Willem Nagel alias J.B. Charles

Ik ben mijn eigen burgemeester

Als iemand dood is denk dan niet
dat hij er niet meer is. ‘t Is misschien andersom.

J.B. Charles, In Memoriam, 1952

Rikki Holtmaat

Prof. Willem H. Nagel was van 1956 tot 1975 hoogleraar criminologie in Leiden. Onder de naam J.B. Charles schreef hij daarnaast zowel poëzie en verhalen als columns, dat laatste onder andere voor Vrij Nederland en voor Mare. Nagel/Charles was berucht om zijn scherpe pen. Met name zijn ervaringen als verzetsheld in de oorlog hebben zijn schrijverschap getekend. Alles wat na de oorlog rook naar goedpraterij van de nazi-misdaden of naar fascistische ideeën veroordeelde hij scherp. Sommige naoorlogse politici, zoals Franz-Joseph Strauss en Richard Nixon, maar ook Joseph Luns die door Nagel steevast de Hese Hufter werd genoemd, konden in zijn ogen geen goed doen. Nagels opvatting over criminologie was bijzonder: niet alleen de crimineel laat verkeerde dingen gebeuren, ook de pers, het publiek en de overheden maken zich daaraan regelmatig schuldig. Daarom schreef hij eens: “Er leeft (…) een verkeerd ventje in de mens, een Oude Adam, een rotzakje. Dat is de fascist avant-la-lettre.” In 1983 overleed Nagel/Charles. Zijn geest is echter op veel plaatsen te vinden: in zijn nagelaten werken, maar ook in de verhalen over hem, van oud-collega’s die nog bij de faculteit werken, van ex-studenten, van collega-criminologen en van opvolgers op zijn leerstoel.

Professor Nagel, om te beginnen wil ik het met u hebben over de criminologie als tak van wetenschap. Als jurist heb ik daarbij nogal wat reserves. Is de criminologie niet gewoon een van de instrumenten die de overheid inzet in de ‘war against crime’?

Mevrouw! Ik zou bijna zeggen: gaat u uw mond spoelen! Al te vaak wordt over misdaad gedacht en gesproken in termen van oorlog. Al in mijn oratie in 1956 heb ik er op gewezen dat daar waar oorlog gevoerd wordt weinig plaats is voor het recht en dat dit soort martiale terminologie in het kader van de misdaadbestrijding weinig goeds belooft voor het juridisch karakter van de rechtsstrijd die daaruit voortvloeit. Oorlog betekent vernietigen, niet debatteren, terwijl het debat als vorm van conflictbeslechting nu juist typerend is voor het recht.

Dat is heel mooi gezegd, maar het lijkt er op dat daar nu anders over wordt gedacht: een van uw opvolgers was zowel in Leiden aangesteld als bij het ministerie van Justitie.

Wat wil je, als leerstoelen gereduceerd worden tot parttime baantjes die ook nog eens tijdelijk zijn: je zult toch ergens aan de kost moeten komen, desnoods dan maar in het hol van de leeuw. In mijn dagen waakte het wetenschappelijk corps nog streng tegen vermenging van wetenschappelijk werk en beleidsadvieswerk. Tegenwoordig wordt de hoogleraar door de rector magnificus aangespoord zich verkopen aan de meest biedende opdrachtgever. Werkt u zelf trouwens niet geregeld als adviseur voor de overheid? Weet wel wat u doet, mevrouw, u verliest voor u het weet de distantie om vanuit een onafhankelijke positie het product van wetgeving waar u aan werkt nog kritisch te beoordelen. Maar wat zeur ik, dat zult u ongetwijfeld zelf ook wel hebben bedacht.

Uw opvolger professor Buikhuijzen, is opgestapt toen Vrij Nederland-columnist Piet Grijs een ware hetze begon tegen zijn onderzoek naar biogenetische oorzaken van criminaliteit. U heeft zich over deze kwestie, zover ik heb kunnen nagaan, niet in het openbaar uitgelaten. Het lijkt er op dat anno 2000 dit soort onderzoek weer bon ton is. Wilt u wel iets zeggen over de uitspraken van de psycholoog Kohnstamm, onlangs in de Volkskrant, over de mindere intellectuele en sociale vaardigheden van bepaalde groepen immigranten in de Nederlandse samenleving?

Nee. En wel omdat er uitspraken zijn, ook van wetenschappers, die te dom zijn voor woorden.

En over de bekendmaking dat Joseph Luns toch lid was van de NSB?

Dat die man een eersteklas leugenaar is staat op zijn gezicht geschreven. Het gaat niet om gelijk krijgen, het gaat om gelijk hebben.

U bent ook enige tijd decaan geweest van de rechtenfaculteit. Heeft u nog adviezen voor de huidige decaan?

Ja: zorg dat je de wind eronder houdt. Zelf heb ik eens een secretaresse op staande voet ontslagen omdat ze iedere dag te laat op haar werk verscheen. Vanzelfsprekend vereist dat wel dat je zelf het goede voorbeeld geeft: van 9 tot 5 achter je bureau, waar iedereen je kan vinden. Helaas, iedere universiteit heeft van die docenten die voelen dat ze niet helemaal op de juiste plaats staan en die dus trachten zich in den vreemde ergens in te dringen. De universitaire snoepreizigers.

De Leidse rechtenfaculteit is nu met een reorganisatie bezig die ten koste lijkt te gaan van de sociaal wetenschappelijk en de rechtstheoretische aspecten van de studie rechten. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Het verbaast me niets dat de, uit het oogpunt van de rechtspositivisten, ‘franjevakken’ onder de botte bijl van de bezuinigingen sneuvelen. Onbegrijpelijk, dat men eerstejaars wil laten kiezen of ze wel of niet kennisnemen van criminologie. In Nederland is geen fulltime hoogleraar criminologie meer te vinden. En dat terwijl maatschappelijke veiligheid bovenaan de agenda staat. Maar ik heb begrepen dat de criminologen zichzelf aan het organiseren zijn, althans in Leiden, Amsterdam en Rotterdam, waar ze bezig zijn een volwaardige vierjarige opleiding in de criminologie op te zetten. Bravo!

U heeft de schuilnaam waaronder u in het verzet opereerde gebruikt als pseudoniem voor uw literaire werk. Gebruikte u dat pseudoniem om uw wetenschappelijk werk en uw andere werk gescheiden te houden?

In den beginne, ja…. Ik trachtte het ‘echte werk’ van de andere dingen die ik schreef te scheiden. Later deed het er allemaal niet meer toe doordat het verschil tussen het min of meer speelse en het serieuze langzamerhand verdween.

Is het u wel eens overkomen dat u een stuk moest inleveren voor een wetenschappelijk tijdschrift maar dat u, ondanks de hete adem van de deadline in uw nek, zich er niet toe kon zetten omdat in uw hoofd, of beter: in het hoofd van J.B. Charles, een verhaal of een gedicht alle aandacht opeiste?

De literaire stem laat zich niet altijd direct het zwijgen opleggen. Het beloofde stuk moet echter voorgaan. Maar niets let u om in uw bureaulade een klein notitieboekje te bewaren waarin u de gedachten die u invallen even snel noteert.

Een wetenschappelijke carrière vereist 200% inzet, zo wordt altijd gesteld - met name door personen die uitleggen dat het geen wonder is dat in deeltijd werkende vrouwelijke wetenschappers nooit hoogleraar worden. Je moet het tot je levenstaak maken. Maar wat als er nog een, misschien wel twee of drie, andere levenstaken op vervulling liggen te wachten, zoals het schrijverschap, het politiek activisme en het vaderschap: hoe combineerde u dat allemaal?

Over het vaderschap zal ik niets loslaten, mijn kinderen zullen moeten beoordelen of ik iets meer was dan de man die op zondag het vlees snijdt. Wetenschap bedrijven en literair schrijven is in mijn ogen een ideale combinatie. Beide disciplines, als ik dat zo mag uitdrukken, vereisen een hoge mate van nauwgezetheid. Gaat u maar na, als in een roman een klein detail niet klopt met de lijn van het grote verhaal is de lezer op een vervelend dwaalspoor gezet. Het boek ligt dan al snel in de hoek. Maar punctualiteit is niet het enige. Inspiratie, bevlogenheid, gedrevenheid, het zijn allemaal woorden die op beide activiteiten van toepassing zijn. Ik blijf zelf de beste controle voor mijn werk als ik er zelf binnenin blijf. Bij beide is je volle persoon betrokken en bij beide ben je je eigen burgemeester. Tenminste, als het goed is…

En het politiek activisme?

Politiek activisme, ik geloof niet dat ik me daaraan schuldig heb gemaakt. Ik heb gewoon gezegd wat gezegd moest worden.

Rikki Holtmaat is juriste (UHD bij rechten en freelance onderzoeker/ adviseur) en schrijfster.