Mare Nummer 32     09 juni 2011

32
Over 6,9 jaar weet ik het

Voor u ligt de laatste column van het jaar, en wat beter dan af te sluiten met een kleine existentiële crisis. En natuurlijk, waar beter deze crisis te ontdekken dan in de heilige graal der wetenschap: Nature.

Een uitermate ondankbaar blad, kwam ik onlangs achter. Terwijl PhD-onderzoekers natte dromen hebben over een Nature-publicatie schoffeert deze ons door niet minder dan drie artikelen te publiceren waarin betoogd wordt dat wij nutteloos zijn. Eén van de artikelen suggereert zelfs dat we beter af zouden zijn door de hele PhD over te slaan. Als dat niet tot de mogelijkheden behoort, ‘get it online’.

Ik heb twee vrienden die toevalligerwijs tegelijkertijd met mij aan een PhD zijn begonnen. Over vier jaar zijn wij allen doctor, maar daar houdt de overeenkomst dan ook mee op. De één promoveert in de rechten, de ander op een of ander obscuur veldje binnen de biomedische wetenschappen. Met z’n drieën bestrijken we het volle scala aan drama dat PhD-onderzoekers ten deel valt.

Om te beginnen met de bron van alle ellende. Eén PhD per vriendengroep is tot daar aan toe, maar drie? Dat zijn er blijkbaar te veel. In de afgelopen tien jaar is het aantal toegewezen wetenschappelijke doctoralen met ruim 40 procent toegenomen. Gevolg: je kunt ze aan de straatstenen niet kwijt.

In Japan is de situatie blijkbaar al zo schrijnend dat de overheid omgerekend ruim 34 duizend euro aan bedrijven biedt om toch maar een promovendus in dienst te nemen, en zelfs daarmee blijft bijna de helft werkeloos op de bank hangen.

Waarom ons carrièrepad zo tragisch verloopt, wordt perfect geïllustreerd door mijn biomedische collega-PhD. Afgelopen zondag was ze urenlang met celculturen en pipeteerbuisjes in de weer om een experiment voor te bereiden. Vervolgens rende ze dagenlang van half acht ’s ochtends tot ruim na vijven rond in haar lab. En dat alles op basis van een deeltijdcontract.

Volgens het Nature-artikel zijn laboratoriumvaardigheden tamelijk nutteloos in het bedrijfsleven. Doet er niet toe, vindt ze zelf, want uiteindelijk zal ze een echte wetenschapper worden, en ook als zodanig een baan krijgen.

Maar is dat ook echt zo? Waarschijnlijk niet. Om het hoofd van een Amerikaans lab aan te halen: ‘Waarom zou ik een wetenschapper inhuren voor 80 duizend dollar als ik voor 40 duizend dollar ook een postdoc kan krijgen?’ Inderdaad, een postdoc die zich voor een parttime-functie helemaal de tering werkt.

Mijn rechtenvriendje wil eigenlijk alleen maar lesgeven, maar er is zo een overaanbod aan doctoraalhouders dat hij wel móet promoveren voordat hij op een academische positie kan solliciteren. Heb je echt een PhD nodig om werkgroepen te kunnen geven aan brakke eerstejaars?

Ander willekeurig feitje: een PhD hoort vier jaar te duren, maar gemiddeld doen wij er 7,2 jaar over. Dat betekent dat ik nog 6,9 jaar te gaan heb voordat ik erachter kom of ook ik nutteloos ben. Zo lang wil ik jullie daar natuurlijk niet op laten wachten, dus ik heb alvast een klein experimentje gedaan.

De onderzoeksvraag lijkt mij evident. Methode: een korte enquête in mijn directe omgeving. Resultaten: een vriendin keek mij even aan en zei toen voorzichtig: ‘Je hebt in ieder geval woeste krullen’. Mijn leidinggevende zuchtte diep en raadde mij aan nogmaals voorzichtig het onderzoeksvoorstel te lezen.

Op de dag dat deze Mare verschijnt zal ik met helm, overall, veiligheidslaarzen en oversized handschoenen op een berg afval staan om daar met de hand stukjes ijzer uit te halen. Officieel omdat ik wil uitzoeken hoeveel metaal er bij recyclen met een automatische sorteerlijn overblijft, maar jullie weten: ik ben alvast mijn verdere carrière aan het veiligstellen.


Benjamin Sprecher
promovendus bij het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook