Mare Nummer 32     09 juni 2011

32
Vriend, wat heb je aan rockmuziek?
Promovendus onderzoekt identiteit van Chinese artiesten

Door reclamecontracten moeten Chinese popsterren vaak voldoen aan het perfecte plaatje, ontdekte Jeroen Groenewegen. Hij stortte zich in de underground en promoveert vandaag op een diva, een drag queen en een troubadour. ‘Ik haat het om een ster te zijn, maar ik wil wel worden opgemerkt.’

DOOR PETRA MEIJER Het begon met heimwee naar zijn drumstel. Toen hij als student een beurs kreeg om een jaar in Peking te studeren ging hij op zoek naar een Chinees exemplaar, met stokjes. Hij bezocht vervolgens concerten, belandde in de underground scene en raakte bevriend met de artiesten op wie hij later zijn promotieonderzoek baseerde. ‘In de Chinese rockwereld word je als buitenlander gemakkelijk opgenomen. Ze dachten vast dat ik een neef van de Beatles was.’

Met zijn onderzoek naar identiteit in de Chinese populaire muziek biedt promovendus Jeroen Groenewegen een alternatief voor de overwegend politiek georiënteerde onderzoeken naar Chinese muziek. ‘In de academische wereld moet je jouw onderzoek constant legitimeren. Dat is begrijpelijk, maar kan ook waarheidsvinding in de weg staan. Niet-politieke onderzoeken zijn niet minder relevant. Maar je krijgt er wel moeilijker geld voor.’

Groenewegen laat zien dat muziek ook op vele andere manieren te benaderen is. Wat maakt Chinese muziek bijvoorbeeld Chinees, en horen artiesten uit Taiwan daar dan ook bij? Hij verklaart liefdesliedjes vanuit de psychoanalyse, waarbij hij onder meer ingaat op metro-mannen en stoere vrouwen. Als hij in het laatste hoofdstuk beschrijft hoe muziek tot stand komt, maakt hij verrassend gebruik van termen uit de evolutionaire biologie.

Groenewegen behandelt vijf thema’s (plaats, genre, seks/gender/verlangen, theatraliteit en organisatie) aan de hand van drie totaal verschillende artiesten: de mooie popdiva Faye Wong domineerde in de jaren negentig de mainstream popmuziek. Ze was mooi, succesvol en onbereikbaar, maar brak met het traditionele beeld van de Chinese vrouw als verfijnd en volgzaam. Zo verscheen ze met kort, roze haar in een zwarte slobbertrui op een award-uitreiking, waar ze vervolgens zong: ‘Ik haat het om een ster te zijn, maar ik houd ervan om opgemerkt te worden.’

De band Second Hand Rose combineert Westerse rockmuziek met een Noord-Chinese vorm van cabaret. Volgens de band nemen veel rockartiesten zichzelf te serieus. Daarom verkleedde de zanger Liang Long zich als vrouw en werd hij bekend met de tekst: ‘Vriend, je mag dan wel rockmuziek maken, maar wat heb je daaraan?’ De zin werd ook nog eens in een boers dialect gezongen, alsof de zanger wilde zeggen: ‘Zie ons hier staan, terwijl de boeren geen weet hebben van rockmuziek en het voor hun niet van belang is.’ Met deze uitspraak maakte hij het pretentieus idealisme van de rockmuziek – en daarmee ook van hun eigen muziek – belachelijk.

Singer-songwriter Xiao He heeft weer een heel ander geluid. Hij barst soms ineens in vogelgeluiden uit omdat hij van mening is dat je tijdens het improviseren beter geen woorden kunt gebruiken. Op andere momenten experimenteert hij juist met zijn grappige teksten en de reacties van het publiek. Hij zingt bijvoorbeeld a capella: ‘Snot kan je mond in druipen, maar speeksel kan niet je neus in druipen.’

Met Xiao He raakte Groenewegen goed bevriend. ‘Tijdens periodes van veldwerk deden we alles samen. Natuurlijk het gebruikelijke eten en het vanuit sociale conventies verplicht consumeren van grote hoeveelheden alcohol. Maar op een gegeven moment ging ik ook deel uitmaken van het creatieve en productieve proces. Ik nam filmpjes op die we tijdens zijn shows op de muren projecteerden, ontwierp flyers en regelde dansers. Zo begon ik bij te dragen aan de wereld die ik onderzocht.’

De onderzoeker is blij dat het goed gaat met Xiao He. ‘Ik beschreef hem in het begin als een folkachtige troubadour, maar hij maakt nu veel elektronische muziek.’ Toch denkt de promovendus niet dat Xiao He nationaal gaat doorbreken. ‘In China is er een duidelijke scheiding tussen de mainstream popmuziek en de band scene. Omdat er door internet nauwelijks cd’s verkocht worden moeten managers en platenbazen het hebben van reclamecontracten. Ze zoeken daarom popsterren die voldoen aan het perfecte plaatje. Xiao He is geen mooie jongen, maar een goede muzikant. Hij is succesvol met wat hij nu doet.’ Xiao He vernoemde zijn laatste album naar de studie van Groenewegen: The Performance of Identity.

‘Tijdens veldwerk zoek je dingen die je niet vindt, en je vindt andere dingen die je niet kon verwachten. In Peking heb ik een netwerk opgebouwd en verliep alles vrij makkelijk. Als ik een bepaalde artiest wilde spreken, vroeg ik rond naar het telefoonnummer en de volgende dag had ik diegene aan de lijn. In Hong Kong kreeg ik ook telefoonnummers, maar dat ging al op een andere manier. “Hier heb je het nummer”, zei iemand dan, “maar je hebt het niet van mij.” In Taiwan verliep het helemaal anders. Als ik naar iemands nummer vroeg gingen ze die persoon eerst bellen om te vragen of ze het aan me mochten geven. “Ja, ik sta hier met een of andere onderzoeker uit Nederland”, hoorde ik ze dan zeggen. Soms kreeg ik te horen dat iemand een week later terug zou bellen, wat natuurlijk nooit meer gebeurde.’ Hij vindt het vooral jammer dat hij Faye Wong nooit heeft kunnen interviewen. ‘Ze is erg onbereikbaar, maar gelukkig heb ik haar manager wel gesproken.’

Zijn vriendin werd wel eens gek van al die zoetsappig popmuziek, geeft hij toe. ‘Als je zo intensief met muziek bezig bent, weet je steeds minder goed wat je mooi vindt. Als ik een zoet popliedje luister, valt het me bijvoorbeeld op hoe prachtig hees iemand zingt, of hoe perfect een snik in de stem is getimed. Maar ik heb natuurlijk wel voorkeuren. Ik houd van artiesten die de grenzen opzoeken.’

Groenewegen denkt niet dat Chinese muziek in Nederland door zal breken. ‘Muziek heeft bij ons een andere functie. Nederlanders dansen graag en willen een goede beat. In China domineren de gevoelige liedjes voor in de karaokebar. Bovendien hebben de mainstream popsterren in China een heel ander imago. Bij vrouwen ligt de nadruk bijvoorbeeld vaak op schattigheid, terwijl onze popsterren sexy moeten zijn.’


Op vrijdagavond 17 juni is er een Symposium over Chinese Popmuziek in het museum ‘Beelden aan Zee’ in Scheveningen. Jeroen Groenewegen zal de avond inleiden, waarna bezoekers kunnen genieten van de Chinese luit en sprookjesachtige stem van Lin Di en andere Chinese artiesten.


Tips voor Chinese karaoke

Houd jij van suikerzoete liefdesliedjes of klinkt Chinese rock jou als muziek in de oren? Mocht je ooit met wat Chinezen in een karaokebar belanden, maak dan e met deze namen de blits. De drie tips van Jeroen Groenewegen:


De meeste coole popster van het moment is de Taiwanese Jay Chou (Zhou Jielun). Hij is al een paar jaar zo succesvol, dat iedereen maar blijft herhalen dat dat niet lang meer kan duren. Ondertussen schittert Jay Chou op het podium, in films en reclames en geniet hij bekendheid in heel Azië. Welke muziekstijlen hij ook combineert: elk liedje blijkt weer een succes.

Luisteren: ? De ballad: ‘Qing hua ci’ (Blue and white porcelain)


P.K.14 (de afkorting staat voor ‘public kingdom for teens’) is een van de bekendste rockbands uit Beijing. Al sinds de uitgave van hun eerste album in 2001 wordt hun post-punk muziek in binnen- en buitenland geprezen.

Luisteren: ? ‘Duome meimiao de yewan’ (How majestic is the night)


Wil je eens horen hoe een combinatie van rockmuziek en traditionele Mongoolse keelzang klinkt? De Chinees-Mongoolse muziekgroep Hanggai combineert elektrische gitaren met het karakteristieke geluid van de tweesnarige viool. Hanggai heeft momenteel optredens over de hele wereld en bleek ook in Nederland populair. De band was onder andere te zien op Lowlands en trad op in Tivoli.

Luisteren: ? ‘Four Seasons’

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook