Column: Kromme tenen

Onlangs woonde ik een lezing bij van Peter Gøtzsche, een Deense arts en wetenschapper, die in ons land was om zijn nieuwe boek Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad. Achter de schermen van de farmaceutische industrie te presenteren. De lezing vond plaats in het LUMC en was georganiseerd door het vakblad van de artsenfederatie KNMG, dus verwachtte ik iemand die op zijn minst zijn best zou doen om een betrouwbaar en genuanceerd verhaal te houden.
Zoals ik aan de weinig subtiele titel had kunnen afleiden, had Gøtzsche weinig goeds te melden over de farmaceutische industrie. De industrie heeft minstens zoveel doden op haar geweten als de maffia omdat ernstige bijwerkingen stelselmatig worden verzwegen. Artsen laten zich op grote schaal omkopen, onderzoekers houden moedwillig data achter en wetenschappelijke bladen publiceren alleen positieve resultaten, aldus Gøtzsche. Deze kritiek is niet nieuw. Dat er dingen mis zijn in de farmaceutische industrie en dat dat moet veranderen zullen weinig mensen ontkennen.
Wat mij frustreerde is dat Gøtzsche zelf ook feiten verdraaide en ze presenteerde op een manier die hem het beste uitkomt, net als wat hij de farmaceutische industrie verwijt. Hij zei bijvoorbeeld dat onderzoek heeft laten zien dat mensen die antidepressiva gebruiken allerlei klachten hebben die ze niet hebben in periodes dat ze die medicijnen niet gebruiken. Hij suggereert dat die klachten dus bijwerkingen zijn van de medicijnen (en deels zal hij daar gelijk in hebben),zonder rekening te houden met het feit dat die patiënten die pillen zijn gaan slikken omdat ze zieker zijn dan voorheen, en daarom misschien meer klachten hebben.
Gøtzsche leek mij intelligent genoeg om dit zelf te kunnen bedenken en anders had hij het kunnen lezen in het oorspronkelijke artikel waarin deze beperking wel wordt benoemd. Blijkbaar heeft hij besloten om dit achterwege te laten. Het enige wat zijn toehoorders, in dit geval een enkele arts maar vooral een grote groep geïnteresseerde buitenstaanders, meekrijgen is dat het slikken van antidepressiva leidt tot bijwerkingen, die er anders sowieso niet zouden zijn geweest, en dat je ze daarom maar beter niet kan innemen.
Zo zat zijn lezing vol met meer beweringen die letterlijk genomen misschien wel waar zijn (of niet), maar die zo uit hun verband worden getrokken dat ze geen goed beeld meer geven van de onderliggende bevindingen.
Misschien was het naïef van mij om een eerlijker – maar saaier – verhaal te verwachten. Dat is niet wat mensen willen horen en ik vermoed dat zijn boek dan een stuk minder goed zou verkopen. Niet alleen de farmaceutische industrie neemt het niet zo nauw met de werkelijkheid als er geld kan worden verdiend.
Na afloop van de lezing verliet ik dus met kromme tenen de zaal. Ik worstelde vooral met de vraag hoe ik als sceptische burger en kritische wetenschapper mijn mening kan vormen als zelfs op het vertrouwde terrein van het LUMC alle redelijkheid uit het debat wordt weggevaagd. Het had al geholpen als er tijdens de lezing ook ruimte was geweest voor een tegengeluid.
Het enige advies dat ik op dit moment kan geven: als je meer horrorverhalen wilt horen over de farmaceutische industrie: lees Het Proces van John Grisham, een fictieve roman over een grote rechtzaak die wordt aangespannen tegen een farmaceutisch bedrijf. Leest lekker weg en je hoeft je niet druk te maken over of het wel of niet waar is.

Laura Kervezee promoveert bij het Leids Universitair Medisch Centrum

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Wetenschap

Nieuws

Bèta's gooien plan om

De plannen voor de tweede fase van de bètacampus worden aangepast vanwege de hoge …

Rubrieken

Scriptie in Amerika

Mark van Haaren vertrok naar Harvard voor zijn masteronderzoek voor biomedische …

English page