Mare Nummer 16     27 januari 2011

16
Een chimpansee uit het proefdiercentrum in Rijswijk mag met pensioen. Experimenten op mensapen zijn in Nederland niet meer toegelaten
FOTO: HH
Waarom apen geen aids krijgen
Gepromoveerd op onderzoek dat nu verboden is

Chimpansees kunnen wel hiv krijgen, maar bijna nooit uit aids. Een Leidse promovendus zocht uit waarom niet, hoe controversieel onderzoek naar mensapen ook is. ‘Vanwege de aard van de ziekte heb ik mijn werk altijd goed kunnen verklaren.’

DOOR BART BRAUN Als immunoloog Erik Rutjens volgende week donderdag promoveert, dan doet hij dat op onderzoek dat hij nu niet meer zou mogen uitvoeren. In 2003 besloot de Nederlandse politiek dat experimenten op mensapen verboden moesten worden. De met hiv besmette chimpansees waarvan Rutjens het bloed analyseerde, zijn inmiddels met pensioen in een speciaal bos bij Almere. Maar elk einde heeft een begin.

Het begon in Afrika, ergens aan de start van de twintigste eeuw. Een mens, vermoedelijk een stroper die een chimpansee aan het slachten was, raakte besmet met een virus dat al duizenden jaren voorkomt bij apen. Het virus veranderde een beetje, van een apenvirus in een mensenvirus: Humaan Immudeficiëntie Virus (hiv). Het verspreidde zich, en kwam uiteindelijk in Amerika terecht.

In de jaren tachtig begon het daar op te vallen dat er onder homo’s en drugsgebruikers opvallend veel gevallen van een tot dan toe zeldzame vorm van kanker voorkwam. Hun immuunsysteem werkte niet goed genoeg meer om die ziekte op afstand te houden, en dat kwam weer door een andere ziekte: aids. Veroorzaakt door infectie met hiv, zo zou later blijken.

Aids groeide uit tot een wereldwijde epidemie die nog steeds niet tot staan is gebracht. Onderzoek naar de ziekte verliep moeizaam, mede omdat er maar één diersoort was die vatbaar was voor het hiv-virus: de chimpansee. Ook in Nederland werd onderzoek gedaan naar chimps met het virus. In totaal zijn er 26 mensapen met het virus geïnfecteerd voor onderzoek; die verbleven tot hun pensioen allemaal in het Biomedical Primate Research Center (BPRC) te Rijswijk.

Eén van de mensen die daar werkte was Rutjens, die het immuunsysteem van de mensapen bestudeerde. Chimps kunnen wel hiv krijgen, en het nauw verwante apenvirus SIV, maar die infectie slaat vrijwel nooit door tot aids. Duizenden jaren interactie met het virus hebben ervoor gezorgd dat de dieren een tolerantie voor het virus hebben ontwikkeld. Mensen missen die tolerantie: in 2009 gingen 1,8 miljoen mensen dood aan aids. Wat doen die chimpansees anders?

‘Bij mensen veroorzaakt de infectie een hoge activatie van het immuunsysteem’, vertelt Rutjens. ‘Uiteindelijk raakt dat uitgeput, en krijgt iemand aids. Bij chimpansees zie je ook die activatie, net als bij elke ziekte, maar die zwakt later weer af. Bij de mens gebeurt dat niet.’

De virussen zijn als maffia-leden die infiltreren bij de politie. Ze planten zich voort in één specifieke celsoort van het immuunsysteem, de zogeheten CD4-T-cel. Dat celtype helpt andere cellen van het immuunsysteem om infecties te bestrijden. Maar net zoals je van corrupte politie geen al te beste dienstverlening hoeft te verwachten, doen besmette CD4-cellen hun werk minder goed. Ze falen vooral in het aanmaken van CD154, maar ook andere signaalstoffen worden minder goed aangemaakt. De CD4-cellen van chimpansees blijven wel functioneren met hiv- of siv-virussen erin.

Dat betekent niet dat hiv-patiënten vanaf donderdag CD154-injecties krijgen, als aanvulling op hun antivirale middelen. Tussen de eerste conclusies uit een proef en een medicijn bij de apotheek ligt een mijnenveld van vele jaren, vele mislukkingen en investeringen van vele miljoenen euro’s. Toch is Rutjens nadrukkelijk van mening dat zijn onderzoek hiv-patiënten wat heeft opgeleverd.

‘Zulk fundamenteel onderzoek staat helemaal aan het begin van de cyclus, maar je praat wel over mogelijke toepassingen. De puzzelstukjes die ik heb blootgelegd, kunnen bijdragen aan een betere therapie. De huidige middelen genezen de infectie niet, en een deel van de uitputting van het immuunsysteem blijft bestaan ondanks de medicijnen. Bovendien bestaat er het risico dat het virus ongevoelig wordt voor de therapie.’

Rutjens betreurt het huidige verbod op mensapen-research. ‘Die beslissing is teveel op emotie genomen. Van de dieren die we al hadden rondlopen, hadden we nog veel kunnen leren.’ Toch begrijpt hij prima dat onderzoek op onze naaste verwanten zeer controversieel is, al was het maar omdat hem dat elke week duidelijk werd gemaakt. ‘In de eerste periode dat ik bij het BPRC werkte, stonden er elke donderdagmiddag activisten voor de deur om ons uit te schelden. Als de politie even niet keek, hingen ze aan je bagagedrager. De bekendere onderzoekers kregen ook thuis bezoek van dierenrechtenactivisten, met verfbommen en al.’

‘Als ik eenmaal Rijswijk uit was, kon ik opgaan in de anonimiteit’, vervolgt hij. ‘Maar als ik dan in Leiden een kraampje zag staan van dierenvrienden, liep ik wel om. In het begin was ook heel terughoudend met vertellen wat voor onderzoek ik deed.’ Later sloeg dat om. ‘Naarmate ik er langer mee werkte, raakte ik steeds meer overtuigd van de juistheid ervan. Tegenwoordig bestaan er transgene muizen waar je hiv-onderzoek mee kunt doen, maar toen was de chimpansee het enige proefdier waar je iets mee kon. Vanwege de aard van de ziekte heb ik mijn werk altijd goed kunnen verklaren.’

Rutjens: ‘Ik denk dat wij als mensen die dierproeven doen onszelf ook tekort doen door weinig informatie te geven. De clubs van tegenstanders van proefdiergebruik krijgen zo de overhand in de publieke opinie. Als wij actiever en verklarender naar buiten zouden treden, zou er meer begrip zijn.’ Aan de andere kant snapt hij de huiverigheid van de onderzoekers wel. De bedreigingen en aanslagen hakken erin. ‘Die angst maakt het ook moeilijker om een dialoog te voeren. Misschien dat het al te laat is voor een debat, en dat iedereen zijn beeld al gevormd heeft. Maar ik ben er nog steeds van overtuigd dat wat we gedaan hebben niet voor niets is geweest.’

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook