Mare Nummer 18     10 februari 2011

18
Student uit de achttiende eeuw met ‘Japonse rok’ . En rechts een hedendaagse variant.
Dit zijn jullie voorgangers
Historica promoveert op stamboom van het studentenleven

‘s Ochtends college, ‘s middags een potje schermen en daarna jezelf bezatten in de herberg en burgers bedreigen. Welkom in het studentenleven van de afgelopen eeuwen. Een historica promoveert vandaag op de belevenissen van uw illustere voorgangers.

DOOR BERIT SINTERNIKLAAS John Clerk is rechtenstudent in Leiden. Hij komt uit een rijke Schotse familie en wilde – net als zijn welgestelde vrienden - op avontuur in het buitenland. Taalbarrière? Daarvan heeft hij geen last: aan de universiteit is Latijn immers de voertaal. In zijn eerste jaar begint hij met de zogeheten artes, een voorbereidende fase over de klassieke talen, filosofie, wis- en natuurkunde. Daarna kiest John rechten. De enige twee andere opties: medicijnen of theologie. Promoveren zit niet in zijn planning, maar dat is in zijn kringen ook niet zo gebruikelijk.

John woont op kamers, bij een privaatdocent in huis. En hij is niet de enige, er zijn wel huizen waar vijftien studenten bij een professor wonen. Niet zo gek, want het levert de professor een extra zakcentje op. Zijn vrouw wast de kleren, kookt en maakt schoon voor de studenten. Sommige van Johns studiegenoten wonen bij een hospes in huis, een particulier die tegen betaling een kamer huur aanbiedt. Daar zijn de onderlinge verhoudingen ongelijk: studenten hebben geld en behoren tot een hogere sociale klasse. Een studiegenoot vertelde John dat als gaat ’s avonds naar de herberg gaat ‘de hospes beleefd met zijn hoed in de gang stond en vroeg: “Meneer, wanneer komt u vanavond thuis?” Mijn hospes moet wakker blijven om de deur open te doen als ik thuis kom. En als ik de hele nacht niet thuis kom dan zit mijn hospes daar maar braaf.’

Op zo’n avondje in de herberg wordt er stevig gedronken. Logisch: studenten krijgen korting op de wijn- en bierbelasting. Die korting wordt nog eens verdubbeld als voor wie 20 jaar of ouder is. En dus liegen veel studenten bij hun inschrijving aan de universiteit over hun leeftijd.

’s Ochtends moest John vroeg weer op: de colleges begonnen al om 8 uur. Om een uur of drie was het tijd voor ontspanning: studenten gingen een potje kaatsen of schermen.

John zul je nu niet meer tegenkomen op het Rapenburg. Hij studeerde namelijk rond 1700 in Leiden. Hij is een van de studenten die Martine Zoeteman-van Pelt uit de archieven heeft opgediept. Zoeteman-van Pelt promoveert vandaag op haar studie naar de Leidse studentenpopulatie tussen 1575 en 1812. Aan de hand van een zelfontworpen database en brieven en dagboeken van studenten en professoren geeft ze een kijkje in bijna drie eeuwen studentenleven.

In die tijd maakte de academie een verschuiving door, zegt ze. ‘De universiteit is van internationaal, via nationaal, naar regionaal gegaan.’ En dus maken aan het eind van de achttiende eeuw niet langer rijke Schotten de dienst uit in Leiden, maar studenten als Abraham Hendrik van Suchtelen. Hendrik is een telg uit adellijke familie in Deventer. En hij is vanwege zijn afkomst nog een uitzondering. Het merendeel van de studenten komt namelijk uit het gewest Holland. De voorbereidende artes die John Clerk volgde, zijn verdwenen. Hendrik is naar de universiteit gekomen om rechten te studeren en advocaat te worden. Die titel en de bul gelden inmiddels als statussymbool. De meeste studenten lieten hun studie betalen door hun vader, die ook een kamer voor hen regelde - meestal ergens tussen het Rapenburg en de Breestraat. Ongeveer driekwart van de studenten woonden in een studentenhuis met meerdere huisgenoten. Het kleine deel van de studenten dat wel een beurs had woonde in het Statencollege. De inwoners van Leiden hadden het niet zo op de studenten, die bekend stonden als wanbetalers. Behalve vele ruzies over geld tussen inwoners en studenten gingen er verhalen rond over studenten die ’s avonds een steeg in de binnenstad afsloten en daar vrouwen misbruikten, zich bezatten en met zwaaiende sabels voorbijgangers bedreigden.

