Cultuur
Van diplomaat tot weldoender: hoe een barones uit haar bevoorrechte bubbel stapte
De Noordwijkse barones Alwine de Vos van Steenwijk gaf haar glansrijke diplomatieke carrière op om armen te helpen. Ze krijgt daar niet genoeg erkenning voor, vindt haar biograaf. ‘Ze cijferde zichzelf helemaal weg.’
Else van der Steeg
donderdag 12 maart 2026
Barones Alwine de Vos van Steenwijk

In januari van 1960 rijdt de Noordwijkse barones Alwine de Vos van Steenwijk de sloppenwijk Noisy-le-Grand binnen. Hier wonen zo’n 250 van de allerarmste gezinnen van Parijs in barakken. En er is een kerk, gerund door priester Joseph Wresinski. Naar hem is diplomate De Vos van Steenwijk op zoek. Ze heeft over hem en de wijk gelezen in tijdschrift Elle.

‘Hoe kan ik helpen?’ vraagt ze hem. Hij laat haar gedoneerde schoenen sorteren. Uren is ze bezig en als de priester bij haar terugkomt, begint ze te huilen. Van schaamte, zich pijnlijk bewust van haar bevoorrechte milieu. Ze wil meer doen.

De Vos van Steenwijk is eigenlijk niet van plan om te stoppen als diplomaat, een carrière die niet vanzelfsprekend is voor een vrouw in de jaren ’60. Ze is pas de derde vrouwelijke diplomaat van Nederland. Op haar 39e werkt ze in Parijs, daarvoor zit ze in Bonn, Lissabon en Washington.

Toch lukt het haar niet om père Joseph te negeren. Ze richt zich steeds meer op zijn werk in de sloppenwijken, en als ze uiteindelijke uit de diplomatieke dienst stapt, geeft ze daarmee ook een grote mate van financiële zekerheid op.

Buitenbeentje

Alwine de Vos van Steenwijk wordt op 22 juni 1921 geboren in Noordwijk. Ze is dochter van baron de Vos van Steenwijk en kleindochter van de Eerste Kamervoorzitter Willem Lodewijk de Vos van Steenwijk. Haar moeder, Marie Gräfin von der Goltz, is de dochter van een vleugeladjudant van de Duitse keizer Wilhelm II. 

Haar twee oudere zussen trouwen snel en stoppen meteen met onderwijs, maar Alwine wil meer. ‘Ze was op zoek naar een hoger doel in haar leven, iets waar ze zich voor kon opofferen’, zegt auteur Astrid Schutte, die de biografie Barones tussen de armen schreef. ‘Ze geloofde in een broederschap tussen alle mensen.’

Alwine volgt thuisonderwijs en pas op haar elfde gaat ze voor het eerst naar school, het Leids Gymnasium in de Doezastraat en slaagt al op haar zestiende, als buitenbeentje tussen de oudere klasgenoten. Iedere dag komt ze langs het lokaal waar werklozen die een minimale uitkering krijgen dagelijks een stempel moeten halen. Het beeld blijft haar bij. Het is het eerste contact met een wereld buiten haar bevoorrechte bubbel.

Op haar achttiende breekt de Tweede Wereldoorlog uit, gaat ze het Rode Kruis helpen en sluit ze zich aan bij het verzet. Dat haar geliefde, een luitenant, in 1943 door de Duitsers wordt gefusilleerd, heeft haar gevormd, vermoedt Schutte.

Ogen geopend

‘De organisatie van Joseph trekt in het begin vooral jonge vrouwelijke vrijwilligers. Ze komen uit een goed milieu, maar werden allemaal plotseling uit hun makkelijke leven gerukt doordat ze een ouder of geliefde verloren in de oorlog, of omdat ze zelf gevangen zaten. 

‘Hun ogen worden geopend. Als je eenmaal iets naar heel naars hebt gezien, kan je dat niet meer van je netvlies halen. En als je dan sociaal bent ingesteld, wil je daar iets aan doen.’

Na de oorlog krijgt De Vos van Steenwijk een ander huwelijksaanzoek van een mede-verzetsstrijder die bevriend was met haar vermoorde ex. Maar ze ‘kon het niet’, zei ze er later over: weer een stap op het gebruikelijke pad van een adellijke vrouw die ze bewust niet zette. Er volgen meer geliefden, maar ze zal nooit trouwen. In plaats daarvan stort ze zich op haar carrière.

Weggecijferd

Haar diplomatieke vaardigheden komen goed van pas bij het werk van de priester. Mede dankzij haar goede connecties wordt hun ngo Aide à Toute Détresse (ATD) een wereldwijde organisatie die de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Raad van Europa adviseert en de Internationale Dag van Verzet tegen Extreme Armoede in het leven roept.

Tot haar dood in 2012 blijft de barones bij ATD betrokken. Toch is ze onbekend bij het grote publiek. ‘Je ziet dat als er grootse dingen gebeuren, vaak alleen de man die aan de leiding staat beroemd wordt’, verklaart Schutte. ‘Maar als je ziet wat zij allemaal heeft gedaan: ze heeft het eerste particuliere onderzoeksbureau over armoede ter wereld opgezet, en ervoor gezorgd dat armoede nu wereldwijd erkend wordt als schending van de mensenrechten. Verder schreef ze achter de schermen veel mee aan rapporten. Ze verdient het om veel meer bekendheid te krijgen.

‘Maar ze wilde juist Joseph op een voetstuk plaatsen. Ze had een genegenheid voor hem, die soms grensde aan adoratie. Daarmee cijferde ze zichzelf helemaal weg. Dat vind ik jammer en ook onterecht, want ze heeft zich vijftig jaar lang ingezet voor deze zaak.’


Astrid Schutte. Barones tussen de armen. Spectrum, € 23,99