‘Het belangrijkste?Altijd rustig blijven’

De receptionisten van het Academiegebouw

Marc de Haan

Door Thomas Blondeau

John Laterveer (20 dienstjaren, midden): ‘Als ze van Rechten zijn, merk je dat. Een archeoloog kleedt zich toch anders. Ook netjes hoor, daar niet van. Maar Rechten, dat zie je aan de mantelpakjes. Die komen ook altijd met een grote bende tegelijk naar het Zweetkamertje.’
Rens van der Ark (27 jaar, rechts): ‘Je hebt er soms ook een tussen die het met stift probeert. Dat mag al niet meer sinds de jaren tachtig. Toen kwam er ook een deur aan het kamertje. Geneeskundestudenten, die herken je ook van ver. Mensen die hier in het gebouw moeten zijn, hebben altijd wat te vieren. Oraties, afstuderen, promoties, feesten. Daarom is het fijne plek om hier te werken.’
Pieter van der Meulen (17 maanden): ‘Hiervoor werkte ik als postbode. Toen kwam de grote reorganisatie. PostNL heet het nu. Je kreeg cursussen aangeboden. Ik ben beveiliging gaan volgen. Leer je met mensen omgaan, krijg je rechts- en wetskennis. En dat je rustig moet blijven met moeilijke gevallen.’
Laterveer: ‘Altijd rustig blijven. Dat is het belangrijkste.’
Van der Ark: ‘Rustig blijven, ja. En als het vervelend wordt, vragen of ze weggaan. Ik ben marinier geweest. Maar daar heb ik nooit iets van moeten gebruiken.’
Laterveer: ‘Een tijdje geleden zette een man zijn fiets tegen het hek en liep het Academiegebouw in. Ik achter hem aan, je rook de alcohol. Gevraagd of hij weg wou gaan. Dat deed hij. Maar even later kwam hij terug en begon hij me uit te kafferen: “Dit en dat, ambtenaar, je moet …” Nou, toen heb ik hem gezegd dat hij moest wegwezen.’
Van der Meulen: ‘Bij de post waren het vroeger ook allemaal ambtenaren. Ik heb dat zien veranderen. Nu ben ik weer terug bij ambtenaren. Dat vind ik fijner, gemoedelijker. Gevoelsmatig dan.’
Van der Ark: ‘Of het Academiegebouw de ereplek is voor portiers? Goh, ja - we heten overigens receptionisten nu – ik heb hier wel heel wat bijzondere mensen voorbij zien trekken. Bush, de keizer van Japan, de koningin, Karzai… Mandela, die maakte nog het meeste indruk op me.’
Laterveer: ‘Als receptionist moet je alles voortdurend in de gaten houden. Ik werkte vroeger in het Lipsius. Als daar de college-uren waren afgelopen, moest ik tien minuten lang alleen maar sleutels inwisselen. En je moet weten hoe je omgaat met de mensen daar. Anders word je licht in je hoofd op zulke momenten.’
Van der Meulen: ‘Je hebt altijd wat te doen. Soms lees je een krantje.’
Van der Ark: ‘Geen internetten of filmpjes. Een boek? Wat is dat?’
Laterveer: ‘Die achterkant van Mare. Die vind ik nou het leukst.’

Deel dit bericht: