Cultuur
Met ‘Burenruzie’ won Tom Breedveld onze kerstverhalenwedstrijd
Student media technology Tom Breedveld smeedde volgens de jury met filmisch vernuft een perfecte spanningsboog aan elkaar. Zijn verhaal Burenruzie is daarmee dit jaar de winnaar van de Mare-Kooyker-Kerstverhalenwedstrijd.
Redactie
donderdag 15 december 2022
Beeld Silas.nl

Haar zus heeft nog een kerstspel bedacht. Met gevoel voor theater stelt ze voor dat ze papa’s pijp van zijn bureau moeten stelen terwijl hij werkt. Ze moeten sluipen, stilletjes, waarschijnlijk zonder zelfs maar te durven ademen, en de pijp onder zijn neus vandaan pakken als hij hem neerlegt terwijl hij aan zijn tekeningen werkt. Daarna verstoppen ze hem in de schuur, hun verzonnen hoofdkwartier, en als hij hem komt halen geven ze niet toe totdat hij het wachtwoord weet te raden.

Ginn kijkt naar Clio, en raakt opgewonden. Wormen draaien in haar maag, zoals altijd wanneer ze nerveus is, maar ze weet dat Clio het voortouw zal nemen en laat zich leiden. Ze is blij dat haar zus haar nog steeds betrekt bij haar spelletjes, nadat moeder haar had vermaand dat Clio alleen zou willen zijn als ze ouder werd. Ze had Clio niet gevraagd of dit waar was, bang om van de hele zaak een waarheid te maken door hem te onderkennen. Op school was ze eenzaam, had ze niet veel vrienden, en bracht ze de lunchtijd vaak door in haar eentje. Dan zat ze stilletjes verhaaltjes te verzinnen en die dan uit te tekenen in het zand op de stoep.

Ginn heeft iets voelen verschuiven in de sfeer van haar ouderlijk huis, ze kan het niet helemaal verklaren. Haar moeder was stiller geworden, de laatste weken, ingetogener. Papa was de laatste tijd strenger voor zijn meisjes. Hij was gisteren woedend geworden tijdens het kerstdiner, nadat Ginn een bord worstjes en jus had laten vallen die het tapijt dusdanig hadden bevlekt dat het zuiveringszout waar moeder bij zwoer niet voldoende was om het weg te krijgen. Normaliter had papa haar enkel een standje gegeven, nu werd hij handtastelijk. Ginn was aan het huilen gebracht, Clio was te bang geweest om iets te zeggen om haar zus te troosten en had haar een knuffel gegeven toen ze weer in hun kamer waren.

Clio moest het ook gevoeld hebben – iets sinisters is in de fundamenten van hun familiedynamiek getrokken.

Clio opent de deur alsof ze een kluis kraakt, met bijtend langzame en overdreven bewegingen, terwijl ze de deurklink millimeter voor millimeter naar beneden trekt, zich bewust van elke decibel geluid die ze maakt. Ginn wil zelfs niet knipperen, bang dat ze dan iets cruciaals mist dat hen zou kunnen verraden. Als de deur opengaat, laat de onthulde schaduw flarden van gedempt geluid naar buiten, de oude radio van hun vader die nieuwsberichten doorgeeft in zijn moedertaal, Pools.

Moeder wil niet dat hij ernaar luistert in de woonkamer: ‘De meisjes spreken het ook, en het is altijd zo morbide.’
‘Hoe weet jij dat nou? Jij spreekt geen Pools’, had hun vader geantwoord, en moeder had enkel gezucht, dus had hij zich erbij neergelegd.

Ginn vangt uit de radio een vlaag tekst op die ze begrijpt.
‘President Narutowicz heeft strafvermindering aangeboden… krijgsgevangenen… de ULTRAtraktaten… Verhoogde vijandigheid…’
Hoewel ze nu de taal vrij goed beheerst, zijn veel woorden te verwarrend voor haar, evenals het onderwerp in het algemeen. Clio wijst de kamer in als een generaal die haar beveelt om niemandsland over te steken, en licht aarzelend stapt Ginn over de houten drempel van de kamer. Haar blote voeten raken het krassige tapijt, haar neusgaten vullen zich met de muffe tabaksrook die haar dankzij gedwongen gewenning niet stoort.

‘De bevolking… verloor het geloof… veel immigranten…’

Clio moet het ook gevoeld hebben - iets sinisters was in de fundamenten van de familiedynamiek getrokken

Immigranten was hoe vader zijn familie noemde. Ginn wilde Amerikaan zijn, maar thuis werd dat afgekeurd. Clio was er trots op Pools te zijn, en las Poolse kinderboeken hardop voor aan Ginn, die de inhoud ervan niet altijd begreep, er bang voor was, en de voorkeur gaf aan de veiligere avonturen van Penelope Pennyfree, die nooit huilde en altijd wist wat ze moest doen, en die veel vriendjes had die altijd naar haar luisterden en met haar om wilden gaan.

Een man was bij ze langsgekomen, een grote, dikke man, die met een rood aangelopen gezicht iets had geroepen tegen vader, niet in het Pools. Ook toen was het woord ‘immigranten’ gevallen, maar de man had het niet goed bedoeld. Zijn speknek trilde bij elke spraakspatting en aan zijn worstenvingers had een gouden ring geblonken met een doffe smaragd in het midden. Ze had de ring herkend, de vaders van enkele kinderen op school droegen ook zo’n ring. ‘Heeft papa gekregen als beloning, omdat-ie het opneemt voor het volk’, had een jongetje gezegd, dat later die middag Clio zo hard had geduwd dat ze op haar gezicht was gevallen en een bloedneus had gekregen. De juffrouw had beide kinderen een standje gegeven.

Stap voor stap komt Ginn dichterbij het bureau van haar vader. Ze ziet zijn blonde hoofd, een aura in het licht van de koperen bureaulamp. De meiden waren blond, hun oma was het ook geweest. Ze hadden hun grootmoeder nooit ontmoet tijdens haar laatste jaren in Polen. ‘Dat is nu even te moeilijk.’ En nu was het te laat.

Vader haalt de pijp uit zijn mond, legt hem op tafel, beweegt zijn arm naar zijn borst. Ginn weet dat hij naar de tabakszak in zijn borstzak grijpt, klaar om bij te vullen, iets waar ze hem soms mee helpt. Vader biedt haar dan de lucifer om aan te steken, maar vuur schrikt haar af. Veel dingen maken haar bang. Ze verwacht bij alles dat het mis zal gaan. 

Silas.nl

Ginn kijkt terug naar Clio, niet wetend wat te doen. Moet ze de pijp grijpen? Komen ze daarmee weg? Clio’s gezicht toont een plannetje. Maar voordat Ginn kan proberen te begrijpen wat ze heeft bedacht, doet Clio een zet waarvan Ginn zich kapot schrikt.

Ze opent haar mond en zegt, ‘Papa, wat eten we vanavond?’

Zo’n vraag zou niet altijd volstaan om hem uit zijn sluimer te wekken. Maar ze stelt hem in het Pools. De eerste keer dat Clio een Pools gesprekje met haar vader had gevoerd (‘Wat drink je, papa?’ ‘Thee.’ ‘Mag ik eten?’ ‘Eten? Bedoel je drinken?’ ‘Ja, drinken. Mag ik drinken?’ ‘Je kan ook proeven zeggen.’ ‘Mag ik proeven?’), had hij haar getrakteerd op een boek. Nu bevond zich op zijn gezicht alleen een soort diepe verwarring.

‘Waarom zeg je dat? Misschien moet je zo maar niet meer praten. Ginn, wat ben jij aan het doen?’
Zijn antwoord is in het Engels.
Het doel van het moment is verschoven, en niemand heeft nog enig idee. Clio staat in de deuropening, en kijkt haar vader vragend aan.
‘Waarom niet?’, ook in het Engels.

Haar moeder had de telefoon nu vaak van de haak liggen. Mensen hadden steeds gebeld en niks gezegd, enkel gehijgd, een enkele keer iets geblaft. Sindsdien was het niet zo belangrijk meer om bereikbaar te zijn.

‘Wat als het iemand is die we wel willen spreken?’ had Ginn gevraagd.
‘Dat is het nooit’, had mama gezegd.

‘Daar kun je mee in de problemen komen’, antwoordt papa.
‘Waarom dan?’

‘Wat als het iemand is die we wel willen spreken?’ had Ginn gevraagd. ‘Dat is het nooit’, had mama gezegd.

Even is het stil. Alle drie schrikken ze als de deurbel gaat. Een lange, harde, snerpende trilling die de lucht doet rinkelen.

