Achtergrond
Stop toch met dierproeven ?
De dode bij een Franse medicijnproef toont voor Dick de Vos (PvdD Leiden) andermaal het failliet van dierproeven aan. Juist Leiden zou vaart achter alternatieven moeten zetten.
donderdag 4 februari 2016
Hondje Laika was het eerste dier dat in een baan om de aarde werd gebracht, in de satelliet Spoetnik 2. Het bewees dat een verblijf in de ruimte niet dodelijk hoefde te zijn, en baande de weg voor menselijke ruimtevaart. Ze stierf tijdens de vlucht aan ov

Op 7 januari ging het in een privé-kliniek in Rennes gruwelijk mis. Negentig vrijwilligers kregen een nieuw ontwikkelde pijnstiller toegediend in wisselende doseringen. Zes proefpersonen begonnen zich na drie dagen ziek te voelen. Een man raakte in coma en overleed op 17 januari. De andere vijf hebben mogelijk blijvende hersenschade.

Deze proef drukt ons weer uiterst pijnlijk op de feiten: als een middel werkt bij dieren, is dat geen garantie dat het ook bij mensen werkt. Dat kan ook niet anders: mensen en dieren lijken op elkaar, maar zijn ook verschillend. Ze hebben vaak andere varianten van de ziekte waarvoor de medicijnen bedoeld zijn. En dus reageren mensen anders op toegebrachte stoffen dan de dieren waarop ze eerder getest zijn.

Anders gezegd: na veel dierproeven weten we exact hoe een medicijn bij muizen werkt, maar niet bij de mens: er moet dan altijd nog een vertaalslag worden gemaakt. De Partij voor de Dieren wil die vertaalslag op een andere manier: zonder proefdieren.

In 2013 werden in Nederland 517.181 proefdieren gebruikt en gedood. In 1990 waren dit er nog ongeveer 600.000. Een daling dus, maar wel heel langzaam. Minder bekend is dat ongeveer evenveel proefdieren als ‘overbodige voorraad’ worden gehouden en gedood. En dit aantal neemt nog elk jaar toe.

Dus ondanks het overheidsvoornemen van Verfijning, Vermindering en Vervanging van dierproeven zit er maar weinig schot in de afbouw van proefdieren. Dat komt omdat er, om het maar modern te zeggen, geen sense of urgency is.

Waarom zou je ook, als farmaceut? Proefdieren gebruiken is sneller en gemakkelijker dan het ontwikkelen van tijdrovende en dure alternatieven.

De farmaceutische industrie profileert zich graag als charitatieve instelling, met geen ander doel dan hét medicijn te ontwikkelen tegen kanker of een zeldzame ziekte. In werkelijkheid zijn het natuurlijk commerciële bedrijven met als belangrijkste doel winstmaximalisatie. Twee derde van alle dierproeven worden bovendien helemaal niet uitgevoerd voor medicijnontwikkeling, maar voor niet-medisch onderzoek of onderzoek naar schadelijke stoffen.

Muizen zijn met vijftig procent het favoriete dier. Ze zijn klein, makkelijk te houden en eenvoudig genetisch te manipuleren. Ze zijn ook te standaardiseren, anders zijn de resultaten statistisch onbruikbaar.

Daar zit hem dus de kneep: je vergelijkt kortlevende, gestandaardiseerde dieren met de lange levens van mensen, die onderling sterk van elkaar verschillen in aanleg en levensstijl. Dat maakt veel dierproeven per definitie onbruikbaar.

Kritiek komt er niet alleen uit de dierenwelzijnshoek, maar ook van binnenuit.

De Leidse hoogleraar diabetologie Bart Roep sprak zich in een spraakmakend NRC-interview het duidelijkst uit: ‘Van de 307 middelen die in de afgelopen jaren in testen bij muizen diabetes leken te bestrijden zijn er slechts drie of vier van enige waarde voor de mens gebleken.’

Veel dierproefnemers willen zelf ook van die dierproeven af, maar voelen zich gevangen in het systeem. Experimenteren met alternatieven doen ze letterlijk in de marge. Ik sprak met enkele tegendraadse labmedewerkers. ‘Niemand van ons vindt het leuk om dieren te kwellen. Dus ontwikkelen we alternatieven in onze vrije tijd, zonder formele opdracht van onze manager en met nagenoeg geen budget.’

Op voorstel van de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren is het budget voor de ontwikkeling van alternatieven vergroot, maar het is altijd nog een fractie van het reguliere budget. Dat gaat niet voor de gewenste doorbraak zorgen.

Maar er is hoop: op 2 november 2015 maakte toenmalig staatssecretaris van Economische Zaken Dijksma bekend ‘de gedachte te steunen’ om een fonds op te richten dat gaat investeren in proeven waarbij in het geheel geen dieren meer nodig zijn. De ambitie is dat Nederland in 2025 wereldleider is in proefdiervrij onderzoek.

Waar anders dan in Leiden, met de unieke combinatie van een Universiteit, een universitair ziekenhuis en een BioScience Park zou dat onderzoek moeten plaatsvinden? We hebben immers al een aantal bedrijven die alternatieven ontwikkelen. Hiermee zou het BSP Leiden zich internationaal op de kaart kunnen zetten; een enorme stap. De vervolgstap is dan het volledig afzweren van dierproeven.

Voorstanders van dierproeven schieten zonder uitzondering in de kramp: afschaffen van dierproeven zou onmogelijk zijn. Maar, zei Mandela, ‘iets is altijd onmogelijk tot het gedaan is’. Het vraagt wel een omslag in denken en inspanning van de farmaceutische industrie.

Laten we een voorbeeld nemen aan de Amerikaanse president Kennedy. Die wilde in 1962 binnen tien jaar een mens op de maan. ‘We choose to go to the moon in this decade [ ..], not because it is easy, but because it is hard.’ Het werden er zeven.

Dick de Vos is gemeenteraadslid te Leiden,namens de Partij voor de Dieren.