Nieuws
Raad stemt nipt in met plan om werkdruk te verlagen (maar blijft bezorgd)
De faculteitsraad van Geesteswetenschappen heeft nipt ingestemd met de zogeheten programmanormen waarmee het bestuur de werkdruk wil verlagen door het aantal vakken te verminderen. Toch zijn er nog veel zorgen. ‘Er is geen enkele garantie dat de werklast zal afnemen.’
Sebastiaan van Loosbroek
dinsdag 25 mei 2021

Er was de afgelopen maanden veel discussie over de programmanormen. De angst onder de personeelsgeleding van de raad was (en is voor sommige nog steeds) dat het plan de onderwijskwaliteit onder druk zet, de kleine studies in hun bestaansrecht worden bedreigd omdat er vakken moeten worden geschrapt en de werkdruk eerder toeneemt dan afneemt.

Voorafgaand aan de stemming werd nog een nieuwe zorg genoemd: kunnen toekomstige bestuurders niet op een onwenselijke manier met het project aan de haal gaan?

‘Geen botte bijl’

‘Er is nadrukkelijk geen sprake van een bezuiniging of het opheffen van opleidingen’, stelde decaan Mark Rutgers de critici gerust. ‘Het is geen botte bijl, geen inflexibele mal die we over de opleidingen heen gooien. We hebben hiermee een instrument in handen waarmee we over de hele faculteit kunnen vergelijken of we de studenten dezelfde kwaliteit bieden en onze medewerkers op dezelfde manier behandelen. Zo krijgen we beter zicht op de kosten en de inzet van de middelen.’ Ook beloofde Rutgers bij voorbaat de programmanormen veelvuldig te evalueren.

Studenten zijn tegen, maar mogen niet stemmen

De faculteitsraad telt normaal gesproken achttien leden: negen studentleden en negen personeelsleden. De studenten waren uitgesloten van stemming en van de personeelsgeleding waren er zeven aanwezig. Vier van hen stemden voor de programmanormen, drie tegen.

Dat de studenten niet mochten stemmen, komt omdat het onderwerp ‘primair om het werk van de docenten gaat’, lichtte decaan Mark Rutgers toe. ‘Ik moet hier de formele medezeggenschapslijn volgen.’

Wouter Poot van studentenpartij LSP zei dat namens alle studentleden ‘te betreuren’. Ook zei hij dat er vanuit de studenten geen steun voor het plan is, mede omdat ze vrezen voor afname van het vakkenaanbod. Volgens studentraadslid Mitchell Wiegand Bruss (LSP) zouden vrijwel alle studenten hebben tegengestemd als dat had gemogen, zei hij na de vergadering tegen Mare. ‘Alleen partij Ons Leiden zou zich van stemming hebben onthouden.’

‘Mijn grootste zorg is nog steeds dat er geen enkele garantie is dat de werklast zal afnemen’, zei raadslid Claartje Levelt. Een van de doelen van de programmanormen, dat docenten meer tijd aan onderzoek gaan besteden en minder aan onderwijs, ziet ze in de praktijk niet snel gebeuren.

Juist werklastverhogend

‘Ik heb met onze onderwijsdirecteur gesproken en die zei: “Ook al komen er uren vrij, ik heb niet de financiële armslag om die om te zetten in onderzoekstijd.” Een docent die 100 uur minder krijgt voor een mastervak, kan nu dus voor een ander vak worden ingezet. Maar dat is juist werklastverhogend.’

Bestuurslid Jeroen Touwen gaf toe dat het in individuele gevallen soms lastig kan worden. ‘Als een opleiding zijn best doet om het studieprogramma wat af te slanken, dan moet dat eigenlijk worden beloond, en niet afgestraft door de vrijgemaakte tijd elders in het onderwijs in te zetten. Dit moeten we in de uitwerking in de gaten houden.’

‘De garantie dat de vrijgespeelde ruimte ten goede komt aan onderzoekstijd is zacht’

Raadslid Jan Sleutels vindt dat niet voldoende. Volgens hem zullen de onderwijsdirecteuren op verschillende manieren met de normen omgaan. Hij vroeg het bestuur om ‘een stapje verder te gaan’ door de instituten ‘actief te gaan monitoren en te bevorderen dat zij op dezelfde, eerlijke manier de normen toepassen’. Rutgers zei daarmee akkoord te gaan.

Raadslid Nicole van Os onderschreef het verhaal van Levelt: ‘De garantie dat de vrijgespeelde ruimte ten goede komt aan onderzoekstijd is zacht.’ Zij denkt dat het aantal studenten de komende jaren blijft toenemen en dat de vrijgekomen tijd daaraan opgaat. ‘Ik heb namelijk nog geen advertenties gezien voor extra personeel.’

Aan de haal

Een niet eerder genoemde zorg kwam van raadslid Judith Naeff. ‘Los van de goede intenties van dit bestuur, weten we niet hoe dit in de toekomst gaat uitpakken.’ Zij vindt dat een en ander krachtiger moet worden geformuleerd, om te voorkomen dat ‘andere mensen ermee aan de haal gaan’ door bijvoorbeeld te snijden in de kleine of unieke studies. ‘Ik wil jullie op het hart drukken om het plan op te schrijven alsof het straks in de handen ligt van de slechtst denkbare opvolger.’

Ook raadslid Jan Frans van Dijkhuizen wilde weten of kleine opleidingen beschermd blijven. ‘Sommige moderne talenstudies zijn alarmerend klein. We hebben nu een set normen waarbij, als je die hard zou toepassen, allerlei opleidingen dan niet meer kunnen bestaan. Ze bestaan nog omdat we ook grotere tracks hebben die wel veel studenten trekken.’

Rutgers reageerde dat de zogenoemde unica ‘zijn beschermd en dat ook blijven’ en bestuurslid Mirjam de Baar ziet zelfs voordelen: ‘De programmanormen verzekeren een minimum aan kwaliteit en zijn dus juist voor kleine opleidingen een instrument om ervoor te zorgen dat ze een compleet programma blijven aanbieden. Dat beschermt ze dus juist.’

Niets dichttimmeren

Levelt was nog niet gerustgesteld. ‘Een nieuw bestuur zou de normen letterlijk kunnen opleggen aan een opleiding. Dat zou voor de master linguistics betekenen dat er nog maar zestien vakken overblijven, dat is een daling van 75 procent.’

‘In theorie zou dat kunnen’, reageerde Rutgers, ‘maar alleen als de opleidingscommissie daarmee instemt en als de faculteitsraad het laat lopen. Ik kan geen garanties bieden voor degenen die na mij komen. We kunnen niets dichttimmeren voor de toekomst. Maar hoe zorgvuldiger we dit invoeren, hoe groter de kans dat er een stevig draagvlak voor is en hoe moeilijker het is om ongewenste dingen te doen.’

Ook Touwen probeerde Levelt gerust te stellen: ‘Mede op advies van de raad zijn de programmanormen teruggebracht tot richtlijnen en is het geen mal. Daardoor kan een toekomstig bestuur nooit zeggen: “Hee master linguistics, schrap eens een aantal vakken want jullie voldoen niet aan de richtlijnen.” En ook al zouden er grote programmawijzigingen moeten worden doorgevoerd, dan komt dat hoe dan ook langs de faculteitsraad. Als die zegt: “Dit moeten we niet doen”, dan komt het er niet doorheen. Je vermindert dan misschien niet de gewenste werklast, maar dat is dan een keuze.’

‘Er is genoeg geborgd. Het faculteitsbestuur kan nooit zomaar iets opleggen of invoeren’

‘En die wijzigingen moeten eerst ook nog langs de betreffende opleidingscommissie’, voegde bestuurslid Mirjam De Baar eraan toe. ‘Er is dus genoeg geborgd. Het faculteitsbestuur kan nooit zomaar iets opleggen of invoeren. Dat is uitgesloten.’

Bijgesteld

In het plan waarmee is ingestemd staat dat de programmanormen in het collegejaar 2022-2023 worden ingevoerd en dat elke programmawijziging wordt voorgelegd aan de opleidingscommissies. In het voorjaar van 2022 vindt een eerste evaluatie plaats, waarbij onder meer wordt gekeken naar de feitelijke reductie van het aantal vakken, de borging van de onderwijskwaliteit en de werkdruk. Bij de evaluatie is ook een klankbordgroep betrokken die de faculteitsraad mag voordragen. De klankbordgroep zal onder meer advies geven over de uitkomst van de evaluatie.

Twee raadsleden wilden nog een aanpassing zien in het evaluatiebeleid. Poot wil dat er ook studenten in de klankbordgroep zitting gaan nemen en Sleutels wees het bestuur erop dat de evaluatiedoelstellingen breder moeten worden geformuleerd: ‘Er wordt nu alleen gesproken over het zichtbaar maken van de effecten en het opsporen van neveneffecten. Maar je zou ook moeten evalueren of het instrument zélf wel goed werkt of moet worden bijgesteld.’

Het bestuur ging met beide voorstellen akkoord.