Ginn grijpt de pijp. ‘Rennen, Clio!’ Ze verbaast zichzelf dat ze de controle overneemt.
‘Wacht, nee!’ roept papa. ‘Niet naar buiten!’
De bel gaat weer, en hij is ineens zo luid.
De gang door, de woonkamer in, langs moeder op de bank, door de keuken, door de achterdeur, rennen door de tuin. De schuur staat achterin, aan de achterkant verbonden aan een enorm veld vol wild gras. Soms staat daar een paard, dat verdwaald lijkt en na een hard geluid snel zijn biezen pakt. Het beest komt echter altijd weer terug.


‘Rennen!’ roept Ginn weer, en ze trekt een sprintje naar de schuurdeur, gooit zichzelf ertegenaan. Het is verrassend licht buiten.
‘We zijn er, Clio!’ roept Ginn, terwijl ze het slot van de deur probeert open te schuiven. ‘We zijn er.’ Een antwoord blijft uit. Ginn hoort het geluid van brekend glas vanuit het huis.


Ginn draait zich om naar Clio – had ze het gehaald? – maar die staat in het midden van de tuin, en kijkt voorbij de schuur, een duizendmeterblik in haar ogen. Ze lijkt verlicht, een oranje gloed bedekt haar, alsof ze in de spotlight staat. Het regent, lijkt het.
Ginn loopt naar haar zus, de pijp in haar vingers geklemd.

‘Clio?’

Clio blijft staren. Ginn volgt haar blik, langs de schuur naar het veld, het wilde gras in. Een groep silhouetten vult daar het tafereel, elk met een fakkel in de hand, een spoor van brandend gras achterlatend. Hun ringvingers glinsteren.

Het is geen regen – het is as.

Ginn draait haar blik naar Clio. Ze is altijd bang, maar nu heeft het een functie. Clio draait zich naar Ginn, tranen in haar ogen. Ginn grijpt haar hand.

In de woonkamer gilt iemand, een schrille, gepijnigde kreet.

‘Rennen’, zegt Clio.

Van de jury

Grenzen, daar moest het over gaan.

Niet alleen was 2022 immers het jaar van oorlog, vluchtelingencrises en ander grensoverschrijdend gedrag; de inhoudelijke voorwaarde voor de inzendingen van de achttiende editie van de Mare-Kooyker-Kerstverhalenwedstrijd bood de deelnemers zo ook de kans om verder te kijken dan hun eigen navel.

Missie geslaagd: de oogst varieerde van proza tot poezie en beschreef zowel buschauffeurs, bootvluchtelingen als buiten-de-pot-pissers. Na het nodige leesplezier kwam de jury (bestaande uit schrijvers Arjen van Veelen, Christiaan Weijts en Mare-hoofdredacteur Frank Provoost) tot de volgende top drie.

Het beknopte, maar gelaagde verhaal ‘Van der Dolk’ kan gelezen worden als een pleidooi voor eigen parochie van de foute man. Foute archetypen moeten niet naar de ‘vergeetkelder’ worden verbannen, zegt de foute man rechtstreeks tegen de lezer, want juist zij herinneren ons eraan dat het slechte in de mens kan komen ‘van iedereen die op het eerste gezicht aardig kan lijken’. Maar kunnen we hem nog op zijn woorden geloven? Student Riccardo Tosellini won de derde prijs (en €50 aan boekenbonnen).

‘De kersttoespraak’ geeft een eigenzinnige invulling aan het actuele thema van grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Dat gebeurt niet in de laatste plaats door het genre van de kersttoespraak zélf uit de bocht te laten vliegen. Wat lijkt te beginnen als een traditionele speech, kantelt geleidelijk naar een situatie waarin alles in een nieuw licht komt te staan. Die subtiliteit, in combinatie met humor, vaart en een beeldende stijl maakt dit tot een opvallend sterk verhaal, bevolkt met levensechte personages, die misschien wel allemáál op een bepaalde manier over een grens gaan. Wie er daders zijn en wie slachtoffers is minder eenduidig dan het lijkt in deze ontspoorde wereld die is samengebald op slechts een paar vierkante meter café in een paar pagina’s proza. Student taalbeheersing Lieve Heijnen wint er de tweede prijs (en €75 aan boekenbonnen) mee.

In ‘Burenruzie’ echoot het grote onheil dat eerder klonk in Gerard Reve’s beroemde verhaal ‘De ondergang van de familie Boslowits’. Je voelt een voortdurende dreiging zonder meteen te snappen waar het gevaar precies vandaan komt. Subtiele flashbacks, flarden nieuws uit een oude radio en het schakelen tussen verschillende talen geven voorzichtige hints, waarna het noodlot ongenadig hard toeslaat. Student media technology Tom Breedveld (28) smeedt het met filmisch vernuft en een perfecte spanningsopbouw aan elkaar en verdient daarmee de eerste prijs.

Winnaar Tom Breedveld: 'Buitensluiting is een harnekkige ontsteking'

Gefeliciteerd, hoe kwam je op het idee voor dit verhaal?
‘Ik ben momenteel een roman aan het schrijven en een van mijn randfiguren was een getormenteerde ziel over wie ik graag meer wilde weten. Dit is haar “geschiedenis”, zeg maar. Volgens mij is het al schrijvende vaak zo dat je op een gegeven moment achter je personages aanloopt in plaats van andersom.’

Maar je schrijft dus vaker?
‘Behoorlijk veel: columns en reviews van games en films voor de website van mijn vader (frontaalnaakt.nl), en tot voor kort ook mijn eigen website (downtime-chronicles.com). Ik heb een jaar geleden een korte film gemaakt die nu draait in het festivalcircuit. Ik ben bezig met een roman (in het Engels), waar de eerste 20.000 woorden nu van gereed zijn.’
 
Waarom wilde je Poolse geschiedenis in het verhaal betrekken?
‘Het fenomeen van eenzaamheid en buitensluiting dat helaas veel te veel mensen moeten ondervinden, is een soort hardnekkige ontsteking die we maar niet weg krijgen. Ik vind de mensonterendheid die daaraan ten grondslag ligt ziekelijk. Helaas is dit bijna een garantie als je een allochtone achtergrond hebt, een soort mismaakt erfrecht. Omdat ik het idee krijg dat we niet heel veel hebben geleerd van de vorige eeuw (of de lessen zakken goed weg), wilde ik het idee van een allochtone achtergrond zoals we dat nu interpreteren in verbinding brengen met de vreemdelingenhaat van zo’n tachtig jaar geleden.

‘Tot slot deed het lot van de Oekraïense vluchtelingen (die veel mensen nu ineens wel het idee geeft dat ‘het dus toch iedereen kan overkomen’) me denken dat er wellicht overlap was met hoe de Poolse vluchtelingen in 1939 zich moeten hebben gevoeld.’
  
Wie zijn je literaire voorbeelden?
‘David Foster Wallace, met zijn snijdende en onontkoombare volzinnen die zich toch afzetten tegen makkelijk cynisme. Hilary Mantel, die in drie zinnen een leven aan emoties in kaart weet te brengen, en stripschrijvers Alan Moore (ja, strips zijn literatuur, en nee, graphic novel is een snobistische term en onnodig), Grant Morrison, David Mazzuchelli en Art Spiegelman.

‘Op Nederlands gebied ben ik wellicht cliché, maar clichés zijn clichés omdat ze werken: W.F. Hermans, Jan Wolkers, Louis Couperus. En Anne Frank’s dagboek; dat schreef ze op zestienjarige leeftijd in die situatie - daar kan niemand aan tippen.’
 
Wat koop je van de €250 aan boekenbonnen?
‘Ik houd een lijst bij van boeken die ik nog wil (als het goedkoper is dan 10 euro mag ik het van mezelf meteen kopen), en ik liet laatst Excel de prijzen van alle boeken bij elkaar optellen. Ik heb zo’n 10.000 euro nodig om alles te kopen.

‘Ik vind het passend om mijn Nederlandse literatuur met deze prijs uit te breiden (en die alleen in Leiden uit te geven, mits mogelijk), dus ik ga voor de vier novelles van Nescio, maar ik koop er zeker ook een paar dingen van die ik al heel lang wil - de Vier Grote Chinese Romans van zo’n 1000 jaar geleden die nu schappelijk te krijgen zijn, mooie uitgaves van de essays van Frantz Fanon en James Baldwin, The Annotated Wizard of Oz, de brievenwisselingen van Lovecraft, Hilary Mantel’s Cromwell Trilogy, wat Batman-strips natuurlijk en Salvador Dali schreef ooit een script voor The Marx Brothers die nooit is verfilmd maar nu wel is verstript, Giraffes on Horseback Salad.’