Op straat waren ze te herkennen aan hun kleding. In de tijd van Hendrik raakte de ‘Japonse rok’ in de mode. In tegenstelling tot de elite droegen hij en zijn medestudenten deze kamerjas ook op straat. Aan de kleur kon je zien aan welke faculteit de student studeerde, zo stond groen bijvoorbeeld voor geneeskunde.

Bijbehorende accessoires: een pruik - die droegen alle studenten - en eventueel: een wapen.

Meisjes kijken deed je in de kerk

Als Hendrik ‘s avonds niet zijn collegeaantekeningen uitschrijft, gaat hij naar de herberg met zijn vrienden van de vereniging. Deze ‘ontgroensenaten’ zijn de voorlopers van Minerva. De ontgroening is mild en bestaat slechts uit onmogelijke opdrachten die het aspirant-lid tijdens een etentje bij hem thuis moet uitvoeren. Hendriks studiegenoot Pieter Pous moest bijvoorbeeld voor hem onbekende teksten van het Nederlands in het Latijn vertalen en zo hard mogelijk fluiten als een van de gasten ging plassen. Zoeteman-van Pelt: ‘Het is niet te vergelijken met de huidige ontgroeningstaferelen.’

De eerste vrouwelijke student pas kwam rond 1873 naar Leiden dus studenten moesten op andere plekken dan de collegezaal op vrouwenjacht. ‘Je had eigenlijk twee categorieën meisjes: straatmeisjes, die kwam je overal tegen. Op straat, in winkels en kerken. Er werd ook wel gezegd dat studenten alleen naar de kerk gingen om meisjes te kijken. Die meisjes waren wat makkelijker te veroveren, soms ook in de hoop op een huwelijk. De andere categorie waren de juffers, meisjes van hogere stand. Die kwamen studenten tegen op feestjes bij mensen thuis of als ze concerten bezochten. Juffers werden wel erg beschermd door hun vaders, die bang waren dat zo’n omhooggevallen student een huwelijk wilde.’

En ook met de straatmeisjes ging het soms mis, zo ook in het geval van Hendrik. Een vrijpartij met ene Antje van de Vijver had verstrekkende gevolgen, blijkt uit het dagboek van de rector magnificus Hendrik Albert Schultens. Samen met de professoren (en vaak een delegatie van het stadsbestuur) leidt hij namelijk de studentenrechtbank. En daar heeft Antje zich gemeld met het verhaal dat Hendrik haar zwanger heeft gemaakt. Ze wil geld zien.

De rector gaat op onderzoek uit. De vroedvrouw en dokter twijfelen of het meisje überhaupt zwanger is. Maar Antje houdt vol en krijgt een miskraam. Of althans, dat zegt ze. Hendrik betaalt uiteindelijk toch vijftien gulden – ‘ongeveer een tiende van een maandsalaris’, aldus de promovenda. Maar daar neemt Antje geen genoegen mee. In een brief naar de rector schrijft ze ‘dat er geen plaas zal weze of ik zal mijn heer van Zugtelen na volge en hem nergens met rustlaten al zou ik er mijn jong leven voor laten’. Met succes: als ze naar het ouderlijk huis van Hendrik afreist en meer geld eist, treft de familie een schikking. Het precieze bedrag van de schikking is onbekend gebleven, aldus de promovenda.

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook