Vorig jaar september gaf het college van bestuur de opdracht aan vice-rector organisatieontwikkeling Erwin Muller om de diensten van de universiteit anders in te richten. Het doel: de organisatie ‘als geheel wendbaarder en toekomstbestendiger’ maken, waardoor medewerkers ‘hun werk beter kunnen doen en studenten sneller en duidelijker geholpen worden’.
Volgens het Koersdocument Universiteitsdiensten moet er een ‘gedragen visie op dienstverlening’ komen, ‘inclusief integrale advisering, heldere keuzes tussen standaardisering en maatwerk en een expliciete positionering van de verschillende typen dienstverlening volgens geformuleerde organisatieprincipes’. Ook moet een ‘uitgewerkt organogram van universiteitsdiensten’ beter overzicht geven en moeten er ‘duidelijke afspraken over functionele, personele, financiële en hiërarchische sturing’ worden gemaakt. Tot slot moet er een ‘vernieuwd besturings- en governancemodel’ komen met ‘inzicht in taken, mandaten en verantwoordelijkheden’.
‘Niet concreet, wel duur’
Dat klinkt allemaal erg theoretisch en wollig, en dat is het ook. De universiteitsraad ziet dan ook niets in het plan. ‘We hebben het hier al een aantal keer over gehad en we hebben niet uitgelegd gekregen waarom dit nodig is’, zei raadslid Patrick Klaassen maandag. ‘Het wordt ook niet concreet en het wordt steeds duurder, terwijl er geen expliciete bezuinigingsdoelstelling is.’
Klaassen heeft zelf gepolst of er op de werkvloer enthousiasme is voor de organisatieverandering. ‘Niemand bij de expertisecentra zegt ja. Behalve de mensen die aan het traject werken, maar dat is logisch.’
Daar komt nog bij dat de verantwoordelijke voor het traject, vice-rector Erwin Muller, maandag aankondigde zijn functies van vice-rector en bestuurder van de campus Den Haag neer te leggen. Per 1 april gaat hij werken bij de Raad van State (zie kader).
Niet doorzetten
‘We waren er als raad al niet blij mee dat er een rector organisatieontwikkeling kwam’, zei Klaassen. ‘Moeten we dit plan wel doorzetten nu de sleutelfiguur uit onze organisatie vertrekt? En willen wij überhaupt een nieuwe rector organisatieontwikkeling?’
Het antwoord van de raad is volmondig nee en gaat het college daarom adviseren ‘dit traject te stoppen en geen nieuwe vice-rector organisatieontwikkeling aan te nemen’. Ook adviseert de raad het college om een eerder voorstel te heroverwegen, namelijk om een algemeen directeur aan te stellen die als schakel kan dienen tussen het college en de diensten. Wat betreft de raad kan dat gewoon ‘binnen de bestaande structuren en budgetten’.
Volgende week maandag bespreekt de raad de kwestie met het college.
Bestuurder Erwin Muller legt zijn functie als vice-rector organisatieontwikkeling neer. Per 1 april start hij als staatsraad bij de afdeling Advisering van de Raad van State. De ministerraad heeft maandag ingestemd met zijn voordracht voor deze functie.
Ook stopt Muller als bestuurder van de campus Den Haag. Wel blijft hij als hoogleraar Veiligheid en recht in deeltijd verbonden aan de universiteit.
Muller werkt sinds 1988 aan de Leidse universiteit. In 1994 promoveerde hij in Leiden, in 2000 volgde de benoeming tot hoogleraar. Hij was sindsdien onder andere werkzaam als wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, en als vice-decaan van de faculteit Rechten.
Tussen 2018 en 2024 was Muller decaan van de Faculteit Governance and Global Affairs (FGGA). Naast zijn decanaat richtte hij zich als bestuurder op de verdere ontwikkeling van de universitaire ambities in Den Haag.
De benoeming van Muller tot vice-rector organisatieontwikkeling leidde in april 2024 tot een vertrouwenscrisis tussen de universiteitsraad en het college van bestuur. Terwijl er nog volop discussie was over de wenselijkheid van de functie en de procedure waarbij de ‘schijn van vriendjespolitiek’ was gewekt, kondigde Muller zijn aanstelling al aan in een YouTube-filmpje.
De ‘bloedspoed’ van die ‘flitsbenoeming’ leidde tot grote ergernis bij raadsleden. Pas na bemiddeling door de raad van toezicht en de nodige excuses van het bestuur was er een krappe meerderheid die alsnog instemde met de aanstelling.