Niet alleen maar akkoorden stampen

Het Nederlands Studenten Kamerkoor oefent minstens acht uur per dag

Foto Jan Zandee Het Nederlands Studenten Kamerkoorachtergrond beleeft een intensieve week. ‘We doen bijna alles samen.’

Door Monica Preller

Zaterdag treedt het Nederlands Studenten Kamerkoor op in Leiden. Mare ging alvast kijken bij de repetitie op een afgelegen kampeerterrein in het Brabantse Sint-Michielsgestel. ‘We hoeven niet enkel noten te poepen.’

‘Zum heil! Zum heil! Zum heil!’ Het hoge, strak geregisseerde stemgeluid van een dertigtal studenten van het Nederlands Studenten Kamerkoor (NSK) brengt de afgelegen oefenruimte op een kampeerterrein in Sint-Michielsgestel naar hoger sferen. Alleen is de Hongaarse dirigent Béni Csillag nog niet tevreden. 

‘Ho maar, ho. Ik wil geen crescendo. En meer zang, we zijn geen altviolisten…’ Zodra hij zijn armen weer heft, vullen de klanken uit ‘Die Schöpfung’ van Joseph Haydn de ruimte.
‘Oké, stop maar weer.’ Streng kijkt Csillag de koorleden aan. ‘Ik wil dat we allemaal tegelijk beginnen. Hoe laat is het trouwens? Kwart voor zes? Nog een kwartier voor het avondeten.’
‘Vijf minuten!’, klinkt het van de achterste rij.
Na vijf minuten zit het koor in een eetzaal boven een bord pasta met rode saus. ‘‘Die Schöpfung’ is niet voor een koor geschreven. We zingen een twaalfstemmig arrangement. Eigenlijk vervangen wij dus de instrumenten’, vertelt Hannah Li (21, archeologie). ‘Heel bijzonder, maar ‘In the beginning’, van Aaron Kopland, is mijn lievelingsstuk. Dat gaat over het christelijke scheppingsverhaal.’
‘Dat is ook het nieuwste thema van ons koor’, vult NSK-voorzitter Charlotte Povel (25, Vergelijkende Indo-Europese taalwetenschap) aan.
‘Vorig jaar was de muziek waar we mee optraden best wel abstract. Het waren veel onbekende nummers. Ik denk dat de geest van ons koor is veranderd. We hebben een toegankelijker programma nu, met ‘Lord, what a morning’ en een arrangement van Psalm 14. We treden ook voor het eerst op met deze dirigent.’
Het NSK is blij met de nieuwe koorleider. Tweede bas Daan van Velzen (24, wiskunde): ‘Hij is wat enthousiaster dan de vorige. Soms wel een beetje overdreven, maar hij gaat helemaal op in de muziek.’
Eerste bas Fedde Fagginger (22, sterrenkunde) is het met hem eens. ‘We hoeven van deze dirigent niet alleen maar akkoorden te stampen, maar we mogen ook nadenken over de artistieke invulling.’ Povel knikt: ‘We hoeven niet alleen maar noten te poepen.’
Het is een intensieve week voor de eerste uitvoering: iedere dag oefent het koor minstens acht uur.
Van Velzen: ‘We doen bijna alles samen deze week. We eten met elkaar en liggen met elkaar op een slaapzaal. Alleen de dirigent en de stemcoach niet, die hebben een aparte vleugel in de groepsaccommodatie.’
Povel lacht: ‘Verschil moet er wezen.’
Hier en daar missen de koorleden wat colleges. Fagginer: ‘Het was goed plannen en schuiven.’
Van Velzen: ‘Ik mis ook een paar colleges in de tijd dat ik hier ben. Maar de repetitiedagen vliegen voorbij. We hebben een mooie groep. Iedereen is geconcentreerd met de muziek bezig.’
Fagginger: ‘We doen ook spelletjes na het oefenen. En elk anderhalf uur tijdens de repetitie is er een pauze. Ik zit in de NSKoekjes, de commissie die dan voor koekjes zorgt. Maar het is goed te doen, want ik geniet enorm van het zingen.’
Povel: ‘De arrangementen van de psalmen voelen als een warm bad.’

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Nieuws

Rubrieken

English page