Jodelend in de schuilkelder

De Leidse jaren van Ramses Shaffy

Klassiekers als Sammy en Pastorale overstegen het beeld van de oudere, door drankzucht aangetaste Ramses Shaffy. Een biografie en een theatershow zorgen dat de herinnering aan de flamboyante chansonnier uit Leiden niet beperkt blijft tot zijn oeuvre.

Als Ramsès Chaffy (1933-2009) werd hij geboren in een constellatie die al meteen onalledaags was. Hij was de zoon van de Egyptische consul in Parijs en een Poolse werkloze moeder. Die laatste verliet haar man kort na haar huwelijk en beweerde dat zij Anastasia was, de dochter van de laatste tsaar, die door een wonder de executie door de communisten zou hebben overleefd.
Door de naderende wereldoorlog wordt de jongen die later zijn naam als Shaffy zal schrijven op een trein gezet naar een tante in Utrecht. Die plaatst hem al snel in een kindertehuis. Daar vindt hij een speelkameraadje in een geestelijk gehandicapt meisje. Die bleek te verwant te zijn met een Leids echtpaar waar hij een keertje gaat logeren. Over die ervaring schrijft zijn pleegmoeder in haar dagboek: ‘Arm, verlaten zieltje en waarom is hij bij ons komen aandrijven? Waarom moeten we de ouders vervangen? Niemand weet het. Maar toen hij met Pinksteren weer bij ons logeerde en de ellendige oorlogsdagen meemaakte, toen hij zich zoo moedig gedroeg en jodelend in de schuilkelder zat, besloten we hem blijvend tot ons te nemen.’ Had de dappere zevenjarige niet zo schallend in de schuilkelder gezeten, had de wereld hem misschien nooit gekend als de vertolker van zwierige nederchansons als Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder of We zullen doorgaan.
De tot twee keer toe in steek gelaten Shaffy fleurt op in het gezin van de Leidse hoogleraar cardiologie en zijn zorgzame en muziekminnende vrouw. Zijn biologische moeder was een begenadigd pianiste maar het zijn de pleegouders die Shaffy regelmaat en muzieklessen verschaffen. Een loopbaan als concertpianist is echter niet voor hem weggelegd. Daar is hij veel te ongedurig voor. Evenzo voor zijn school in Wassenaar waar hij vaak spijbelt om in Den Haag naar de bios te gaan.
Op zijn achttiende heeft hij geen diploma, maar wel veel levensdrang en een creativiteit die zich uit in muziek, toneel, fotografie en het vervaardigen van dameshoedjes. Als hij in Amsterdam mode gaat studeren, komt hij al snel op de toneelschool terecht. Een acteurs- en chansonniercarrière volgen.
Over zijn roerige eerste levensjaren zei Shaffy ooit: ‘Toen mijn ouders mij verlieten, dat was of mijn eigen leven aangevallen werd. [...] dit ontwikkelde een kracht in mij, een afschuwelijke kracht. Een kracht waar weinig mensen mee kunnen leven.’
Hoe succesvol hij zelf met die kracht omging, is open voor discussie. Hij werd drankzuchtig, had een turbulent liefdesleven en vaak geldproblemen. Hij trad toe tot de Bhagwan-sekte maar die religieuze omwenteling verhinderde niet dat de drank hem zorgafhankelijk maakte.
Toen de schemer doorzette in zijn laatste jaren, vulde Shaffy zijn dagen in rusthuis met het ophalen van jeugdherinneringen. En hoewel niemand de jaren ’60-levenslust van ‘magies sentrum’ Amsterdam zo goed bezongen heeft als hij, dacht hij vaak terug aan het klapstuk en de hutspot van Leids Ontzet; aldus de biograaf. Een detail dat in ieder ander leven allicht nietszeggend of tranentrekkerig was geweest. Maar in het leven van de adorabele aansteller Shaffy kan het alleen maar oprecht ontroerend zijn.

Sylvester Hoogmoed, We zien wel!
Het wonderlijke leven van Ramses Shaffy, 256 pgs., €19.95

Ramses
Leidse Schouwburg
Woe 14 december, 20.15u., € 29-39

Deel dit bericht: