Mare Nummer 22     17 maart 2011

22

FOTO: Michiel Walrave
Voor u ligt een...
Waarom wordt er in beleidsstukken zo omslachtig geformuleerd?

Universitaire beleidsrapporten zijn nagenoeg onleesbaar, betoogt Marc van Oostendorp. En wat nog erger is: wie genoeg van zulke zinnen leest, begint zelf zo te denken.

Eindelijk is er op deze universiteit een antwoord gevonden op een prangende en eeuwenoude vraag; een universeel en sluitend antwoord op het vraagstuk hoe de eerste zin van je stuk moet luiden. Die indruk krijg je in ieder geval als je de vele nota’s, documenten en beleidspapers doorneemt die het afgelopen halfjaar in Leiden hebben gecirculeerd. Bijna onveranderlijk beginnen die met de woorden ‘Voor u ligt...’ Daarna volgt dan meestal de titel van de nota die men inderdaad zojuist heeft opengeslagen, liefst op een omslachtiger manier geformuleerd.

Ik doe een willekeurige greep. Het Visiedocument herinrichting student- en onderwijsadministraties Universiteit Leiden begint aldus:

  • Voor u ligt een visiedocument als resultaat van het onderzoek naar de herinrichting student- en onderwijsadministraties Universiteit Leiden.


    Het Dossier samenvoeging bacheloropleidingen Ruslandkunde, Slavische Talen en Culturen tot Russische Studies meldt daarentegen in de eerste zin:

  • Voor u ligt een voorstel tot samenvoeging van de bacheloropleidingen Ruslandkunde en Slavische Talen en Culturen tot de bacheloropleiding Russische Studies.


    De auteur van de Gids voor de Onderwijskwaliteitszorg in de Faculteit der Geesteswetenschappen 2010-2011 zorgt voor variatie en begint met de zin:

  • Deze gids beschrijft de kwaliteitszorg voor het onderwijs van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden.


    Enzovoort. Wie genoeg van dit soort zinnen leest, begint zelf zo te denken. Voor u ligt een betoog over de koffieveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappij. Voor u ligt een roman over een familie die ongelukkig is op zijn eigen manier. Voor u ligt een lied waarvan ik wil dat het klinkt als het gefluit dat ik vaak hoorde op een zomernacht.

    Hoe iemand op het idee komt om zo’n zin te schrijven, is moeilijk te achterhalen. Misschien zijn de schrijvers bang dat het voorblad van de nota zoekraakt in het archief. Misschien denken ze dat de lezer niet precies weet waar de nota die hij aan het lezen is zich precies bevindt in de fysieke ruimte (‘voor u’). Maar waarschijnlijker is dat al die documenten inhoudelijk zoveel op elkaar lijken dat de lezer op iedere bladzijde moet worden duidelijk gemaakt dat hij nu toch echt een visiedocument aan het lezen is en geen dossier, of andersom, en dat het deze keer niet gaat om de implementatiefase in het samenvoegingstraject van twee interfacultaire afdelingen, maar wel degelijk om de oriënterende fase in een beslistraject over het verbeteren van de groenvoorziening rondom het Kamerlingh Onnes-gebouw. Of andersom.

    Het hoogtepunt was in de afgelopen maanden het hierboven al aangehaalde Visiedocument herinrichting enz. Dat ‘document’ is bijna voortdurend bezig zichzelf te definiëren. Nadat het de lezer in de eerste zin heeft uitgelegd wat er op dat moment precies voor hem ligt, vervolgt het in de tweede zin: ‘Dit document dient richting te geven aan de te maken keuzes die nodig zijn om uiteindelijk de kwaliteit van de administratie op een hoger niveau te brengen tegen lagere kosten.’ Inderdaad, nog een herhaling: handig voor als zowel de titelpagina als de eerste zin van het document afgescheurd zijn. En de derde zin? ‘Voorafgaand aan dit document is het van belang een aantal zaken te benoemen over wat dit document wel en niet is.’ Hierop volgen er vier punten en tot slot nog wat opmerkingen over de status van het document. In totaal staat op het ene A4’tje dat het voorwoord beslaat acht keer het woord ‘document’.

    Vervolgens doet het eerste hoofdstuk (‘1. Inleiding’) een duit in het zakje. In de eerste paragraaf lezen we: ‘Voorliggend visiedocument heeft als scope de gehele keten van administratieve handelingen met betrekking tot student- en onderwijsadministraties binnen de Universiteit Leiden.’ In de tweede paragraaf draait het niet zozeer over het document zelf als wel over de ‘doelstellingen’ van de ‘visiefase’ (de fase waarin aan het visiedocument gewerkt werd) maar gelukkig eindigt de paragraaf wel met de vaststelling ‘Bovenstaande doelstellingen zijn meegenomen in het onderzoek en in dit visiedocument’.

    De eerste zin van de volgende paragraaf begint dan weer: ‘Een aantal eisen aan de aanpak is leidend geweest bij het opstellen van dit visiedocument.’ De laatste paragraaf geeft een samenvatting van alles wat komen gaat. (‘Dit visiedocument start met het benoemen van de reikwijdte van dit onderzoek...’) Fraai is daarin de laatste zin: ‘Tot slot sluit hoofdstuk 7 af met een samenvatting, de conclusies en vervolgstappen’. Dus hoofdstuk 7 sluit niet zomaar af, nee het sluit af ‘tot slot’, en dan nog wel met de conclusies! Dat belooft wat.

    Zo blijft het visiedocument voortdurend met zichzelf bezig. Ieder hoofdstuk begint met de woorden ‘in dit hoofdstuk’, behalve hoofdstuk 6 dat begint met ‘in het vorige hoofdstuk’. En in het laatste hoofdstuk (dat tot slot afsluit met de conclusies) is het weer een en al ‘dit document’ of ‘dit visiedocument’ wat de klok slaat. De allerlaatste zin van dit monument van Leids stijlgevoel luidt: ‘In de oplegnotitie aan het CvB behorend bij dit visiedocument wordt een voorstel gedaan voor aanpak en timing.’

    Helaas heb ik niet de hand kunnen leggen op die oplegnotitie; gelukkig kan de lezer wel reconstrueren wat er de eerste zin van is.


    Marc van Oostendorp is bijzonder hoogleraar fonologische microvariatie

    Deel op Facebook

  • Deel op Facebook