Het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden onderhield jarenlang een veldstation op het Filippijnse eiland Luzon. Dat is inmiddels afgestoten, maar het werk dat daar werd gedaan aan de unieke plaatselijke krokodillensoort gaat door. In Oryx, een vakblad voor natuurbehoud, blikken de voormalige Leidenaars terug op tien jaar krokodillenbescherming.
In 1999 ontdekten ze dat er nog een populatie van de Crocodylus mindorensis op het eiland aanwezig was. Vervolgens startten de milieuwetenschappers een campagne om de populariteit van het dier te vergroten: plaatselijke bewoners werd bijgebracht dat de krokodil iets was om trots op te zijn. Er kwamen reservaten, en later werden ook eieren verzameld om beschermd uit te laten broeden. De jonge krokodilletjes die vervolgens werden uitgezet, lijken zich goed stand te houden. Wel gaat het nog steeds om kleine populaties van enkele tientallen exemplaren.
Baarmoederkanker
Jaarlijks krijgen zo’n 1600 Nederlandse vrouwen kanker aan hun baarmoederslijmvlies. Die is meestal goed te behandelen, maar soms is het voor die behandeling nodig dat de tumor wordt bestraald. Artsen doen dat van buitenaf, maar dat heeft als nadeel dat ze ook een stukje van de darmen bestralen. Die behandeling heeft daardoor darmklachten als bijwerking.
Het kan slimmer. In The Lancet van vorige week staat een artikel van Nederlandse onderzoekers onder leiding van Remi Nout, oncoloog van het Leids Universitair Medisch Centrum. Nout en zijn collega’s pleiten voor ‘vaginale brachytherapie’.
Brachy is oud-Grieks voor ‘kort’, wat hier slaat op de korte afstand tussen stralingsbron en te bestralen gebied. ‘Vaginaal’ betekent precies wat u al dacht: de stralingsbron wordt met behulp van een cilinder naar binnen geschoven en weer weggehaald. Dat is ongeveer even effectief als externe bestraling, maar scheelt flink in het aantal darmklachten. Daardoor geven Nederlandse artsen nu de voorkeur aan deze behandeling bij patiënten die een hoger risico lopen op uitzaaien of terugkeren van de tumor.
Fotosynthese
Planten en een aantal bacteriën beheersen een geweldig kunstje dat al het leven op aarde mogelijk maakt: ze kunnen de energie in zonlicht gebruiken om van te groeien. Miljoenen jaren evolutie hebben de biochemische apparatuur waarmee ze deze zogeheten fotosynthese uitvoeren aangeslepen, en die apparatuur is gemakkelijk te maken: dat doen de planten en bacteriën immers al van zichzelf.
Beter goed gejat dan slecht gemaakt, denken slimme mensen dan. In het vakblad Biochimica et Biophysica Acta beschrijven Leidse en Britse biofysici hoe ze de fotosynthese-moleculen van de bacterie Rhodobacter sphaeroides isoleerden, en aanbrachten op een dun laagje goud.
Zet zo’n techno-organisch schijfje in het licht, en er gaat een stroompje lopen. Na een dag of drie scheiden ze ermee uit, maar dat het überhaupt kan is al heel wat. Al was het maar omdat wetenschappers daarmee een nieuwe methode hebben om fotosynthese te bestuderen.