DOOR DERU SCHELHAES Ed zit in een band. Een best bekende. Hij drumt en vliegt de wereld over. Soms echt saai. Zoals vanavond in een bekende popzaal in Tilburg. ‘Fuck,’ denkt Ed, ‘straks weer op.’ Maar eerst moeten alle instrumenten worden klaargezet door bleke mannen met paardenstaarten en vaalzwarte T-shirts.
Iemand had kaarten. Ik mocht mee. We waren vooraf gewaarschuwd door een doorgewinterde concertganger. ‘Tilburg? Boeren. Ze praten door de muziek en gooien met bier. Tilburg is kut.’
De mannen met paardenstaarten gaan weg en de band komt op met een knipperlichtshow van groen, geel, blauw en rood. Ed lijkt op een muis. De zanger heet Tom en zijn broek zit best strak. De broek van zanger Tom is niet paars, die van mij wel.
Waarom? Tom en Ed en de andere twee - ze zijn met vier - maken een soort emotionele zachtemensenrock met popelementen. Dus een paarse broek. Dacht ik.
Tom en Ed blijken vooral te trekken: verlopen sjeesstudenten, huisvrouwen met roodgeverfde plukjesharen en techneutentypes in het zwart (ook met paardenstaarten). Allemaal minimaal een jaar of vijfendertig.
Een bont gezelschap maar geen paarse broeken. ‘Bah,’ denk ik, ‘ik heb wel eens geloofwaardiger voor lul gelopen.’
Voor ons staan drie reuzen. Ze zijn ballerig en een beetje boers tegelijk. De allergrootste heeft een blonde mat en een te strak groen-rood rugbyshirt. In de uitverkochte drukte ploegt iemand langs op zoek naar bier. Ik word tegen de schouder van de blonde mat gedrukt en snuif hem in me op. Hij ruikt naar fietsband die net door een verse drol is gereden, en uien.
De mensen om mij heen kijken verliefd naar de show van zanger Tom. Ze heffen de armen in de lucht en zingen mee. De drie boerenballen niet. Die praten door de muziek en gooien af en toe met bier.
De show van zanger Tom is emotioneel.
Hij verstrikt zichzelf in de draad van zijn microfoon.
Hij rolt over de grond.
Hij trekt krampachtig met zijn hoofd.
Als hij zingt, klinkt hij als een castraat.
Net als vorige week in Brussel.
Volgende week in Dresden weer.
Emotioneel hoor.
Muisman Ed zit er poeslief bij te drummen.
Ik word weer tegen de blonde mat gedrukt.
Er vliegt een plastic bekertje over.
Het is genoeg. Ik ga de jassen halen. Twee meisjes van de garderobe praten zachtjes met elkaar. Eentje draagt een paarse broek. Ze vervelen zich, want iedereen staat nog minstens vier nummers verliefd naar zanger Tom te staren. De baas van de garderobe zegt: ‘Houd op met praten! Dat staat ongeďnteresseerd. Voor de mensen.’
Ze houden op met praten en geven de jassen. Mijn oren suizen.
Terug naar Leiden rijden vanaf Rotterdam geen treinen maar bussen.