Kinderverhaaltje

Door Petra Meijer

Het had een kinderboek over pesten kunnen zijn. Radza de olifant wordt door de andere olifantjes in een greppel geduwd. Zijn slagtand is kapot en zijn slurf doet pijn. Zielig. De reacties zijn voorspelbaar. De PVV is kwaad, het olifantenverblijf wordt de komende tijd goed bezocht, er volgen Radza-tassen en T-shirts en als het even meezit Kamervragen. Jammer voor Mauro.
Natuurlijk heeft de gewone Nederlander er op het journaal ook wat over te zeggen. ‘Ik krijg nu nog kippenvel als ik er aan terugdenk. Het is nog wel zo’n schat van een olifant.’
In China liepen de afgelopen weken ook de rillingen over ieders rug. Nietsvermoedend las ik een artikel in The Economist over China en soft power. Toen was daar ineens weer het verhaal van peuter Yueyue, en een link.
Zo gaat dat met blogs. Je denkt er niet bij na, maar klikt. Even hoor ik het vertrouwde geluid van een Chinese nieuwslezer, maar voor ik het weet zie ik hoe peuter Yueyue een weggetje op wandelt. De bestuurder van een wit busje geeft plotseling gas en rijdt dwars over haar heen. Terwijl het tweejarige meisje tegen de grond klapt, stopt de auto. Het meisje ligt eronder. Dan begint er ineens een angstaanjagend muziekje te spelen en geeft de auto weer langzaam gas, zodat ook zijn achterwielen over het meisje heen rijden. Er is nog aardig wat gas nodig om over deze ongewone hobbel heen te komen. Vervolgens begint de klok te lopen. In grote groene cijfers wordt het aantal mensen bijgehouden dat voorbij komt zonder de peuter te hulp te schieten: achttien.
In China ontstaat een grote discussie. Is dit het gevolg van de verharding van de maatschappij, of zijn mensen simpelweg zo? Mijn vrienden begrijpen er niets van: waarom studeer je in vredesnaam Chinees?
De afkeer is begrijpelijk, maar het verhaal heeft meerdere kanten. Help je in China een slachtoffer, dan zou je zomaar aangeklaagd kunnen worden, of mee moeten betalen aan de ziekenhuiskosten. Bovendien straalt de status van de personen met wie je omgaat af op je eigen status.
Tijdens mijn jaar in China zag ik eens een arm oud vrouwtje midden op de weg voorover vallen. Iedereen keek de andere kant op. Zou je stoppen en de ‘mislukkeling van de maatschappij’ helpen, dan word je ermee geassocieerd en dat moet je in alle gevallen voorkomen.
Tijdens een van mijn Chinese lessen hadden we het over het ziekenhuis. Mijn docente vertelde toen dat een ambulance erg duur is, en je contant moet betalen. Ze waarschuwde ons: als er op straat iets gebeurt, dan kun je beter geen ambulance bellen. Daarmee bezorg je het slachtoffer alleen maar extra geldzorgen of jezelf een flinke rekening.
Af en toe zie ik de beelden van de kleine Yueyue weer voor me. Rillingen bij Radza? Dat is een kinderverhaaltje.

Deel dit bericht: