Mare Nummer 06     14 oktober 2010

06
Deborah Klaassen: ‘Ik moet met iets raarders, iets brutalers komen en dwong mijzelf om naar Rotten.com te gaan.’
FOTO: PR
‘She’s got a sick mind’
Alumna filosofie schrijft chicklitroman met toefje horrorporno

Deborah Klaassen verliet Leiden om een boek te schrijven in Londen. De filosofe debuteert deze week met Bek dicht, dooreten!, een macabere roman over een twijfelmeisje. ‘Toen het echt ranzig werd, heb ik er een disclaimer bijgezet.’

DOOR ARJEN VAN VEELEN Deborah Klaassen (Leiden, 1984) studeerde filosofie en journalistiek. Ze schreef een bachelorscriptie over Schopenhauer, een masterscriptie over Walter Benjamin en vertrok daarna naar Londen, voor een studie creative writing aan Brunel University. De roman die ze daar schreef, ligt vandaag in de winkel als Bek dicht en dooreten!

Het debuut gaat over twijfelmeisje Laura, die na haar eindexamen in Londen als au pair gaat werken in een merkwaardig tandartsengezin. Het is chicklit, inclusief amandelcroissants, polkadotjurkjes en zorgen om vetribbels. Maar door al het mierzoete sijpelt al snel een spoortje bloed. Het gebit van de protagonist speelt daarbij een gruwelijke hoofdrol.


Woon je nog steeds in Londen?

‘Nee, ik woon nu in Wales, in Cardiff, in een heel mooi huis. Tot deze zomer werkte ik in Londen als copywriter. Eerst woonde ik er antikraak, in een prachtig Edwardian landhuis buiten het centrum. Later in het centrum. Als copywriter maakte ik lange dagen, van half negen tot tien uur ’s avonds. Het verdiende goed, maar ik kwam niet meer aan schrijven toe, dus besloot ik om die baan te beëindigen. In Cardiff leef ik van mijn spaargeld. Per maand betaal ik hier aan huur wat ik in Londen in een week kwijt was.’


En nu ben je aan het schrijven?

‘Ja, aan mijn tweede boek. Maar ik vind het nog niet zo goed wat ik nu schrijf; te zwaarmoedig. Misschien gooi ik het wel weg, en begin ik aan een derde.’


Eerst maar over je debuut, het resultaat van een master creative writing. Hoe ging dat?

‘Ik wilde altijd al een boek schrijven, maar ik zag het niet zitten om daar een jaar vrij voor te nemen. Het clichébeeld is toch dat je geen geld kunt verdienen met schrijven. En ik was bang dat ik in zo’n jaar alleen maar in mijn bed zou blijven liggen. Toen hoorde ik van die master. Hartstikke cool, dacht ik, dan heb ik na een jaar zowel mijn tweede masterdiploma als mijn boek.’


In Londen kreeg je les van de bijna tachtigjarige feministische schrijver Fay Weldon. Hoe was dat?

‘Ze is niet echt een feministe, hoor. Zoals ze zelf zegt; ze schrijft over wat ze kent. In haar geval was dat een milieu waarin vrouwen hun plek moesten bevechten. Ze gaf me het gevoel dat we op hetzelfde level konden praten over onze boeken. Een illusie, misschien, maar wel heel leuk. Dan zei ze bijvoorbeeld: “Je kunt ook een detective van je boek maken, dat verkoopt goed.”’


Een detective werd het niet, wel een soort chicklit meets horror. Hoe kwam je op dat idee?

‘Als student schreef ik enkele filosofische verhalen. Tijdens de schrijflessen in Londen probeerde ik dat eerst ook. Maar in het Engels kregen die verhalen iets lomps. Het werd allemaal zo elegant als een brontosaurus. Tot we een keer de opdracht kregen om een horrorverhaal te schrijven. Ik ging helemaal los, het werd nogal gory. Dat maakte indruk op de klas. Weken later werd ik nog steeds voorgesteld met: “This is Deborah. She’s got a sick mind.”’


Heb je veel horror gelezen?

‘Op de basisschool las ik boeken als De Moordexpress van Diane Hoh of Het verlaten strandhuis van R.L. Stine. Die kocht ik stiekem van mijn zakgeld. Mijn moeder vond het flutboekjes. Het eerste literaire boek dat ik las was Terug naar Oegstgeest, van Jan Wolkers. De vivisectie-scčnes in dat boek vind ik ook horror, trouwens. In Londen ben ik opnieuw horror gaan lezen. Stephen King, bijvoorbeeld, maar die vond ik eigenlijk een beetje saai. Wel heel leuk: Dean Koontz, bijvoorbeeld zijn Night Chills, over experimenten met subliminale reclame.’


In je boek is ene Herman de tegenspeler van hoofdpersoon Laura. Een knipoog naar Au pair, van Hermans?

‘Dat is natuurlijk aan jou, maar leuk dat je het opmerkt. Die figuur Herman kwam zomaar naar boven. In mijn eerste hoofdstuk moest Laura van het vliegveld opgehaald worden door een knappe jongen. Maar toen kwam die lelijke Herman, die zich een weg het boek binnendrong. Misschien is hij wel het beste personage.’


Je hoofdpersoon krijgt vreselijke tandproblemen. Geďnspireerd door Ivoren wachters, van Vestdijk?

‘Nee, dat niet direct. Al kun je moeilijk een boek lezen zonder er op een of andere manier door beďnvloed te worden.’


Wat leerde je van je docent Fay Weldon?

‘Om te schrijven over iets waar ik zelf iets van af weet. Over iets wat je van binnen uit mee kunt maken – goh, wat een kromme zin. Ik bedoel dit: je moet specialist zijn in de gevoelens van de hoofdpersoon.’


Zo kwam de horror…

‘Ik had eerst een ander idee, maar daar reageerde mijn klasgenoten en docenten nauwelijks op. Toen dacht ik: ik moet met iets raarders, iets brutalers komen. Ik dwong mijzelf om naar Rotten.com te gaan, een website met foto’s en filmpjes van dode mensen, zoals de lijken van de zonen van Saddam Hussein. Al bladerend zag ik daar ook de foto die me inspireerde tot mijn boek.’


Ben je bang voor de tandarts?

‘Nee, helemaal niet. Mijn broer is tandarts. Ik ben niet bang voor hem of zijn soortgenoten. Voor sommige scčnes heb ik hem gevraagd of het wel klopt dat ze een bepaald tangetje gebruiken, bijvoorbeeld.’


Je hoofdpersoon heeft het over de ‘non-zorgen’ die in dat genre beschreven worden. Heb je een hekel aan chicklit?

‘Nee hoor, ik vind het juist leuk om te lezen. Zoals die Shopaholics-reeks van Sophie Kinsella bijvoorbeeld.’


Waar schreef je?

‘Meestal in een pub in Notting Hill, aan Portobello Road. Mijn vriendje werkte daar. Hij bracht me de hele dag koffie. Er was geen internet in de lucht, dus ik moest wel schijven.’


Daar in de pub heb je ook die horrorporno geschreven?

‘Ja!’


Hoe reageerden je klasgenoten toen je dat liet lezen?

‘Toen het echt ranzig werd, heb ik er een disclaimer bijgezet. Als je er niet van houdt, lees dan die en die pagina’s niet. Maar dat deden ze natuurlijk wel. En ze kwamen dan met gortdroog, stilistisch commentaar.’


Hoe kwam je aan je uitgever?

‘Tijdens mijn studie heb ik stage gelopen bij uitgeverij Prometheus. Aan het eind van die stage heb ik het boek Echte filosofie van Wouter Oudemans (hoogleraar filosofie, red.) daar onder de aandacht gebracht. Ja, ik was een echte Oudemaniak. Toen ik de uitgever tijdens de presentatie van het vervolg, Omerta, vertelde dat ik een jaar naar Londen ging om te schrijven, zei hij: “Stuur me je pennenvruchten op, hč.”


Je boek is niet heel filosofisch.

‘Klopt. Het is helemaal niet filosofisch.


Hoe wil je jezelf ontwikkelen als schrijver?

‘Ik hoop dat het een beetje grappig blijft, en vooral ook lekker leesbaar. Bij dit boek ging het voor het eerst van hupsakee. Een boek schrijven is als een sinaasappel uitpersen, denk ik nu: het sap dat het eerst komt is het lekkerst. Als je te hard perst, krijg je al die draadjes en velletjes, daar zit niemand op te wachten. Op dit moment ben ik weer wat zwaarder aan het schrijven. En denk ik: “O jee, daar héb je ‘m weer, die dinosaurus”.’


Boekpresentatie Bek dicht en dooreten!
Boekhandel Selexyz, Breestraat 93, Leiden
Do 4 november, 19:00
Met live Klezmer accordeonist Ron Pat-El.


‘Mijn lippen voor zijn gesausde lul’

‘Hmmm… dat voelt best lekker,’ zei hij.

Ik kneep meer chocola op de kwast en dreigde het speels in z’n schaamhaar te smeren, maar schilderde toen een tweede pijl langs de achterkant van zijn erectie, van de ballen tot z’n eikel.

Hij ademde scherp in toen ik het topje bereikte.

‘Voorzichtig,’zei hij, ‘’t is heel gevoelig, zonder voorhuid en zo.’

‘O, het spijt me vreselijk.’Ik knielde voor hem neer met een ondeugend pruillipje. ‘Kusje erop?’

‘Yes, please.’

Precies op dat moment, een seconde voor mijn lippen z’n gesausde lul raakten, lieten mijn hoektanden van zich horen.

‘Bijt,’ zeiden ze, ‘bijt ‘m.’ ’t Was niet duidelijk of ze Nederlands of Engels praatten, want dat zou ongeveer hetzelfde klinken. Zo voorzichtig mogelijk kuste ik hem en likte ik de chocola van m’n lippen terwijl ik hem sensueel aankeek.

‘Veel beter,’zei hij.

‘Bijt hem,’zeiden m’n hoektanden weer.


(Uit: Deborah Klaassen, Bek dicht en dooreten!, 184 pp., € 16,95, uitgeverij Prometheus)
Kijk ook op: www.deborahklaassen.com

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook