Mare Nummer 32     09 juni 2011

32
KORTKOLOM

Lofar | Mammoet | Langer leven

Lofar

Lofar (Low Frequency Array) is een netwerk van duizenden kleine radiotelescoopjes, die samen werken en zo één hele grote radiotelescoop vormen. Verleden jaar was de officiële opening, al waren er toen al wat eerste publicaties verschenen die hun basis hadden in Lofar-werk. In Astronomy & Astrophysics staat nu een ander soort mijlpaaltje: een standaardartikel dat uitlegt hoe de megatelescoop gebruikt kan worden om pulsars te bestuderen. Elk volgend artikel kan dan verwijzen naar dit stuk, om uit te leggen hoe dat in zijn werk ging.

Een pulsar is wat er overblijft als een zware ster geen brandstof meer heeft. Het zijn mysterieuze bollen met een gigantische dichtheid – een theelepeltje pulsar weegt meer dan een miljard kilo’s. Wetenschappers zouden graag meer over die dingen willen weten, maar pulsars laten zich met de huidige radiotelescopen moeilijk bestuderen. In het artikel laten de Lofar-onderzoekers, waaronder Sterrewacht-medewerkers Huub Röttgering en George Miley, zien dat het met de combi-telescoop wèl moet kunnen. De eerste data zijn veelbelovend, stellen ze.

Mammoet

Mammoetresten zijn vooral bekend uit de Noordzee en Siberië, maar de soort kwam ook in het huidige Noord-Amerika voor. De meest complete mammoet uit dat continent werd in 1895 gevonden bij het Canadese plaatsje Muirkirk. Een boer ploegde een slagtand kapot, maar afgezien daarvan was het een opzienbarende vondst: zo heel zijn mammoetresten maar zelden.

Nog opzienbarender was het dat het dier daarna voor meer dan honderd jaar in de verzamelbakken van een museum verdween. Nu is er eindelijk een grondige beschrijving, door de Nederlandse mammoetenonderzoeker Dick Mol, geassisteerd door de Leidse archeoloog Johannes van der Plicht. De echte fans kunnen het nalezen in het Quarternary Journal.

Het gaat om een wat ouder mannetje, dat vermoedelijk overleed nadat het vast kwam te zitten in een moeras. Dat moet zo’n twaalfduizend jaar geleden zijn gebeurd, blijkt uit de studie. Op basis van het stuifmeel in de vacht vermoeden de onderzoekers dat de Muirkirk-mammoet op een toendra-achtige steppe leefde, net als zijn Europese tegenhangers.

Langer leven

In vrijwel alle dieren waarin het verschijnsel bestudeerd is, blijkt dat als je ze stelselmatig minder voer geeft dan ze normaal eten, dat de levensduur verlengt. Hoe dat precies komt, is vooralsnog onduidelijk. Vermoedelijk stimuleert de honger een soort stressrespons van het lichaam, die vervolgens beschermt tegen de gevolgen van veroudering.

De Leidse internist Hanno Pijl schrijft in het vakblad Physiology & Behavior een overzicht van studies die daar hun vingers achter probeerden te krijgen. Kun je het effect ook bereiken door minder van één bepaalde voedingsstof te eten? Zo ja, wat is dat dan? Als je dat weet, kun je namelijk alleen maar daarvan minder gaan eten, in plaats van minder van alles.

De studies lijken elkaar tot nu toe tegen de spreken: de ene diersoort heeft baat bij een dieet met weinig glucose, de ander leeft langer als er weinig van het aminozuur methionine in zijn voeding zit. En dan heb je nog het probleem dat als je ècht te weinig geeft, je proefdieren of proefmensen doodhongeren.

Sowieso zijn mensen er niet goed in om te weinig te eten, zoals blijkt uit het immer toenemende aantal dikkerds. Pijl hoopt dat inzicht in wat er nou precies gebeurt met hongerlijders er uiteindelijk toe zal leiden dat we op een andere manier de voordelen van de honger kunnen beleven, zonder daadwerkelijk te hongeren.

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook