Cox Habbema en Herman van Gunsteren presenteerden het rapport zingend en pianospelend in Nieuwspoort.
FOTO: HH
Hypes zijn zo slecht nog niet Parlementaire pers is geen hijgerig schoothondje van de macht
Politici moeten niet zo klagen over de journalistiek. Twee rapporteurs liepen een jaar mee in Den Haag om het samenspel van pers en politiek te observeren. Ondanks hypes en beeldvorming, gaat het best goed.
DOOR THOMAS BLONDEAU Hij (1940) was hoogleraar politieke theorieën in Leiden, gaf college aan politici en is niet onverdienstelijk pianist. Zij (1944) was actrice, schouwburgdirecteur en geeft presentatie- en mediatrainingen. Wat leer je eigenlijk bij zo’n training? ‘Ik zou u leren dat als u zo kijkt alleen om uw ogen scherp te stellen, u er ontzettend arrogant uitziet’, wijst Cox Habbema de verslaggever terecht.
Samen met levenspartner Herman van Gunsteren werd zij gevraagd door het Haagse perscentrum Nieuwspoort om een jaar lang het politiek-publicitair complex te volgen. Met als onderzoeksvraag: is de pers nog de waakhond van de democratie? Wat is er waar van het beeld dat Den Haag een dorp is waar de journalisten op de schoot zitten van parlementariërs? Rest de burger alleen nog maar hypes en hijgerigheid?
Om tot inzicht komen werd meegelopen met een parlementaire krantenredactie, een Kamerfractie, het tv-programma Een Vandaag. In het verslag dat verleden week werd gepresenteerd staan ook interviews met Kamerleden, een voorlichter en een journalist.
Van Gunsteren en Habbema gaven in de loop der jaren cursussen aan, naar eigen zeggen, ‘honderden politici en ambtenaren’. Kun je dan nog doorgaan als een buitenstaander? Van Gunsteren: ‘We zijn in ieder geval journalist noch politicus. Iemand die nog meer van buiten komt, zou misschien meer moeite hebben met er dicht bij komen. Wat wij niet gedaan hebben, is bijvoorbeeld te reconstrueren wat er in de ministerraad gebeurt. Daar weet ik wel wat van en ik denk dat ministers ook vaak niet weten wat ze besluiten.’ Habbema: ‘Ik kom toch echt uit een ander vak. Ik zeg tegen politici niet wat ze moeten zeggen, alleen wanneer ze moeten ademhalen.’
Conclusie van het rapport is dat de pers over het algemeen behoorlijk zijn werk doet. Feiten worden gecheckt, de vertrouwelijkheid is niet incestueus, en als politici klagen dat ze iets uit de pers hebben moeten vernemen, moeten ze daar net dankbaar voor zijn. Natuurlijk is er de nodige ruimte voor verbetering. Zo besteedt de pers wel eens te veel aandacht aan frivoliteiten en mogen de rectificaties vlotter en ruimhartiger. ‘Fout bericht op de voorpagina? Correctie op de voorpagina’, aldus Habbema.
En hypes? ‘Die zijn helemaal zo slecht nog niet’, meent Van Gunsteren. ‘Een hype geeft focus aan een onderwerp en zorgt ervoor dat er in korte tijd heel veel informatie vrijkomt.’
Hebben ze echt een kijkje achter de schermen gekregen? Machtspelletjes en lekken vinden toch plaats in het geniep? Van Gunsteren: ‘Wij zijn geheel aan de oppervlakte gebleven. Want daar vertoont zich veel als je het weet te ontsleutelen. In het Journaal voorafgaand aan Prinsjesdag werd de uitgelekte Miljoenennota naar buiten gebracht. Bekend werd gemaakt dat de regering erin geslaagd was het koopkrachtverlies gemiddeld tot een kwart procent te beperken. Waarop de heel parlementaire Volkskrant-redactie – waar ik toen zat- uitriep dat het wel ingestoken moest zijn door Financiën.’
De pers functioneerde beter dan de rapporteurs bij aanvang hadden verwacht. En dat terwijl de emeritus hoogleraar al eerder pleitte om een heldere omschrijving van de rechten en plichten van de journalist. ‘Dat vind ik nog steeds hoor. Misschien zet ik er mij ook wel eens aan. Maar ik vind je dat als je geen goede regeling omtrent persvrijheid kunt maken, je dan beter niets regelt.’ Habbema: ‘Sjuul Paradijs (hoofdredacteur van De Telegraaf, red.) vond dat ook een goed idee. “Het zou ons een hoop proceskosten schelen”, zei hij daarover.’
Herman van Gunsteren & Cox Habbema, Perspectief op het politiek-publicitair complex in 2009, Van Gennep, € 14,95, 171 pgs.