Opinie: Alleen voor probleemlozen

Drang om studierendement te verhogen leidt gemakkelijk tot niveauverlaging

Geesteswetenschappen wil herkansingen schrappen, maar iemand heeft nog kunnen aantonen dat het rendement van één toets hoger is, meent Joost Augusteijn.

Niet voor de eerste keer in de laatste jaren is de discussie over studierendementen weer opgerakeld, nu door het kabinet. De Universiteit Leiden loopt in haar reactie weer eens voorop bij het bedenken en invoeren van strenge maatregelen zoals een bsa voor het tweede jaar. Met het gevaar dat ze een andere doelstelling, het aantrekken van meer studenten, uit het oog verliest. Blijkbaar kan men zich niet meer herinneren wat de invoering van het bsa in de propedeuse deed met het marktaandeel.
Geesteswetenschappen gaat het verst in haar hervormingsdrang. In het kort wil de faculteit voor alle cursussen herkansingen afschaffen, het onderwijs alleen nog in vier blokken van 15-ects aanbieden en per college minstens drie toetsmomenten voorschrijven waarbij geen enkel onderdeel voor meer dan 40 procent het eindcijfer mag bepalen.
Nu snap ik dat men door de (financiële) druk die op de universiteit wordt uitgeoefend rendementen wil verhogen, maar de vraag is of deze manier werkt en wat de (neven)effecten ervan zijn.
Allereerst brengen deze hervormingen veel werk met zich mee. Alle onderwijsprogramma’s moeten hun opzet aanpassen aan de blokstructuur. De propedeuse bij mijn opleiding, geschiedenis, is bijvoorbeeld met elf onderdelen rekenkundig niet te vatten in een blokkenstructuur, terwijl de history master met alleen 10-punts vakken er ook al niet in past. Tevens moeten alle docenten hun examinering aanpassen.
Het verbod op deeltoetsen die voor meer dan 40 procent meetellen tast ook de integriteit van sommige opleidingen aan. De leerdoelen stellen dat wij geschiedenisstudenten opleiden tot zelfstandige onderzoekers met goede schriftelijke vaardigheden. Hiervoor is een cijferbepalend groot werkstuk in elk semester van de opleiding een essentieel onderdeel. Deze vaardigheid, waarmee onze alumni hun voordeel doen op de arbeidsmarkt, zou nu onmogelijk worden om aan te leren. De gedwongen plaatsing van de minor in één semester ondermijnt ook nog eens de leerlijnen waarvan de faculteit graag ziet dat we die uitzetten ten behoeve van ons vaardighedenonderwijs.
De stelling dat het extra werk in de meervoudige tentaminering wordt gecompenseerd door de afschaffing van herkansingen is voor (met name grote) opleidingen slechts marginaal. De ervaring leert namelijk dat er bij elk tentamen wel een groepje studenten ziek is of last heeft van defecte treinen. Voor hen moet sowieso een herkansingsmogelijkheid worden gecreëerd. Het feit dat een blokkensysteem noodzakelijkerwijs tot meer vakken van 5-ects leidt, zorgt ook voor een verhoging van de onderwijsbelasting.
Verder is het de vraag hoe de beschikbaarheid van voldoende tentamenzalen bij het afschaffen van een aparte tentamenperiode kan worden gegarandeerd om nog maar te zwijgen van het toenemende beroep op studiecoördinatoren en examencommissie om uitzonderingen te maken voor speciale gevallen. Iets wat nu ook al aantoonbaar gebeurt als gevolg van de maatregelen die in de afgelopen jaren zijn genomen. Hoe strenger de regels hoe minder ruimte voor studenten met ziektes, psychosociale klachten en andere problematiek.
Voordat we dit alles over onszelf afroepen moeten de voordelen wel heel zeker zijn. De basisveronderstelling die achter alle plannen ligt, is dat het niet nominaal studeren door studenten alleen het gevolg is van te luie studenten. Internationaal onderzoek laat echter zien dat in Nederland studenten niet minder tijd besteden aan hun studie dan in andere landen, zelfs niet in Harvard! Dat de vergelijking met het buitenland met betrekking tot de rendementen mank gaat, is een gevolg van het feit dat met name in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten studenten eigenlijk geen onvoldoende kunnen halen zolang ze maar iets inleveren. Wij eisen een relatief hoog minimumniveau, dus niet voldoende presteren heeft hier veel meer invloed op de rendementscijfers. Hoewel er ongetwijfeld studenten zijn die harder kunnen werken, zijn er ook veel die moeite hebben om het niveau te halen of met problemen kampen.
Als de herkansingen afgeschaft worden, zal de eerste groep inderdaad sneller studeren maar zal de tweede afvallen en het eindrendement dus lager worden. Niemand heeft nog kunnen aantonen dat het rendement van één toets hoger is dan van twee als de herkansing de laatste kans is.
Met deze hervormingen krijgen we opleidingen die alleen voor de probleemloze gevallen functioneren. De vraag is of we dat ons als universiteit en maatschappij wel kunnen permitteren. Als examencommissie-lid en docent merk ik nu al dat er een grote groep studenten is die juist te hard werkt, te veel druk op zichzelf legt en daaraan onderdoor gaat.
Het is zaak om verschillende opleidingen zelf de mogelijkheid te geven om een manier te vinden de onderliggende principes van de huidige voorstellen op eigen wijze in hun opleiding in te passen. Anders zal het haast onontkoombare gevolg van de drang om de rendementen te verhogen alleen niveauverlaging kunnen zijn - hoeveel nadruk er ook ligt op de stelling dat de kwaliteit niet omlaag mag.

Joost Augustijn is docent en lid van de examencommissie, opleiding geschiedenis

Deel dit bericht: