Drie wetenschappers van de Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen (KNAW) hebben een protestbrief gestuurd naar het kabinet tegen plannen om wetenschappelijk onderzoek meer te richten op innovatie.
Beatrice de Graaf (Universiteit Leiden), Appy Sluijs (Universiteit Utrecht) en Peter Paul Verbeek (Universiteit Twente) zijn bang dat de plannen voor toepassingsgericht onderzoek ten koste zullen gaan van fundamenteel onderzoek, dat zich niet direct richt op een mogelijke toepassing. Een deel van het geld voor fundamenteel onderzoek moet voortaan gebruikt om onderzoek te stimuleren dat Nederland economisch sterker maakt. Het zou gaan om 350 miljoen euro. Hiertoe zijn negen topsectoren aangewezen, bijvoorbeeld energie, water, logistiek en life sciences. De wetenschappers stellen dat innovatie niet op deze manier te plannen is.
Volgens historicus Beatrice de Graaf is het probleem dat geld dat normaal gesproken breed verdeeld werd over wetenschappelijke gebieden nu wordt toegekend aan negen gebieden, die top down bepaald zijn. Dit werkt vernauwend, terwijl innovatie juist ontstaat door in de breedte te investeren, zegt De Graaf. ‘Je weet niet van tevoren welk onderzoek innovatie oplevert. Kennis is niet kassa, maar het kan wel leiden tot kassa.’ De brief haalt voorbeelden hierover aan: antropologisch onderzoek naar kannibalisme in Papoea Nieuw-Guinea zorgde voor de ontdekking van de prionziektes, waar ook de gekkekoeienziekte toe behoort. Taalkundig onderzoek leidde tot automatische spraakherkenning. Omdat onderzoek soms pas na jaren resultaat oplevert, zouden ook langetermijninvesteringen nodig zijn.
Volgens de brievenschrijvers gaat een aanzienlijk deel van het geld dat onderzoeksfinanciers NWO en KNAW besteden voortaan naar de topsectoren. De wetenschappers noemen het goed dat het kabinet probeert te bewerkstelligen dat onderzoek voor meer innovatie zorgt, maar zeggen dat het weghalen van geld uit fundamenteel onderzoek een tegengesteld effect heeft. Een deel van het geld zou daarom nog steeds gebruikt moeten worden voor fundamenteel onderzoek in de topsectoren. Hiernaast zou ook het bedrijfsleven zelf meer moeten investeren in onderzoek.