Mare Nummer 32     09 juni 2011

32
Snorkelen met zeekoeien

DOOR PETRA MEIJER Met deadlines heb ik een haat-liefdeverhouding. Naarmate ze naderen, neemt mijn productiviteit zienderogen toe, maar het plezier dat ik aan mijn werk beleef, neemt zienderogen af. Zoals andere mensen met goede voornemens het nieuwe jaar in gaan, maak ik aan het eind van het collegejaar debalans op. Vooral de laatste tien dagen bieden een opzienbarend inkijkje.

Deadlines: zeven, waarvan inmiddels drie gehaald. Afgekloven vingernagels: tien. Ik smeet de computer acht keer bijna uit het raam en ontving twaalf peptalks van drie verschillende personen. Ze vertoonden treffende gelijkenissen. Ik at significant meer diepvriespizza’s. Per dag had ik gemiddeld 23 sigaretten gerookt, als ik zou roken. In de prullenbak liggen 54 verdroogde piramidevormige zakjes thee, van koffie en naar kauwgomballen stinkende energiedrankjes heb ik me wijselijk onthouden. Getypte woorden: een kleine negenduizend.

De vakantie heeft zichzelf ook ontpopt tot deadline. Nog iets meer dan drie dagen, omgerekend 79 uur. Als ik het red. Maar terwijl iedereen zich verheugt op kreeftenrode schouders, is het kiezen van een juiste vakantiebestemming voor mij nog niet zo makkelijk. Ik heb namelijk een fascinatie voor gekke dieren.

Mijn allergrootste wens is om met zeekoeien te snorkelen. Als vrienden dat horen, moeten ze vaak lachen. Dat is vreemd, want op vakantie kijken ze wel graag naar Flipper met zijn neppe glimlach, terwijl je die ook in Harderwijk kunt bewonderen. ‘Je kan toch naar Burgers’ Zoo?’, zeggen ze dan. Maar iedereen die daar ooit geweest is weet dat ze daar per dag 140 kilo andijvie het water in kieperen, wat genoeg camouflage oplevert voor een vier meter lange zeekoe. Je mag van geluk spreken als je aan het eind van de dag twee snorharen en een staartvin hebt gespot.

Voor zeekoeien kun je daarom beter naar Florida. Daar liggen ze met honderden voor de kust te wachten tot snelle speedboten ze in stukken uit elkaar rijten. Volgens sommigen is de zeekoe dan ook een uitstervende diersoort. Wie de logge gestalte en rimpelige vetkwabben van de zeekoe aanschouwt, kan maar tot een conclusie komen: zo heeft God het vast niet bedoeld. Dat ze uitsterven is daarom één ding, maar laat ze dat doen nadat ik ze gezien heb. Helaas gaan alle zeekoeien ook op zomervakantie en komen ze ’s winters pas terug.

Vorig jaar kon ik de panda al van mijn lijstje afstrepen. Ik bekeek ze in een Chinees park, waar ze relatief veel ruimte hadden. Helemaal als je nagaat hoeveel ze op een dag bewegen: niet. Dat panda’s nog steeds over deze aardbol rondhobbelen, komt in ieder geval niet door survival of the fittest. Ze zijn pas na zes jaar geslachtsrijp en ook nog eens uiterst kieskeurig in hun partnerkeuze. Panda’s krijgen bovendien maar één of twee jongen die zwaar onderontwikkeld ter wereld komen en bijna altijd overlijden. Misschien moet ik maar gewoon naar Zandvoort, om de zeldzame Nederlander tussen de kuilen gravende Duitsers te spotten. Maar eerst de deadlines. Nog 78 uur.

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook