Mare Nummer 22     04 maart 2010

22

FOTO: Fred Hoogervorst/HH
Souvenirs uit Afrika: diarree, hondsdolheid en malaria
Goede voorlichting kan veel besmettingen voorkomen

Nu exotische reisbestemmingen gemeengoed worden, komen artsen steeds meer in aanraking met infectieziekten. Zowel gezonde reizigers als risicogroepen moeten hiertegen beter beschermd worden. Hoe dat moet, onderzoekt promovendus Anna Roukens.

DOOR LIZAN VAN DER HOLST Je bent op vakantie in Kenia. Je loopt in een wildpark. Opeens verschijnt tussen de bomen een grot. De gids vertelt dat er binnen vleermuizen huizen. Tegen de ziektes die deze beesten bij zich dragen, heb je je niet laten inenten. Maar buiten wachten, is zonde. Wanneer kom je hier nog eens terug?

Dan bijt een vleermuis je. De plaatselijke arts vertelt dat je geïnfecteerd bent met hondsdolheid. Al is het een schrale troost, je bent niet de enige. Veel toeristen laten zich niet vaccineren voor ze naar tropische bestemmingen gaan. Anna Roukens, promovendus bij de afdeling Infectieziekten van het Leids Universitair Medisch Centrum, vraagt zich af waarom niet. Haar proefschrift gaat over reizigersgeneeskunde. Deze tak van geneeskunde wil vakantiegangers zo goed mogelijk beschermen tegen ziekten en vangt reizigers op die besmet terugkomen. Roukens heeft onderzoek gedaan bij verschillende groepen buitenlandgangers, zoals werknemers van oliebedrijven die voor langere tijd in het buitenland verblijven en reizigers met een verlaagd afweersysteem, bijvoorbeeld diabetici, reumapatiënten of mensen met een getransplanteerde nier.

Tachtig procent van de werknemers was niet beschermd. Zij namen het antimalariamiddel niet. Volgens Roukens komt dit door de bijwerkingen: ‘Van de ene soort pil, Malarone, kun je alleen buikpijn krijgen. Van de andere soort, Lariam, kun je hallucinante dromen krijgen. Dan staat er opeens een grote neger naast je bed. Overigens traden de bijwerkingen ook op bij mensen die een placebo kregen.’

Bij toeristen is vijftien procent nog steeds onbeschermd tegen infecties. Roukens’ verklaring: ‘Niet iedereen is even goed opgeleid en ingelicht. Sommige reizigers weten niet dat ze een vaccinatie nodig hebben. Ook laten mensen die vaker naar hetzelfde land reizen zich niet goed voorlichten. Ze denken dat ze alles al weten.’ Ook wordt voorlichting niet altijd opgevolgd: ‘Een bekend voorbeeld zijn studenten, meestal zelfs geneeskundestudenten, die naar Afrika gaan. Daar is een schitterend meer, Lake Malawi. De studenten zijn voorgelicht om er niet in te zwemmen. Er komen namelijk veel malariaparasieten in voor. Maar ze doen het toch. Als je er bent, wil je alles meepakken.’ Roukens onderzocht naast de gezonde reizigers ook groepen reizigers met een verhoogd risico op infectieziekten. Dit is vooral het geval bij mensen met diabetici, reuma of een getransplanteerde nier. Hun afweersysteem werkt minder goed, waardoor ze makkelijker besmet kunnen worden. ‘Veel mensen weten niet eens dat ze een verhoogd risico hebben om geïnfecteerd te worden’, legt Roukens uit.

Als diabetici wel om informatie vragen, krijgen ze naast de vaccinatie antibiotica mee. De patiënten moeten dit slikken zodra ze diarree krijgen. Zo wordt ernstige diarree en daardoor ontregeling van hun bloedsuikers voorkomen. De antibiotica is niet nodig, zo blijkt uit Roukens’ onderzoek. ‘Reizigers met suikerziekte hebben geen grotere kans op diarree. De eerdere conclusie komt uit een oud onderzoek. Diabetici zijn nu beter ingelicht en kunnen op ieder moment hun bloedsuiker controleren. Hierdoor kunnen ze beter inspelen op veranderingen.’ Een ander opvallender resultaat van het onderzoek bij diabetici was dat slechts zeventien procent van de diabeten die diarree kregen de voorgeschreven antibiotica innam.

Het verraderlijke van tropische infecties is dat de eerste symptomen lijken op griep. Daardoor gaan reizigers niet naar een dokter. En als ze dat wel doen, zijn er vaak niet genoeg medicijnen. Het ergste gevolg is dan de dood. Om het zekere voor het onzeker te nemen, kunnen reizigers zichzelf testen op ziektes als malaria. ‘Het werkt hetzelfde als een zwangerschapstest, maar dan met bloed. Je prikt jezelf in je vinger en laat een druppel bloed op een venster vallen. Als deze een rode kleur krijgt, ben je besmet. Het apparaatje wordt meegenomen uit Nederland. Wel promoten we om eerst naar een dokter te gaan. Sommige wetenschappers hebben hun bedenkingen over deze test. Je legt een grote verantwoordelijkheid bij de reiziger. Bij gebrek aan een arts, test dan jezelf. Op zich is het een goed apparaat. We gebruiken het ook ’s nachts in het Bronovo Ziekenhuis, waar ik nu werk, als de specialist microscopie er niet is. Daar komen een aantal mensen per jaar koortsig terug van een reis naar de tropen.’ Een infectieziekte voorkomen is natuurlijk het beste. Ga je binnenkort op reis, laat je dan goed informeren over de risico’s in jouw vakantieland. ‘Niet alleen bij reizen naar een exotische bestemming, maar ook in Turkije kun je al flink ziek worden door besmetting met hepatitis A. Ga langs de vaccinatiepoli en kijk op de website van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering. Daar kun je per land zien welke vaccinaties je nodig hebt. Laat je ook goed inlichten over wat je op vakantie moet laten. Zo is een bekend gezegde over voedsel: “Cook it, boil it, peel it or forget it.”’


Niet meer maar slimmer vaccineren

Anna Roukens hoopt vandaag te promoveren op een oplossing voor het tekort aan vaccins. Zij heeft een onderzoek gedaan naar de dosis van het gele koortsvaccin. Vrijwel alle vaccins worden nu met een dosis van 0,5 ml in de spier geprikt. Er is al ontdekt dat het lichaam het vaccin sneller opneemt als er in de huid wordt geprikt in plaats van in de spier. Nu heeft Roukens onderzocht of je ook met een kleine dosis kunt vaccineren in de huid. En wat blijkt? Het kan. Een vaccinatie van 0,1 ml heeft hetzelfde effect als die van 0,5 ml. Uiteindelijk moet deze manier van vaccineren toegepast worden. ‘Zo gebruiken we minder vaccin en kan alles wat we overhouden naar landen die vaccins nodig hebben, maar ze niet kunnen betalen.’

Maar er zit een keerzijde aan deze manier van vaccineren: ‘Het is erg lastig, zeker als je er niet op getraind bent. Je moet precies op de goede plek prikken. Daarom heb ik samen met de opleiding Industrieel Ontwerp van de TU Delft een apparaat ontworpen dat je op de huid zet. Vervolgens steek je de naald in het apparaat. Zo kun je stabieler vaccineren.’

Het was eigenlijk niet gepland dat zij op dit onderwerp zou promoveren: ‘Ik ben begonnen op de vaccinatiepolikliniek in het LUMC. Daar kwamen veel vragen van artsen zelf. Vooral over de verschillende vaccinaties tegen infectieziekten en over risicogroepen, zoals mensen met een verminderd afweersysteem door bijvoorbeeld suikerziekte of een getransplanteerde nier. Ik heb mijn onderzoek op de verschillende groepen reizigers toegespitst. Hiervoor zit ik bij het LUMC goed; ze zijn de enige in de regio die een speciale poli voor vaccinaties. Hier komen allerlei soorten patiënten.’