Mare Nummer 20     03 maart 2011

‘Lieve bonbon, waarom ben je zo lekker?’
Vooral vrouwen worstelen met emo-eten

Bijna iedereen eet wel eens meer dan de bedoeling was, maar als je jezelf volpropt telkens als je boos of verdrietig bent, heb je een probleem. De Leidse psychologe Greta Noordenbos werkte mee aan een boek over emotie-eten. ‘Niet de honger, maar de stress bepaalt of de koelkast open gaat.’

DOOR BART BRAUN ‘Ik voelde me ellendig en wilde dat niet voelen, dus greep ik automatisch naar iets lekkers. Daarna was ik kwaad op mezelf omdat ik dat niet in de hand had. Ik baal ervan dat ik steeds meer eten nodig heb om mezelf onder controle te houden. Ik ben het vechten zo moe.’ Aan het woord is Brigit, een vrouw die zich liet behandelen voor haar eetproblemen.

Volgens de letter der wet heeft Brigit geen eetstoornis. Die letter heet onder psychologen DSM (het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), en stelt duidelijke grenzen. Je hebt officieel pas anorexia nervosa als je serieus ondergewicht hebt. Van Binge Eating Disorder is pas sprake als je minstens twee keer per week een heftige vreetbui ervaart. Brigit heeft geen psychische stoornis, maar wel een probleem.

‘Ik zie het als een continuüm’, legt psychologe Greta Noordenbos uit. ‘Emotie-eters hebben geen anorexia of boulimia, maar op een dieper liggend niveau zijn er wel parallellen. Het is meer een kwestie van gradatie dan een absoluut verschil.’

Noordenbos doet al meer dan dertig jaar onderzoek naar eetproblemen, en schreef recent het boek Uit de ban van emotie-eten, samen met Joanna Kortink, de behandelaar van Brigit.

Noordenbos: ‘Iedereen voelt wel de link tussen emoties en eten. Verzadiging is lekker, feestjes vieren we met eten. Emotie-eters zijn een zwaardere categorie. Een teleurstelling, een conflict op het werk, of een onprettige mededeling doet ze naar eten grijpen, om de negatieve gevoelens letterlijk weg te eten. Je eet dan ook meer dan je fysiologisch nodig hebt: niet de honger, maar de stress bepaalt of de koelkast open gaat, en ook wat er uit gehaald wordt.’

Als zulk gedrag een patroon wordt, en je je gevoelens niet op een andere manier kan reguleren, dan zit je buiten de normale proporties. Lijnen heeft dan ook geen zin voor deze groep emotie-eters. Ze jojoën altijd weer terug, aldus Noordenbos: ‘Ze gaan toch weer eten, komen weer aan, en kiezen het volgende dieet met hetzelfde effect.’

‘Overgewicht kan heel veel verschillende oorzaken hebben’, vervolgt ze. ‘Maar als mensen weten dat ze veel problemen hebben met hun emoties, en dat ze hun emoties wegeten, dan moet je je ervan bewust worden dat het zo werkt bij jou. Vervolgens kan je daarmee in een behandeling aan de gang. Je emoties leren erkennen en herkennen, zonder dat je meteen naar de bonbons grijpt.’

Uit de ban van emotie-eten is bedoeld als aanvulling op een behandeling, al denkt Noordenbos dat mensen met een lichte mate van emotie-eten aan alleen het boek al genoeg kunnen hebben. ‘Het gedrag gaat niet vanzelf over. Het raakt ingebouwd in je gedragspatroon, en je stofwisseling. Het gaat erom dat je je bewust wordt van je gevoelens, gedachten en eetgedrag, en daar op een ander manier mee leert omgaan.’

‘We hebben het in dit boek vooral over vrouwen, omdat verreweg de meeste mensen die met emotie-eten worstelen vrouw zijn’, schrijven Kortink en Noordenbos in het voorwoord. Harde cijfers over hoeveel mannen en vrouwen dat doen, zijn er echter niet.

Of mannen makkelijk met het boek overweg kunnen, is ook nog maar de vraag; de benadering is zeer vrouwelijk. Zo worden de emotie-eters opgeroepen om de dialoog aan te gaan met hun lievelingseten: ‘Stroopwafels, wat maakt dat ik jullie zo onweerstaanbaar vind?’ valt in een voorbeeld te lezen. De stroopwafels geven antwoord: ‘Door je tanden hier stevig in te zetten kun je je agressie kwijt.’

Nog opmerkelijker is het dat de emotie-eter wordt benaderd als iemand die saboterende gedachten of stemmen hoort. Het deel van jezelf dat je teveel doet eten omschrijft Kortink als de ‘innerlijke saboteur’, een stemmetje in je hoofd dat bijvoorbeeld fluistert dat je recht hebt op lekker eten, nu je zo hard gewerkt hebt. Noordenbos: ‘In documentaires over mensen met eetproblemen, of in hun biografieën, lees je veel over zulke innerlijke stemmen of gedachten. Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat die inderdaad voorkomen bij mensen met eetstoornissen, al is het nog te vroeg om te zeggen hoe veel. Bij de meeste therapeuten is er is heel weinig aandacht voor zulke kritische en saboterende gedachten of stemmen. Die aandacht zou er wel moeten zijn. Overigens gaan zulke gedachten goed samen met helder denken op andere vlakken; ik zou mensen die ze hebben zeker niet gek of irrationeel noemen. Maar hun gedachten en innerlijke processen zijn wel verstoord.’


Joanna Kortink & Gretta Noordenbos Uit de ban van emotie-eten – een nieuwe oplossing voor eet- en gewichtsproblemen, Uitgeverij Servire, 240 pgs. EUR 19,95.


Mindless Eating

Als je overgewicht hebt, dan is de meeste voorlichting die je krijgt sterk gericht op intellectuele beheersing van je eten. Je leert welke etenswaren gezonder of ongezonder zijn, wat calorieën zijn en hoe je ze moet tellen. Met wilskracht en cognitie moet je je voedselinname te lijf.

Het grote probleem daarbij is dat eten helemaal geen cognitief proces is. Niemand bedenkt tijdens de maaltijd ‘Ah, met deze hap haalde ik de 35 gram vezels voor vandaag. Tijd om op te houden met eten!’ Eten doe je niet met je hersens.

Verreweg de meeste mensen eten ook niet met hun maag. Ze eten zoveel als er op hun bord ligt, of domweg omdat het etenstijd is. De Amerikaanse psycholoog Paul Rozin deed ooit een proefje met mensen met een geheugenstoornis, die ervoor zorgde dat ze geen nieuwe herinneringen aan konden maken. Als Rozin er met behulp van een gemanipuleerde klok voor zorgde dat zij dachten dat het lunchtijd was, aten ze zonder problemen twee of zelfs drie lunchmaaltijden na elkaar.

Psycholoog en marketingdeskundige Brian Wansink heeft een enorme hoeveelheid proefjes gedaan die bewijzen dat je eet zonder te denken. Als je mensen soep laat eten terwijl ze televisie kijken, en met een ingenieuze pomp ongemerkt de soepkommen bijvult, schoffelen ze ongemerkt een liter soep naar binnen. Als je halverwege de maaltijd de kippenbotjes afruimt, eten mensen meer kipkluifjes. Hoe meer kleuren M&M’s er in een bak zitten, hoe meer M&M’s mensen eten. Geef je mensen een grotere bak popcorn, dan eten ze meer popcorn – ook als de popcorn meer dan een week oudbakken is. Het allerergste van zijn onderzoek: hij vraagt na afloop aan mensen of ze denken dat ze meer hebben gegeten omdat hij die variabele had aangepast. Iedereen zegt dan nee: domme mensen laten zich foppen door dit soort trucs, maar zijzelf natuurlijk niet. Fout.

Op dezelfde manier eten veel mensen niet omdat hun lichaam behoefte heeft aan bouw- of brandstoffen, maar om heel andere redenen. Verveling. Gezelligheid. Kopieergedrag: iedereen is aan het eten, dus doe jij het ook. En bij de emotie-eters speelt voedsel nog veel meer rollen: troost, bevrediging, ontsnapping.

Belangrijk onderdeel van Uit de ban van emotie-eten is dat de eter zich bewust wordt van al die onbewuste en emotionele aspecten, en beter leert om naar de signalen van haar lichaam te luisteren. Met een serie oefeningen, gebaseerd op het psychologische concept Mindfulness, moet zo de de ‘maaghonger’ onderscheiden worden van ‘ooghonger’ en de ‘hoofdhonger.’

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook