Studentenleven
‘Mensen hebben de behoefte om heftige verhalen te delen’
Renske Wesselius (24, psychologie) rijdt op de Soepfiets en deelt voedsel uit aan hulpbehoevenden. ‘Ik hoor verhalen waarvan ik denk: poeh, dat mensen met al deze dingen moeten dealen.’
Tirza de Graaf
donderdag 15 oktober 2026
Foto Lisa Boshuizen

Wanneer ben je begonnen met de Soepfiets?
‘Drie jaar geleden zag ik in de groepsapp van mijn studentenvereniging NSL een oproep om vrijwilliger te worden bij het Leger des Heils. Toen heb ik me aangemeld. Eens in de drie weken ben ik aan de beurt voor de Soepfiets. Sturen is een uitdaging. De fiets is groot en heel snel. Als ik iemand wil inhalen, rijd ik extra voorzichtig. Dan moet ik echt geen verkeerde beweging maken.’

Wie krijgen er soep van jullie? 
‘Sommige mensen hebben wel een plek om te wonen, maar niet genoeg middelen om rond te komen. Anderen hebben geen vast dak boven hun hoofd. Een opvang is ook niet voor iedereen de prettigste plek. Daar komen allerlei mensen bij elkaar, waardoor problemen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld door drugs, ruzies of conflicten met de begeleiding. Sommigen kiezen er dan voor om buiten te slapen, en dat leidt ook weer tot moeilijkheden.

‘Ik hoor verhalen waarvan ik denk: poeh, dat mensen met al deze dingen moeten dealen. Zeker als je iemand drie weken later weer ziet en diegene nog steeds met dezelfde problemen zit.’

Waarom vind je dit belangrijk werk?
‘Ik vind het mooi om naar mensen om te kijken van wie je weet dat ze er zijn, maar naar wie je in het dagelijks leven misschien minder snel omkijkt. Dit is een heel praktische manier om te helpen. Het gaat niet alleen om gratis eten, maar ook om de sfeer die we creëren. We fietsen altijd naar dezelfde plek bij het Huigpark waar picknicktafels staan. 

‘De mensen weten dat we er staan, maar verder laten we ze vrij. We gaan gewoon rustig zitten, eten wat en praten met elkaar. Soms zijn dat diepgaande gesprekken, soms maken we een klein praatje en soms communiceren we alleen met handen en voeten.’

Hoe was het om dit werk voor het eerst te doen?
‘Het was wennen, maar het helpt dat je praktisch bezig bent. Als ik even niet weet wat ik moet zeggen, kan ik nog wat soep of brood aanbieden. In het begin vond ik het lastig om aan te voelen hoe open mensen wilden zijn. Heel open, merkte ik al snel. Ook als ze heftige dingen hebben meegemaakt, hebben ze vaak de behoefte om dat te delen. Ik denk dat ze daar niet veel andere momenten voor hebben.

‘Maar er komen ook vrolijke mensen die luchtige praatjes maken. Dat valt op, zeker als je bedenkt in wat voor nare situaties sommigen zich bevinden.’

Is het altijd druk? 
‘Het gekke is dat je er geen peil op kunt trekken. Soms komen er twee of drie mensen, terwijl we op andere avonden nog snel naar de supermarkt moeten om extra brood te halen. Het kan zo druk zijn dat het bijna voelt als gewoon werken, dan heb je nauwelijks tijd om met de bezoekers te praten. Als je niet   constant soep aan het scheppen bent, is er meer ruimte voor contact.

‘Het is bijzonder als iemand zijn verhaal aan je toevertrouwt, zeker als je diegene eigenlijk niet kent. We hebben een keer een heel mooi gesprek gehad met iemand die naar een afkickkliniek zou gaan. Een week later hoorden we dat die persoon was overleden. Dat was echt heftig. Dat was iemand die graag de goede kant op wilde, maar het uiteindelijk niet heeft gered.’