Mare Nummer 09     11 november 2010

09
Scène uit Feuten.
FOTO: BNN/Pupkin Film
Stop met dit sadisme
Ontgroeningen lopen per definitie uit de hand

In tegenstelling tot wat studentenverenigingen beweren, geeft de BNN-serie Feuten wel degelijk realistisch weer hoe weerzinwekkend ontgroening is, betoogt Rosanne Hertzberger. De gruwelijkheden zijn niet meer te verkopen aan universiteiten.

DOOR ROSANNE HERTZBERGER Maximale stress vorige week bij de besturen van studentenverenigingen. Naar aanleiding van de BNN-serie Feuten kwam in Nederland het onderwerp ontgroening weer eens ter sprake. Reden voor de studentenverenigingen om massaal in hun schulp te kruipen en naar de overkoepelende organisatie te verwijzen. Die koepelorganisatie, de Landelijke Kamer van Verenigingen, spuide vervolgens alleen wat algemeenheden over ontgroeningen en waarom niemand er iets van begrijpt. De serie Feuten zou volstrekt geen realistische weergave zijn van wat er echt gebeurt.

Dat is aantoonbare onzin. De BNN-programmamakers hebben zich goed laten inlichten. Talloze momenten van herkenning passeren de revue. Zo is er de nepfeut: het lid dat zich stiekem onder de feuten heeft gemengd en vervolgens uit de school klapt over wat de groentjes zoal met elkaar bespreken. Er is het varkentje, dat eerst ter verzorging aan een groepje feuten wordt gegeven en na een paar dagen van kant wordt gemaakt. Er is de dropping, het schreeuwen, de bestuursbak, de gore T-shirts en de douche onder de tuinslang.

In 2007 stuurden de ouders van een Delftse corps-feut een boze brief naar nrc.next. Ze beschreven hoe ze bij het Delftse corps tijdens de ontgroening een ei in je mond stoppen om je vervolgens op je bek te slaan. Feuten werden in kooien gestopt. Een ingewikkelde constructie met een bewegingsschakelaar aan een bouwlamp zorgde ervoor dat als ze zich bewogen in bed, ze direct wakker waren. Hun slaapzakken waren nat, hun monden droog. Je vraagt je af of het doel van de vereniging, namelijk het initiëren van de eerstejaars en het kweken van een jaarband, deze sadistische methoden wel waard zijn. Of ze niet volstrekt buiten elke proportie waren.

Het probleem met ontgroeningen is dat ze per definitie uit de hand lopen. En ik bedoel nog niet eens de talloze ongelukken die er de afgelopen decennia zijn gebeurd, maar de pure escalatie. Er komen Abu Ghraib-achtige gruwelijkheden bij kijken, die niets te maken hebben met het kweken van jaarband, of het inwijden van de novieten.

De opzet van ontgroeningen leidt gegarandeerd tot escalatie. Het beroemde psychologische Stanford Prison-experiment maakt dat pijnlijk duidelijk. Hoewel de rol van de studenten die meededen als proefpersonen - gevangene of cipier - werd bepaald door middel van lootjes trekken, escaleerde het volledig. De cipiers gingen hun eigen regels maken en werden steeds sadistischer.

Iets soortgelijks gebeurt bij ontgroeningen. Iedereen die wel eens ontgroend is, weet dat er altijd wel één of twee ontgroeners zijn die doordraaien. Ze kunnen zichzelf niet beheersen, beginnen keihard te schreeuwen en raken buiten zichzelf van woede of frustratie. Die vergeten op zo’n moment dat het een spel is, dat de feuten niet écht incapabele sukkels zijn die alleen maar fouten maken en onzin uitkramen, maar dat het gewone leeftijdsgenoten zijn, medestudenten. Die doordraaiende ontgroeners zijn geen toevalligheid, ze zijn een logisch gevolg, inherent aan de opzet van een ontgroening.

Er is een tweede reden waarom een escalerende ontgroening eerder regel dan uitzondering is. Het traditionele onderdeel van ontgroeningen is uitermate belangrijk. De voorvaderen, de oprichters, de ouderejaars worden verheerlijkt. Maar hoe zij precies twintig jaar geleden ontgroenden weet niemand. En als die sessie met die eieren en de bouwlamp vorig jaar werden gebruikt, dan zullen ze ook wel in het jaar daarvoor zijn gebruikt. Dus komt het van vroeger. Dus is het goed.

Gruwelijkheden werden per ongeluk traditie

De ontgroening moet zoals vorig jaar. Niet zachter in ieder geval. Koste wat kost moet de verpapping worden voorkomen. Want wat zouden de voorvaderen wel niet van de vereniging denken als ze die mietjes zouden zien? De excessen die nu plaatsvinden zijn de ophopingen van elk jaar een beetje harder. Van gruwelijkheden die de leden door de jaren heen zelf bedacht hebben. En die per ongeluk traditie zijn geworden.

De ene ontgroening is de andere niet. Bij de grote verenigingen is er een ontgroeningscommissie die maandenlang de tijd neemt om alles in goede banen te leiden. Toch worden ook in deze ontgroeningen bijna om het jaar wel excessen en ongelukken beschreven, waarna regelmatig de universiteit de banden tijdelijk verbreekt of subsidie opheft. Hoe goed die ontgroening ook georganiseerd is, toch verliest die commissie regelmatig de controle en het overzicht, bijvoorbeeld tijdens de onvermijdelijke ontmoetingen met de andere leden.

Maar de meeste excessen vinden plaats in kleinere kring. Bij disputen, huizen en besturen wordt er meer aan het toeval overgelaten, is er meer ruimte voor persoonlijke gekkigheid en spontane plannetjes. Het incident van een paar maanden geleden met het in de fik gestoken Sinterklaaspak vond plaats in zo’n dispuutsontgroening. De jongen die zichzelf in 1997 in Groningen dooddronk, deed dat tijdens een huisontgroening. Soortgelijke ontgroeningen vinden plaats bij disputen van Quintus en verticale verbanden van Augustinus. De universiteit en de vereniging kunnen wel regels opleggen maar die zijn moeilijk te controleren, zeker als de feuten op kamp gaan.

Door te weigeren hierover te spreken lijden de besturen van verenigingen groot gezichtsverlies. Het enige moment waarop er een gesprek op gang komt en verenigingen eindelijk iets loslaten over de gang van zaken is als de rector magnificus na een calamiteit met zijn vuist op tafel slaat en de subsidie dreigt te in te trekken. Nooit hebben verenigingen openlijk willen discussiëren over die praktijken, en krampachtig drukken ze hun leden via e-mails op het hart om toch vooral niet met de media te praten en de reputatie te schaden. Het lijkt bijna alsof het ze te moeilijk valt, alsof de ontgroening een té heet hangijzer is, te ingewikkeld om te bespreken, niet goed te praten.

Het afschaffen of inbinden van een ontgroening is misschien nog wel ingewikkelder. ALSV Quintus had in 2000 nota bene een interne commissie van diezelfde oude wijze alom gerespecteerde alumni nodig om dat aan de leden te kunnen verkopen dat de algemene ontgroening – dus niet de dispuutsontgroening werd opgeheven.

Maar ik denk dat dat de enige toekomst is voor verenigingen. Een serie als Feuten geeft redelijk realistisch weer wat een weerzinwekkend instituut de ontgroening is geworden. De holle, extreme praktijken die gebaseerd zijn op flinterdunne argumentatie zijn op den duur niet meer te verkopen aan de universiteiten. De enige verstandige beslissing die een bestuur kan nemen is om de eer aan zichzelf te houden. Nooit meer lafhartig naar de koepelorganisatie verwijzen, nooit meer bang zijn voor amateurfilmpjes, excessen en ongelukken, maar gewoon ermee ophouden. Dit jaar nog.


Rosanne Hertzberger studeerde Life science & technology in Leiden, was lid van Quintus en columnist van Mare. Ze promoveert nu aan de Universiteit van Amsterdam op moleculaire microbiologie en is columnist van nrc.next

Reageren? Mail naar redactie@mare.leidenuniv.nl


Mislukte kruistocht in krijtstreep

Na aanleiding van de BNN-serie Feuten staat de ontgroening van studentenverenigingen weer ter discussie. Voormalig Leids hoogleraar Frits van Oostrom, zei in mei van dit jaar in het Leidsch Dagblad dat hij in zijn functie als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (van 2005 tot 2008) tevergeefs een ‘kruistocht in krijtstreep’ had gevoerd tegen ‘het verschrikkelijke verschijnsel van ontgroenen’. Zowel universitaire bestuurders als politici durfden volgens hem hun vingers niet aan het onderwerp te branden.

Van Oostrom in het interview: ‘Als president van de Akademie van Wetenschappen zat ik in een positie van waaruit ik de rectoren van de universiteiten met een zeker gezag kon aanspreken. Dat heb ik toen gedaan, maar uiteindelijk hebben de rectoren niet doorgezet. Ze willen te graag vrienden blijven met de studentenverenigingen, die zich meesterlijk afschermen in hun wereldje. Vervolgens heb ik een Kamerlid - ik noem geen naam, maar een goede van een heel fatsoenlijke partij - gesuggereerd om hierover eens vragen te stellen aan de minister van Onderwijs. Ook dit Kamerlid heeft dat uit politieke opportuniteit niet gedaan, ook hij is bang om goedgebekte studenten tegen zich in het harnas te jagen. Terwijl je hier politiek gezien ook mee kunt scoren, heel wat ouders zouden hem dankbaar zijn. Je zult zien dat Nederland pas wakker en dapper wordt als er in het buitenland iets gebeurt op dit gebied. Net als bij de excessen in de Rooms-Katholieke Kerk.’

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook