Ferme tikken op het achterwerk

Foto: Marc de Haan

Door Constanteyn Roelofs

 ‘Geile ovalen tussen de palen!’ Het clublied van het Leids Studenten Rugbygezelschap schalt over het Rapenburg. Secretary Robbert van der Linde kijkt tevreden terug op het seizoen. ‘Beide teams hebben een klinkende overwinning behaald, waarmee ze beide de derde plaats in de poule veilig stelden. Net niet genoeg voor de play-offs, maar toch een mooi resultaat.’

Traditiegetrouw eindigt de competitie met een borrel in stamkroeg L’espérance. Manoeuvreren in het kleine doch gezellige lokaal is niet gemakkelijk; de meeste spelers hebben de bouw van een brandkast en het gemiddelde gewicht ligt ruim boven de honderd kilo.
Er worden stropdassen uitgereikt aan de jongens die hun eerste seizoen hebben overleefd. De eerste die de rood-blauw gestreepte das krijgt, is rechtenstudent Wout Schrama. President Mika Naulais roemt zijn kwaliteiten: het aplomb waarmee hij de eerste rij versterkt en de hoffelijke manier waarop hij de leden in zijn comfortabele Citroen naar uitwedstrijden chauffeert.
Dan is het tijd voor de Zumba. Van der Linde legt uit. ‘Nee, dat is niet een of andere hippe fitnessdans waarmee blije huisvrouwen de kilo’s te lijf gaan, maar een initiatieritueel voor een speler die zijn eerste try heeft gescoord. De gelukkige rent slechts gehuld in das een rondje over het Rapenburg, waarna een erehaag van spelers hem ontvangt met ferme tikken op het ontblote achterwerk, felicitaties en bier.’
En zo geschiedde. ‘Broek uit! Hou je das om!’ De oudere leden dansen in een cirkel om de eerstejaars heen. ‘Ik kan helemaal niet rennen’, probeert die nog. ‘Ik ben geblesseerd! Tevergeefs. Op een drafje weet hij het rondje keurig af te maken.
Dat er volgend jaar weer enthousiast wordt gespeeld is zeker, zegt Van der Linde. Maar het is nog de vraag waar. ‘We zijn nog volop in onderhandeling met het universitair sportcentrum over hoe het nieuwe veld eruit gaat zien. Op het moment lijkt het erop dat er een gecombineerd kunstgrasveld komt voor de voetbal en de rugby.’
Oud-president Tom Beunder: ‘Ach, een kunstgrasveld speelt prima. Je bent alleen aan het eind van de wedstrijd wat smeriger. Elke val betekent namelijk een schaafwond en bij iedere scrum, tackle of ruck ben je elkaar aan het insmeren. Na een uitwedstrijd op kunstgras in Nijmegen had ik het bloed van tien tegenstanders op mijn shirt. Dat is mooi.’
’Het belangrijkste is dat we op dezelfde plaats, het Palenpad, mogen blijven spelen. Dat veld hoort echt bij het LSRG: hier zijn levenslange vriendschappen gevormd en rugbylegendes opgestaan.’

Deel dit bericht: