Mare Nummer 04     24 september 2009

04
Duo-promotie valt dubbel in de prijzen

Twee Leidse onderzoekers wonnen onafhankelijk van elkaar een prijs voor hun duo-promotie.

Bas Hammer en Rutger van der Meer promoveerden op dezelfde dag: 20 november. En op hetzelfde onderwerp: vervetting van het hart. Deze week wonnen ze allebei, los van elkaar, een prijs voor hun bijdrage.

Van der Meer ontving deze week de Philipsprijs voor zijn helft van het onderzoek: een kunstwerk en 7500 euro. Hammer zal vrijdag de Dr. I. Snapperprijs, ter waarde van 2500 euro, in ontvangst nemen op een congres over interne geneeskunde, voor zowel zijn onderzoek als zijn inzet voor het onderwijs en bestuurswerk.

Om te kloppen heeft het hart veel energie nodig. Die krijgt het in verschillende vormen, onder meer uit vet. Als het meer vet opneemt dan het kan verstoken, slaat het dat op in de vorm van zogeheten triglyceriden: vetdeeltjes in de hartcellen.

Meten hoeveel vet er nou in het hart zit is verrekte lastig, want dat hart klopt, en beweegt door de ademhaling van de proefpersoon op en neer. Het tweetal werkte mee aan de ontwikkeling van een methode om de hoeveelheid vet in het hart zichtbaar te maken met behulp van krachtige MRI-scanners.

Ze keken of oude mensen meer hartvervetting hebben – dat doen ze. Ze onderzochten of de verstoorde stofwisseling van suikerpatiënten leidt tot meer hartvervetting – dat doet het. Ze keken wat er gebeurde als je mensen uithongert of juist elke dag 800 milliliter slagroom laat drinken, en probeerden de effecten van een medicijn uit. Van der Meer: ‘We staan echt nog aan het begin van alle mogelijkheden die we uit kunnen proberen.’

Uit de resultaten van de proeven konden ze concluderen dat de hoeveelheid vet direct gepaard gaat met achteruitgang van de hartfunctie. Van der Meer: ‘Het is onduidelijk of die triglyceriden zelf de schade aanrichten, of dat de tussenproducten van de opbouw van het vetlaagje dat doen. In elk geval zijn ze een marker van schadelijke processen.’

Inmiddels is het tweetal verder gegaan met hun carrière. Er moet nu ook voor patiënten gezorgd worden. ‘Maar het onderzoek blijf ik erbij doen’, zegt Van der Meer, ‘vooral het begeleiden van de mensen die nog wel de tijd hebben om de hele dag bij de scanner te zitten.’ (BB)


BB