Mare Nummer 27     21 april 2011

27
Schaaps 23
FOTO: Robert Knoop
Kunst? Welke kunst?
Op pad door de Leidse universiteitsgebouwen op zoek naar kunst, kitsch en clichés

Met een bundel kunstzinnige beschouwingen studeerde Hanna Schraffenberger af bij de opleiding media & technology. Voor Mare ging ze op zoek naar kunstschatten op de academische werkvloer. De oogst: een logaritmisch vervormde Nachtwacht, ongezonde schapen en de digitale superheld Bitman.

DOOR HANNA SCHRAFFENBERGER Ik zit met mijn vrienden in de kantine van het Snellius als ik word gebeld en uitgenodigd om een verhaal te schrijven over kunst op de Universiteit Leiden. Het is mijn eerste opdracht en tijdens het telefoongesprek denk ik alleen: ‘Niet laten merken, dat je geen idee hebt, waar hij het over heeft.’

Drie jaren geleden ben ik naar Nederland gekomen. Daarbij is mij wel opgevallen dat Nederland een heel grote museumdichtheid heeft. Ook in Leiden zelf heb ik in de Lakenhal en in het Sieboldhuis van kunst genoten. Maar op de universiteit is mij tot nu toe nog nooit een kunstwerk opgevallen.

De studenten aan mijn tafel lijken mijn gedachten te kunnen lezen. ‘Welke kunst?’ reageren ze. Maar uit de opdracht wordt duidelijk: blijkbaar bestaat er wel kunst op de universiteit. Na een halve minuut komen we er achter, dat we alleen onze hoofden moeten draaien: op de muur in de kantine hangt een rare, grote, lichtgevende en algoritmisch vervormde versie van Rembrandts Nachtwacht.

Langzaam realiseren wij ons dat ook in de onderzoeksvleugels een murenvullende serie van de kunstenaar Dadara hangt. Daarin zien wij bijvoorbeeld Bitman (vermoedelijk een broer van Batman) met enen en nullen op zijn vleugels. Dadara noemt zijn combinaties van breinen, kabels, mensen, computers, enen, nullen en wolkenkrabbers Information City - ik noem het een combinatie van kunst, kitsch en cliché. Het indrukwekkendste aan dit werk is eigenlijk dat het ons - zo kleurrijk en enorm groot als het is - nooit eerder is opgevallen.

Ik vraag me af, wat wij nog meer missen, als we de kunst voor onze neus niet eens zien. En wat voor eigenschappen moet een kunstwerk eigenlijk hebben om niet gezien te worden? De broer van Batman beheerst in ieder geval de kunst van de onzichtbaarheid.

Na de kunst van enen, nullen en algoritmische vormgeving in het gebouw van informatica verwacht ik nu wel gevoelige portretten van mysterieuze gezichten in de gangen van psychologie en schilderijen die op een tienduizendvoudig vergrote cel lijken bij biologie.

Ik besluit een kunstroute te maken door de gebouwen van de universiteit. Het regent, maar gelukkig hoef ik mijn eigen gebouw nog niet te verlaten. Ik kan namelijk op mijn laptop een virtuele tour door het Kamerlingh Onnes Gebouw maken. Al snel kom ik in het trappenhuis Het Equilibrium tegen, een kunstwerk van de kunstenaar Ni Haifeng dat geïnspireerd is door het recht: een enorm bronzen zwaard wordt in evenwicht gehouden door een zware bundel rechtsboeken. Ik leer dat de faculteit der Rechtsgeleerdheid over een eigen en aanzienlijke kunstcollectie beschikt.

Verder browsend vind ik de unieke verzameling van de universiteitsbibliotheek: prenten, tekeningen en foto’s met werken van beroemde mensen als Rembrandt van Rijn en de fotograaf Ed van der Elsken. Dat veel collecties van de UB ook in de vorm van webtentoonstellingen beschikbaar zijn, is geweldig - maar het roept ook vragen op. Hoe verschilt het een kunstwerk online op een glossy laptopscherm van dat in de echte wereld? Willen we nog de moeite doen om naar originelen te kijken?

Persoonlijk heb ik na de kleine plaatjes eigenlijk wel zin om ‘echte’ kunst te zien, dus ik ga op weg naar de dichtstbijzijnde gebouwen: het Huygens Laboratorium en het Gorlaeus Laboratorium. In de gang tussen de gebouwen op de eerste verdieping kom ik al een tentoonstelling tegen: Chroniqueur van het hellevuur, een serie van Jos van den Broek, chemicus en voormalig wetenschapsjournalist die nu als docent wetenschapscommunicatie werkt. Geïntrigeerd door de brand bij Chem-Pack in Moerdijk, afgelopen januari maakte hij een collectie impressies. Naast zwart en grijs gebruikt hij opvallend veel fluorescerende kleuren. Ik raak gefascineerd door zijn vogels in een giftig fel oranje. Een half uur later kom ik al weer dieren in rare fluorescerende kleuren tegen. In het Lipsiusgebouw heeft het LAKtheater de groepstentoonstelling Toen&nU georganiseerd. Nu hangen daar ook indrukwekkende schapen in ongezonde kleuren, geschilderd door Robert Knoop. Ze staren je aan met grote ogen. Deze ogen, die kan je niet negeren, die moeten je toch opvallen? Dat je zelfs grote, starende ogen over het hoofd kan zien, wordt me even later pas echt duidelijk in het Pieter de la Courtgebouw. Daar hangen twee enorme billboards, onderdeel van het kunstwerk Operant Eyes van kunstcriticus en schrijver Cornel Bierens. Wat opvalt, is dat de enorme ogen die de wereld in staren helemaal niet opvallen - sterker, je kan ze eigenlijk niet als ogen herkennen. Tenminste niet als je gewoon kijkt. Dan zie je enkel grote gekleurde pixels - net alsof je bij een digitale foto te ver inzoomt. Kijk je door een van de aanwezige ‘dichtbijkijkers’ (het tegenovergestelde van een verrekijker) zie je dan toch plotseling ogen, die langzaam bewegen en veranderen. Dat lijkt eerst paradoxaal: als je verder weg bent of het beeld de lens verkleint, zie je meer. Zou dit ook mijn eigen kunst-blindheid op het Snellius-gebouw kunnen verklaren? Als ik het vrij interpreteer misschien wel. Het zou kunnen dat de kunst om mij heen gewoon te dicht op mijn eigen neus zat om gezien te worden.

Een Leidse professor vertelde mij eens dat hij soms hotel-schilderijen stiekem verwisselt met schilderijen in andere hotels. Ik wil hem uitnodigen dat ook in de gebouwen van de universiteit te doen. Ik ben benieuwd of wij dat door zouden hebben. Het bijschrift van Bierens’ kunstwerk geeft ons wijze raad. ‘Als de kijker niet zelf moeite doet en op onderzoek uitgaat, zal er met het kunstwerk nooit een band van betekenis ontstaan.’

Misschien zal hij het niet eens zien.


Over de auteur

Hanna Schraffenberger (1983) verkreeg onlangs de mastergraad in Media Technology. Als resultaat van haar afstudeeronderzoek bracht ze een essaybundel uit: Whether You Like Art or Not, Short essays on the liking of modern art.

Toen zij de tandarts zat om haar verstandskies te laten trekken, keek ze naar het moderne schilderij dat aan de muur van de wachtkamer hing. Een wachtende vrouw loofde het werk omdat iedereen het op zijn manier kan interpreteren. Een man zei dat hij niets begreep van moderne kunst. Het zette Schraffenberger aan het te denken.

Aanvankelijk was haar uitgangspunt dat ze van kunst hield maar niet van hedendaagse kunst. Toen ze het schilderij in de wachtkamer mooi vond, bedacht ze dat het misschien het museum was dat haar appreciëring in de weg stond.

De studente beschrijft deze scène in het openingsessay. Verder raadt ze de lezer om af en toe een hekel krijgen aan wat je goed vindt, over hoe verliefd worden op een Facebook-profiel verschilt van kunstwaardering en hoe je verlost kunt worden van je kitschfobie.

Meer informatie is te vinden op Schraffenbergers eigen site www.creativecode.org. Wie meer te weten wil komen over de opleiding kan terecht op mediatechnology.leiden.edu.


Operant Eyes, Cornel Bierens

Bitman, Dadara

Het Equilibrium, Ni Haifeng

Uit de serie Chroniqueur van het hellevuur, Jos van den Broek

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook