuteerde waren het de nadagen van Paars. Pim Fortuyn was nog niet eens opgestaan. Het was geen tijd van grote fundamentele zorgen. Dat is nu wel zo. Ik zou het raar vinden om daar níet over te schrijven.’
Ilja Leonard Pfeijffer. Absolute democratie. Kroniek van een aangekondigde afrekening. De Arbeiderspers, 320 pp. € 23,99
Collegetour Ilja Leonard Pfeijffer. Woensdag 4 februari, inloop 18.30 uur. Stadhuisplein 1. Deelname gratis en alleen voor studenten, aanmelden verplicht via visitleiden.nl
• Dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer (1968) studeerde Klassieke talen aan de Universiteit Leiden en promoveerde in 1996 op een proefschrift over de Oudgriekse dichter Pindarus.
• In 1998 debuteerde Pfeijffer met zijn dichtbundel Van de vierkante man, waarmee hij een jaar later de C. Buddingh’-prijs won. In 2000 ontketende hij een polemiek door te stellen dat onbegrijpelijke poëzie beter is dan makkelijke poëzie.
• Tot 2004 bleef Pfeijffer in Leiden werken als docent-onderzoeker en columnist van Mare. In 2008 vertrok hij naar de Italiaanse havenstad Genua, waar hij nog steeds woont en werkt.
• Rupert, een bekentenis (2002), was het prozadebuut van Pfeijffer. Zijn internationale doorbraak kwam in 2013 met de roman La Superba, over de stad Genua en immigratie. Daarmee won hij de Libris Literatuur Prijs en de Tzum-prijs voor de beste literaire zin. In 2017 won hij de Taalunie Toneelschrijfprijs voor De advocaat.
• Later volgden onder meer de bestseller Grand Hotel Europa (2018) en Quarantaine, Dagboek in tijden van besmetting (2020), een bundeling van dagboek-achtige fragmenten over de uitbraak van corona in Noord-Italië. In dat jaar was Pfeijffer ook een gast in het tv-programma Zomergasten. Daar besprak hij massatoerisme, Berlusconi en zijn keuze om te stoppen met drinken.
• Op 28 maart 2024 werd Pfeijff er benoemd tot lid van de Akademie van Kunsten.