Column: Dresscode

Op de universiteit is er gelegenheid voor allerlei soorten clubjes om zich hard te maken voor dat waar zij in geloven. Sportclubjes, stageclubjes, schrijfclubjes, toneelclubjes, presenteerclubjes en gewoon clubjes die een clubje willen zijn. Je ziet ze ook wel eens naast mij op deze pagina prijken.
De meeste van die clubjes hebben ook een aantoonbaar nut; naast persoonlijk welzijn en plezier is het natuurlijk uitermate belangrijk dat je op een wetenschappelijke wijze kunt schrijven en presenteren en dat je de kans hebt om in het buitenland te gaan studeren. You name it, we have it. Er is slechts nog één gezelschap waar ik al mijn hele universitaire carrière lang op zit te wachten; het kleedclubje.
Al zo lang als ik op het Lipsius rondloop, geniet ik van de kakafonie aan studenten die hun weg naar de geesteswetenschappen hebben gevonden. Dit is een plek waar subculturen kunnen gedijen en waar mainstream de underdog is.
Alto, gothic, lolita’s, hippie, emo, hipster: het Lipsius is een dierentuin aan stijlen.
Met je zwartblauwe haren op een bankje in de kantine zitten janken op de schouder van je vriend terwijl hij anime kijkt? Geen probleem. In kleermakerszit op de grond je broodje hummus smeren? Kan allemaal. In je laatste jaar naar college gaan met je haren in twee staartjes en een compleet roze outfit aan? Helemaal leuk.
En dat is precies waar ik het kleedclubje mis. Hoewel we door de universiteit zo goed en kwaad als het gaat op het echte leven worden voorbereid, is er niemand die ons kinders even aan het oor trekt. Iemand die vertelt dat het allemaal leuk en aardig is terwijl je rondloopt, maar dat je potentiele werkgever het tijdens een sollicitatiegesprek misschien wel fijn zou vinden om je aan te kunnen kijken terwijl hij met je praat en niet constant je ogen hoeft te zoeken door die zee van zwart haar. Of dat je staartjes en roze kleding niet helemaal in de bedrijfscultuur van je droombaan passen. Gewoon iemand die je vertelt dat de tijd van onbezorgdheid voorbij is, vandaag de lange weg naar morgen begint en dat je subcultuurgebonden kleding daar niet meer bij past.
Het is heus niet zo dat ik pleit voor inperking van de creatieve vrijheid of deelname aan de eenheidsworst, absoluut niet. Ook hoeven studenten wat mij betreft niet aan het handje langs het leven worden gevoerd. Maar als de universiteit op andere gebieden al vier jaar lang heeft bijgedragen aan de algemene opvoeding van een student dan kan, gezien de overkill aan hulpclubjes, een beetje kledingadvies voor en na de studie er heus wel vanaf.

Door Esha Metiary

Deel dit bericht:

Voorpagina

Achtergrond

Eindelijk openbaar!

Maandagavond maakte minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) het …

Zorgen om nieuwe site

De universiteitsraad maakt zich grote zorgen over de ontwikkeling van de nieuwe …

Wetenschap

Opgesloten schrijvers

Schrijver, uitgever en boekwinkel­directeur Maarten Asscher promoveert op literatuur …

English page