English
Zoeken
Digitale krant
App
Menu
Voorpagina Achtergrond Wetenschap Studentenleven Nieuws Cultuur Columns & opinie Podcast  

Menu

Categorieën

  • Voorpagina
  • Achtergrond
  • Wetenschap
  • Studentenleven
  • Nieuws
  • Cultuur
  • Columns & opinie
  • Podcast

Algemeen

  • Archief
  • Contact
  • Colofon
  • App
  • Digitale krant
  • English
Studentenleven
Eén eeuw ‘Aug’ in 9 momenten: van brave katholieken tot feestende bierdrinkers
Een groepsportret op Augustinus
Sebastiaan van Loosbroek
donderdag 15 oktober 2026
Een verwoestende brand, ‘Flower Paupers’ en een straffe strijd over de koers van de vereniging: de sociëteit van Augustinus heeft de afgelopen eeuw een hoop doorstaan, zo blijkt uit het Eeuwboek ‘100 jaar Eigen Huis’.

‘Van alle werelddelen is Europa het mooiste, van Europa zijn de Nederlanden het mooiste land, van de Zeventien Provinciën is Holland de mooiste, van de Hollandse steden is Leiden de mooiste, en van alle straten en grachten van Leiden is het Rapenburg de mooiste.’

Dat schreef de Frans-Belgische geschiedkundige Jean Nicolas de Parival in 1660 over de iconische gracht. Exact honderd jaar geleden is daar ook een van de grootste en oudste studentenverenigingen van Leiden gehuisvest: Augustinus. Hoewel de vereniging voor die tijd op de Hogewoerd en de Steenschuur zat, zijn de studenten sinds 1926 niet meer weg te denken uit het monumentale pand op nummer 24. Zes verenigingsleden schreven het Eeuwboek ‘100 jaar Eigen Huis’ (zie kader onderaan), zoals de sociëteit doorgaans wordt genoemd. Mare destilleerde de negen opvallendste momenten uit die eeuw verenigingsgeschiedenis. 

I. Kok in dienst

De verhuizing naar Rapenburg 24 legde de Roomsch-Katholieke Studentenvereeniging Sanctus Augustinus, zoals de vereniging toen nog heette, geen windeieren. Het ledenaantal groeide en de vele vertrekken boden ruimte voor een biljartkamer, een leeszaal en een aparte meisjeskamer. Doordat de financiën verbeterden, kwam er voor het eerst personeel in dienst: een echtpaar van wie de vrouw als kok diende en de man als ober.

In 1929 werd het gebouw opgeknapt, zodat ‘geen spoor meer te ontdekken is van de schrammen, deuken en vlekken, welke op de door bierflesschen bestookte muren en deuren waren achtergebleven’.

II. Krakers en gearresteerde bestuursleden

Decennialang was Augustinus niet alleen een sociëteit, maar ook een woonhuis. De vereniging huurde slechts een deel, voor 1900 gulden per maand. De meeste huurders van de bovenverdiepingen waren studenten, maar ook koks, conciërges en pastoors die in dienst waren van de vereniging. Van 1934 tot 1938 woonden er ook een banketbakker en een ingenieur. Vermoedelijk hebben zij weinig geluidsoverlast ervaren: luidruchtige borrels waren vooral op Minerva te vinden.

Een dag na de beroemde rede van Rudolph Cleveringa tegen het ontslag van zijn Joodse collega Eduard Meijers, op 26 november 1940 in het Academiegebouw, werd de universiteit door de bezetter gesloten. Ruim een maand later werd ook de sociëteit bezet en het bestuur gearresteerd. Nadat Rapenburg 24 in 1941 door de universiteit werd gesloten, werd het pand grotendeels leeggeroofd: de gehele inventaris verdween, vloerbedekkingen gingen eraan en ‘elektrische installaties’ gingen verloren.

Augustinus in modernere tijden

Na de oorlog stuitten de leden op krakers die zich in de commissiekamer hadden gevestigd. Boos waren ze niet; men was blij dat de oorlog voorbij was. Het kostte de vereniging wel veel tijd om de krakers eruit te krijgen; pas halverwege de jaren vijftig was de ruimte weer beschikbaar. 

III. Broodroosterkachels en raamplassers

Ook toen Augustinus het pand in 1956 kocht, bleven er binnen woningen bestaan. De eerstejaarskamer was het kleinst, had een schuin dak zonder raam en kreeg als bijnaam ‘De Holle Kies’. In de winter was het er stervenskoud. Toen de stroomrekening onverklaarbaar uit de klauwen bleek te lopen, ontdekte het bestuur dat de toenmalige bewoner tien broodroosters gebruikte om zich aan te verwarmen.

Enige luiheid was studenten ook destijds niet vreemd: omdat ze de wc’s te ver lopen vonden, gebruikten de bewoners een van de wasbakken op de bovenste verdieping als urinoir of plasten ze uit het raam aan de tuinkant.

Eind jaren zestig kwam er een einde aan de studentenkamers en woonde er niemand meer op Rapenburg 24.

IV. Civitas of… bier drinken?

Tot dan toe was het verenigingsleven wat braafjes, mede ingegeven door de ‘civitas-gedachte’: het ideaal van de universiteit als hechte gemeenschap van docenten, studenten en alumni. Na de Tweede Wereldoorlog richtte de vereniging zich volledig op katholieke en inhoudelijke activiteiten. In 1958 kwam er een kapel op de eerste verdieping, waar 140 toehoorders konden luisteren naar de studentenpastoor.

‘Het wantrouwen tussen Quintus en Augustinus werkte door tot in studentenhuizen’

Veel leden waren ook lid van het corps. Naar Augustinus gingen ze voor religieuze en intellectuele vorming, naar het corps voor hun sociale leven. Geleidelijk maar onomkeerbaar verloor de civitasgedachte aan invloed en nam de onvrede toe: de vereniging werd gezien als kil en zonder eigen identiteit. Er kwam een studentencafé – genaamd The Saint – dat uiteindelijk zou uitgroeien tot de borrelzaal op de begane grond zoals die nog steeds bestaat. 

V. Syndicat d’Initiative Artistique

In 1961 leek Augustinus écht tot leven te komen met de komst van de culturele subvereniging Syndicat d’Initiative Artistique. In een tijd waarin de universiteit weinig cultureel aanbod had werden er cabaretvoorstellingen, musicals, toneelstukken en lezingen georganiseerd, evenals cursussen tekenen, fotografie en jazzballet.

In 1968 werd het Leidsch Studenten Hoempagezelschap opgericht en in 1969 ontstond ‘Hot House’: een podium voor zowel beginnende als internationaal gerenommeerde jazzmuzikanten. Al snel trok Augustinus artiesten van internationaal niveau aan, zoals Ben Webster en Mischa Mengelberg.

Deze initiatieven vormden de basis voor een nieuwe verenigingscultuur. Augustinus transformeerde van een wat stichtelijke, brave club tot een gezelligheidsvereniging.

VI. ‘Flower pauper’

Door de snelle groei van het aantal studenten in de jaren zeventig verloren universiteiten hun elitaire karakter. Er ontstond een kritische, politiek bewuste studentencultuur. Gevolg: Augustinus nam afstand van de Rooms-Katholieke signatuur: op 4 oktober 1971 werd de naam officieel veranderd in de Leidse Vereniging voor Studerenden (LVVS) ‘Augustinus’.

Ook de Latijnse titulatuur werd in deze periode afgeschaft: het gebruik van termen als ‘praeses’ werd niet expliciet verboden, maar verdween geleidelijk.

Maar niet iedereen vond dat leuk. Conservatieve leden zagen het traditionele karakter tot hun spijt verdwijnen en duidden deze periode spottend aan als de ‘flower pauper’ en ‘moord op de mores’. 

Ook de Commissie Eigen Huis, verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer van de sociëteit, schreef een protestlied: ‘Heb je al gehoord van de openheid? Daar wordt weer heel veel van gepraat. Maar in geen honderd jaar, Komt dat hier voor mekaar, Het Eigen Huis dondert liever in elkaar!’

Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 4 oktober 1971 kwam de strijd tussen de vooruitstrevende en conservatieve leden tot een climax: er werd toch weer gekozen voor een meer behoudende lijn. Dat leidde tot een exodus: enkele honderden voorstanders van een opener vereniging verlieten Augustinus. 

Het besloten karakter was echter van korte duur: zes jaar later werd opnieuw gekozen voor een meer open koers. Het introductiereglement werd versoepeld en activiteiten werden voortaan ook toegankelijk voor niet-leden. Vanaf dat moment werd de kloof tussen voor- en tegenstanders van openheid definitief onoverbrugbaar.

VII. Verwoestende brand 

In de nacht van dinsdag 24 op woensdag 25 januari 1978 brak een grote brand uit. Hoewel zo’n vijftig brandweermannen het vuur binnen een uur onder controle hadden, was de schade enorm: het dak was grotendeels verdwenen en de bovenste verdieping volledig verwoest. De waterschade bleek nog erger. Om te voorkomen dat een monumentaal plafond zou bezwijken onder het gewicht van het bluswater, liet de brandweer gaten in het plafond boren zodat het water kon wegstromen. De elektriciteit was uitgevallen, de verwarming functioneerde niet meer en vrijwel alle ruimtes waren doordrenkt met water. Ondanks uitgebreid onderzoek kon de brandweer geen oorzaak vaststellen.
De brand deed de sfeer van wantrouwen en polarisatie binnen de vereniging wel omslaan in saamhorigheid. Iedereen moest helpen zoeken naar een tijdelijk onderkomen en alle leden werden opgeroepen bij te dragen aan de verbouwing en inrichting van Rapenburg 24. 

VIII. De oprichting van Quintus

Toen de leden waren teruggekeerd naar Rapenburg 24 kwamen de spanningen over tradities versus openheid alsnog tot ontploffing. In 1979 werd daardoor een nieuwe studentenvereniging opgericht: Quintus. Veel leden verruilden Augustinus voor Quintus, wat niet alleen leidde tot financiële verliezen. Het wederzijds wantrouwen en de onderlinge competitie werkten door tot in persoonlijke relaties en studentenhuizen. 
Na een periode van crisis en herbezinning werden in 1983 cordialen geïntroduceerd, afgeleid van het Spaanse woord voor ‘gezellig’. Het woord ‘jaarclub’ werd bewust vermeden, omdat dat te veel deed denken aan conservatievere verenigingen. Het aantal Augustijnen nam weer toe, mogelijk mede dankzij de invoering van de verplichte kennismakingstijd in 1986. 

IX. Hufterproof 

In de afgelopen decennia is Augustinus – samen met Minerva – uitgegroeid tot de grootste studentenvereniging van Leiden. Dat betekent wel dat het pand behoorlijk aan slijtage onderhevig is en er ‘een nieuwe visie op onderhoud’ is ontstaan, aldus de Eeuwboek-auteurs. Zo zijn de oude porseleinen toiletten vervangen door de ‘minder charmante’ stalen potten. De oude gingen namelijk snel kapot en moesten bijna jaarlijks worden vervangen. Het stalen alternatief biedt dan ook een ‘goede hufterproof oplossing’.

Speuren in ‘archieven met gaten en ongesorteerde of ongedateerde stukken’ was een hele klus

Zes leden van Augustinus – Joep Kraakman, Celeste van der Kamp, Kristan IJkema, Sebastiaan Kop, Emma Glorie en Flynn Peeks – hebben anderhalf jaar aan het eeuwboek gewerkt. Dat was nogal een klus, blijkt uit hun nawoord. 

‘De archieven vertonen gaten’, schrijven ze. ‘Ee archiefstukken zijn veelal ongesorteerd of ongedateerd, wat het inventarisatiewerk niet makkelijker heeft gemaakt.’ Vooral het stadsarchief bleek waardevolle informatie te bevatten.

Naast archiefonderzoek hebben ze zo’n dertig interviews afgenomen met reünisten. Daar zitten leden tussen die tien jaar geleden nog lid waren, maar ook personen die al in 1952 lid werden.

Zaterdag 17 oktober wordt het eeuwboek gepresenteerd aan de leden. In de avond is er een borrel waar onder meer de Hoempaband komt optreden. Aansluitend is er een groot feest.

Deel dit artikel:

Lees ook

Studentenleven
‘Ik kan blind door de kamer lopen zonder mijn hoofd te stoten’
Oscar Figee (17, Nederlandse Taal en Cultuur & Notarieel Recht) woont op 70m2. ‘Er hangt een doek boven mijn bed, anders word ik ’s nachts telkens wakker door het licht op de wc.’
Studentenleven
‘Mensen hebben de behoefte om heftige verhalen te delen’
Studentenleven
‘Je verkoopt vooral likeuren die je zelf het lekkerst vindt’
Studentenleven
Gewaagde oversteek tijdens Leidens Ontzet
Studentenleven
‘Als het 16:16 uur is trekken we een bak’
Download nu de Mare app voor je mobiel!
Downloaden
✕

Draai je telefoon een kwartslag, dan ziet onze site er een stuk beter uit!