Het Grote Gitaargeheim

Vanderbuyst doet tijden van tijgerbroeken herleven

Willem Verbuyst: ‘Het is niet alleen maar romantiek.’

Door Frank Provoost

Hardrocktrio Vanderbuyst bestormt in recordtempo podia door heel Europa. Een bliksemcarrière in drie beslissende momenten.

Middelburg, 6 februari 2010. Maar liefst drie hardrockbands spelen er in concertzaal De Spot. Decibellen genoeg dus. Alleen: uit de lege zaal echoot alles keihard terug. Er zijn namelijk evenveel betalende bezoekers als bandleden. Bij de meeste muzikanten is daarom de lamlendigheid toegeslagen. Vol overgave storten ze zich op de koelkast. Een enkeling probeert in de kleedkamer te surfen op een strijkplank. Die sneuvelt.
Vanderbuyst, de laatste band van de avond, begint ondertussen onverstoorbaar aan hun warming-up: vingers inspelen, kelen warm zingen, stokken inslaan. Zorgvuldig knipt zanger-bassist Jochem Jonkman de mouwen van zijn geruite bloesje. Want: mouwen ‘zijn niet rock ’n roll’.
Wel rock ’n roll zijn de strakke (tijger)broeken, hoge basketballschoenen, kogelriemen en natuurlijk: wapperhaar. Oude hardrock en heavy metal is heilig, blijkt als het trio na elven het podium beklimt. Jonkmans galmzang lijkt op die van Phil Lynnot, de te vroeg gestorven voorman van Thin Lizzy. Barry van Esbroek is de helblonde evenknie van Muppet-trommelgod Animal, inclusief de onvermijdelijke drumsolo’s.
En dan is er nog Nederlands Best Bewaarde Gitaargeheim Zelf: Willem Verbuyst, naar wie de band volgens een oud-Hollandse traditie (Van Halen, Vandenberg) is vernoemd. Als een bezetene laat hij zijn vingers over zijn witte Flying V racen. Continu headbangend maakt hij uitzinnig kauwende bewegingen, alsof hij de rondslingerende noten stuk voor stuk wil opvreten. Hij gooit zijn gitaar in zijn nek, of smijt hem op de grond, om hem vervolgens met zijn riem vol ijzeren studs te geselen.
Voor een zo goed als lege zaal speelt Vanderbuyst twee keer dezelfde set achter elkaar. Rond één uur gaan de laatste bezoekers uitgeput naar huis. ‘Zo’, zegt Verbuyst, als hij het podium afstapt. ‘Lekker gerepeteerd.’

Antwerpen, 17 mei 2011. ‘’t Is dit… of de dood!’ Met zijn vuisten in de lucht kijkt Verbuyst hoe de bejaarde Biff Byford, zanger van de Britse hardrockband Saxon, een uitverkochte Trix uit zijn hand laat eten. ‘Sommige mensen willen heel intellectueel vanuit hun leunstoel moeilijke structuren uitvissen’, zo verklaart hij zijn hardrockpoetica. ‘Maar je hebt ook lui die na een week klotewerk gewoon bier gaan drinken en naar mooie melodieën willen luisteren waar ze gelukkig van worden.’
Vijfentwintig keer mag Vanderbuyst het voorprogramma van hun helden verzorgen. Als ‘kleine jongens tussen de grote mannen’ toeren ze door heel Europa. Die ambitie hadden ze al toen ze drie jaar geleden begonnen als bloedserieuze onderneming. Van Esbroek: ‘We wilden echt ons best doen.’ Verbuyst: ‘Eerst fatsoenlijk spelen, dan komt het feestje later wel. Ik heb vaak genoeg in bandjes gezeten waarin dat andersom was.’
Dat is ook de reden dat ze zich hebben ‘ingelapt’. Want ook al zijn ze door Saxon uitverkoren als support act, ze moesten wel tienduizend euro betalen. Verbuyst: ‘Daar moet je heel wat T-shirtjes voor verkopen.’ Van Esbroek: ‘We hebben allemaal geld geleend bij familie.’ Jonkman: ‘Maar Saxon trekt precies het goede publiek. Zoveel mensen zouden we anders nooit bereiken.’

München, 1 juni 2011. ‘Zugabe! Zugabe!’  De overvolle Backstage Club schreeuwt om meer. Na afloop is het dringen bij de merchandise. Fans willen patches en platen kopen, handen schudden, of een handtekening op een ansichtkaart of opgevangen drumstok. ‘Hardrock-Geschichte’, zal de Duitse pers jubelen. ‘Von dieser Band werden wir noch viel hören.’ Die voorspelling lijkt uit te komen. Het komende halfjaar zullen talloze shows volgen, door heel Europa. In januari nog in Parijs tot Dublin en Londen.
Jammer van de regen, zegt Van Esbroek na afloop van het optreden in München, want dat is slecht voor de begroting. ‘Meestal rijden we naar een afgelegen weggetje en rollen in de middle of nowhere onze matjes uit. Nu moeten we een hotel boeken.’ Wildkamperen heeft ook nadelen, zegt Verbuyst: ‘Volgende keer neem ik een tekentang mee. Mensen zien dan wel stoere rockers op het podium, maar het is niet alleen maar romantiek.’

Serious Herrie met Vanderbuyst, Aux Raus, Gewapend Beton, e.a.
LVC, di 20 dec, € 7,50

Deel dit bericht: