Column: Moestuin

Groen zijn en doen is hip. Het is dan ook geen wonder dat de EO binnenkort met een moestuinbattle komt, waarin de deelnemers uiteindelijk een sterrengerecht van eigen teelt moeten bereiden. Of ik het net zo trouw zal kijken als Heel Holland Bakt durf ik niet te zeggen, maar de evangelisten doen er wijs aan om in te haken op dat zogenoemde ‘stukje beleving’. Ook dat begrip is hot, heb ik me laten vertellen.
Het is dan ook uitermate slim van de Appie Heijn om mee te liften op de groene golf. Nou heb ik niet fanatiek voetbalplaatjes gespaard en staan er ook geen kristalglas glazen in mijn kast, maar de moestuintjes moest en zou ik hebben. Hier heb ik dan ook mijn mamsie lief voor aangekeken, want zelf doe ik geen boodschappen bij de blauwe supermarkt.
Dus zo kwam het ik dat me op een dag in de trein naar Leiden bevond, op de terugweg van het anderhalfmaandelijkse bezoek aan het ouderlijk gezag in Zeeland. De stoel naast mij was bezet door een rugtas volgestouwd met een overlevingspakket (want mijn ouders denken na zes jaar nog steeds dat ik niet voor mezelf kan zorgen) en een plastic zak vol moestuintjes.
Ik ben een echte stiltenazi, zeker met een nacht van vier uur slaap achter de rug. Gekroond met een koptelefoon zetel ik me dan bewust in de stiltecoupé, om lekker in mijn eigen wereld chagrijnig en moe te zijn.
Zo rond Bergen op Zoom vond een of ander gezellig dik moeke het nodig om de rust te verstoren door al luid telefonerend tegenover me te gaan zitten. Daar heeft vrijwel iedere treinreiziger een broertje dood aan, maar gelukkig hing ze al vrij vlot op, deels omdat ik naar de tekst op de ruiten wees. Daarna kon ze echter haar zuchten niet onderdrukken, en keek ze medereizigers veelbetekenend aan in de hoop ergens een praatje aan te kunnen knopen. Ook hield ze mij en vooral het tasje naast me met haviksogen in de gaten.
Blijkbaar kon ze haar nieuwsgierigheid niet langer onderdrukken en was het aan mijn chagrijnige kop ook niet duidelijk genoeg te zien dat ik absoluut geen zin in haar had.
‘Zie ik daar nou moestuintjes?’ De koptelefoon ging af en ik knikte, me nog steeds houdend aan de geboden van de stiltecoupé. ‘Je hebt niet heel toevallig de veldsla en de aubergine hè? Mijn Vlinder mist die nog.’
Blewgh. Ik ben sowieso allergisch voor mensen die hun kinderen naar dieren vernoemen. Is mij te new age. Je hoorde aan haar stem, die hoopvol een paar tonen omhoog ging, dat ze haar kind krampachtig beloofd had dat ze alle tuintjes zou bemachtigen en ze boog al voorover om de inhoud van de plastic tas te inspecteren.
‘Kijk, mevrouw-’ zuchtte ik, me met moeite inhoudend om haar niet een verbale loeier te geven‘, - mijn moestuintje is compleet. En dat hou ik graag zo. Bovendien zit u in een stiltecoupé, dus zullen we ook dat zo houden?’ Verontwaardigd puffend zakte ze terug in de paarse stoel, om gelukkig haar klep te houden tot Roosendaal. Bij het verlaten van de trein draaide ze zich nog naar me om: ‘Nou moet ik mijn Vlinder teleurstellen. Kinderachtig hoor. Die moestuintjes, daar ben jij toch veel te oud voor!’

Esha Metiary
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media

Deel dit bericht:

Voorpagina

Betrapt door Poekie

Een Leidse biologe studeerde af op een manier om katten te herkennen aan hun haren. Daar …

Achtergrond

Steeds meer jonkies

Het aantal studenten onder de achttien is in tien jaar tijd meer dan verdubbeld. Hoe …

Wetenschap

Nieuws

English page