
Hij is universitair docent film- en literatuurwetenschap aan de Universiteit Leiden. Hij legt uit wat het geheim is van een goede film, aan de hand van drie voorbeelden: North by Northwest (1959), The Big Lebowski (1998) en Parasite (2019).
Over die laatste film zegt hij: ‘Ik weet nog dat ik die nacht voordat ik er naartoe ging slecht had geslapen van de zenuwen.’
Luister hier naar het gesprek, of via Spotify.

Hij is universitair docent film- en literatuurwetenschap aan het Leiden University Centre for the Arts in Society. Hij publiceerde onder meer Humour and Irony in Dutch Post-War Fiction Film (2016) waarin hij onder meer Flodder en New Kids analyseert.
In een interview met Mare zei hij destijds: ‘Toen ik Flodder in Amerika (1992) opnieuw ging bekijken, zag ik dat die enorm slim in elkaar zat. Al in de eerste paar minuten komen alle belangrijke theorieën over humor voorbij: van de Freudiaanse gedachte van humor als uitlaatklep, tot de superioriteitstheorie dat je moet lachen om waar je boven staat. Intussen zijn het juist de keurig opgevoede personages die zich steeds lomper gaan gedragen.’
En voor wie de in de podcast besproken films niet kent (of is vergeten), hieronder een (geheugen)steuntje.