Klompklachten - poeptransplantatie - koolstofkoordjes

Klompklachten
Leidse archeologen bestudeerden 132 stoffelijke overschotten, afkomstig van een negentiende-eeuws kerkhof in het dorpje Middenbeemster.
Meer dan één op de acht skeletten vertoonde sporen van zogeheten osteochondritis dessicans bij de voeten: een gewrichts- probleem dat wordt veroorzaakt door kleine scheurtjes in bot en kraakbeen. Tegenwoordig komt het voor bij grofweg één op de dertigduizend mensen. Waarom hadden de Middenbeemsteraars het dan zo veel meer?
Er zijn aanwijzingen dat sommige families een erfelijke aanleg voor deze vorm van osteochondritis hebben, maar dan zou je ook in andere lichaamsdelen dan de voeten scheurtjes verwachten.
De onderzoekers vermoeden dat de oorzaak gezocht moet worden in een combinatie van het harde negentiende-eeuwse werk, en het dragen van klompen. Het onbuigzame wilgenhout levert een grotere mechanische belasting op voor de voeten dan gewone schoenen, en zelfs die kunnen al bijdragen aan allerlei chronisch voetletsel. De cultuur van de mensen is dus terug te zien in hun skelet, schrijven de archeologen in het International Journal of Paleopathology.

Poeptransplantatie
Als je dikke muizen een poeptransplantatie geeft afkomstig van dunne muizen, worden ze dunner. Zou dat bij mensen ook kunnen? En zo ja, hoe kan dat dan? In Cell Metabolism staat een artikel over poeptransplantaties bij 44 mensen met metabool syndroom; Leidenaren Amy Harms en Thomas Hankemeier schreven mee.
Metabool syndroom is een verzameling van dikkemensenklachten: veel buikvet, hoge bloedsuiker, hoge cholesterol: vaak ontwikkelen de patiënten later suikerziekte. Het zou mooi zijn als je dat kon voorkomen, vandaar de transplantatie met dunnemensenpoep.
Dunner werden de patiënten niet, maar in de eerste paar weken nam wel gemiddeld gesproken hun gevoeligheid voor het hormoon insuline toe. Dat is een goed teken, want die gevoeligheid is juist laag bij het metaboolsyndroom, en draagt bij aan de hogere bloedsuiker. Alleen werkte het niet bij iedereen. Hoe lager de diversiteit aan bacteriën in je eigen poep, hoe groter de kans dat die van een ander iets voor je kan betekenen, ontdekten de onderzoekers.
Op de iets langere termijn keert de behandelde darmflora weer terug naar hoe ze eerst was, en zijn de gunstige effecten van de transplantatie verdwenen.

Koolstofkoordjes
Hele dunne koolstofbuisjes – meestal aangeduid als carbon nanotubes –zijn supersterk, en uitstekende geleiders. De productie ervan stijgt al jaren, en als over een paar jaar wat patenten verlopen zal dat nog veel sneller gaan. Dat roept de vraag op of ze kwaad kunnen als ze in het milieu terecht komen. De Leidse ecotoxicoloog Willie Peijnenburg is een van de mensen die dat uitzoekt.
Samen met een aantal Chinese en Canadese collega’s schreef hij een artikel in vakblad Environmental Pollution over de gevolgen van water met koolstofkoordjes erin op planten.
Bij hoge concentraties van een gram koolstof per liter hebben planten er last van, maar als die waarde twintig keer lager is, lijkt de plant er wisselend op te reageren: de fotosynthese verloopt beter, maar de wortels gaan er veel harder van groeien, ontdekten Peijnenburg en co.
Ook opvallend: de carbon nanotubes lijken de onderzochte plantjes een beetje te beschermen tegen de kwalijke effecten van het landbouwgif paraquat. Of dat nou komt doordat de sterk gegroeide wortels een beschermende werking bieden, doordat het gif vast blijft plakken op de buisjes, of door iets anders, is nog niet helemaal duidelijk.

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Studentenleven

Nieuws

Fondsen krijgen oppepper

Er komt meer geld voor de profileringsfondsen van universiteiten en hogescholen, maar ook …

Rubrieken

English page