Mare Nummer 04     30 september 2010

04
Jeroen Aalbers: ‘Je moest de ballen uit je broek spelen.’
FOTO: Andreas Terlaak
‘Ik was een overtuigd kinderhater’
Punkrocker werd per ongeluk gevierd kinderboekenschrijver

Jeroen Aalbers (28) was gitarist in de Rotterdamse punkband The Apers. Als ‘rocker met pensioen’ werd hij bij toeval kinderboekenschrijver, en student Nederlands. ‘Borre is mijn life saver.’

DOOR FRANK PROVOOST ‘Ik was een punkrocker. Geen punker, want dat zijn lui die in kraakpand wonen. Dat ik amper gitaar kon spelen, deed er toen niet toe. Ik was een jaar of 18 en vond ik mezelf wel tof. In al je jeugdige overmoedigheid denk je dan dat je bakken met geld gaat verdienen, en dat je geen rijbewijs hoeft te halen omdat je voor je 25e toch wel een chauffeur hebt. Kortom: ik dacht dat ik het ging maken.

‘Met The Apers speelden we zo’n 120 keer per jaar. We hebben twee keer op Lowlands gestaan en tien keer door Europa getoerd. Dat zijn de krenten uit de pap, en dat is natuurlijk te gek. Maar de krenten zijn er niet zonder de pap. Je moet de ballen uit je broek spelen. Na vier jaar vrat ik nog steeds elke laatste week van de maand witte bonen in tomatensaus, omdat ik geen meer geld had. Je valt in herhaling: ieder weekend drie shows, weer naar Lutjekut en andere uithoeken. Als je bij het zevende rondje langs gesubsidieerde jeugdcentra merkt dat er minder mensen komen opdagen, gaat de rek er gewoon uit. Ik moest ermee nokken.

‘Maar het was niet dat ik iets anders kon. Ik ben ooit begonnen op het vwo. Op mijn veertiende kreeg ik een gitaar en een vriendin. Toen had ik het veel te druk om Duitse woordjes te stampen. Ik dacht: de havo haal ik op mijn sloffen. Bij mijn eerste bandje, The Ragin’ Hormones – vandaar ook mijn bijnaam Jerry Hormone - dacht ik: als ik nu mbo ga doen, houd ik genoeg tijd over om te spelen. Eenmaal op het Grafisch Lyceum moest ik nog één expositie houden, maar toen gingen we met The Apers zes weken door Amerika toeren. Daarna hoorde ik op school dat ik niet meer terug hoefde te komen. Toen had ik helemaal niks.

‘Het was een serieuze existentiële crisis die ik op mijn 22e doormaakte, als rocker met pensioen. Hoe kwam ik aan geld en what the fuck moest ik met mijn leven? Ik huurde destijds onder bij Stefan Tijs, de baas van ons platenlabel Stardumb Records. Omdat hij met plaatjes uitbrengen ook geen reet verdiende, kluste hij bij als vormgever en illustrator. Hij had een kinderboekenserie binnengehaald, De Gestreepte Boekjes, waarvoor nog een schrijver werd gezocht. “Probeer het gewoon”, zei hij. “Dan kun je misschien de huur betalen. Je loopt namelijk een paar maanden achter.”

‘Ik had nog nooit iets geschreven, behalve wat promotieteksten voor het label. Dan plakte ik zoveel mogelijk superlatieven achter elkaar: a very great explosive soundtrack of cool rambling rock ‘n’ roll, dat werk. Maar dit moest een verhaal worden van vijfhonderd woorden, voor groep 1 en 2 van de basisschool. In één nacht poepte ik het eruit. Ik had ooit een kat zien lopen met zo’n ding op zijn kop zodat-ie zichzelf niet kon krabben. Poespoes de lampenkapkat had lekkere binnenrijm en alliteratie. Ik had er meteen plezier in, en ik kreeg een contract om een serie te schrijven, over Borre.

‘Borre is een bijdehand maar ook naïef ventje, die met zijn lezers meegroeit: van groep 1 tot groep 8. Ieder jaar worden de boekjes gratis op scholen verspreid, in een oplage van een half miljoen. Ouders kunnen een abonnement nemen en elke maand een Borre thuis krijgen. Dat zijn er nu zo’n veertien duizend.

‘Ik lees zelden of nooit kinderboeken. Zeker voor de jongste groepen zijn de auteurs vaak van middelbare leeftijd, die zijn ooit gaan schrijven voor hun eigen kind of kleinkind. Dan krijg je automatisch een soort snoezigheid: we gingen naar opa, dronken een kopje thee en toen gingen we weer naar huis. Dat is zo soort saai en truttig, daar moet ik een beetje van huilen.

‘Hoe ik weet wat lezers leuk vinden? Waarschijnlijk ben ik zelf infantiel. Tot voorkort kende ik helemaal geen kinderen. Sterker nog: ik ben altijd een overtuigd kinderhater geweest. Ze mochten wel blijven leven, maar verder moest ik er niet veel van hebben. Inmiddels weet ik dat je vervelende en leuke kinderen hebt. Wat dat betreft zijn het net mensen.

‘Je moet wel rekening houden met wat ze kunnen verhapstukken. Ik moet ze bijvoorbeeld niet met mijn atheïstische denkbeelden gaan lastigvallen. Dankzij een kinderpsycholoog die bij de uitgeverij in de redactie zit, weet ik dat vijfjarigen geen metaforen snappen. Twee vliegen in één klap, nemen ze letterlijk. Soms zoek ik het randje op, en haal ik uit naar consumentisme of televisie. Toen ik een actrice liet figureren in de soapserie Goede Tijden, Hersendood, mailde de redactie: “Misschien moet je dat niet doen.” Dat is uiteindelijk de soap Horendol Tranendal geworden. Maar Borre en de Kerkhof Kids vonden ze wel weer prima.

‘Het mooiste is om een “rond” verhaaltje te maken. In Borre en het monster onder het bed is Borre bang: de grote jongens op school hebben gezegd dat er een monster onder zijn bed slaapt. Als hij ’s nachts kijkt, ziet hij een heel klein paars bibberend monster. Die vertelt met een piepstem dat de grote monsters op school hem hebben verteld dat er ’s nachts een kind boven hem ligt te slapen.

‘Zo’n verhaal heeft elf scènes, dat schreef ik meestal in één nacht. Maar inmiddels is het bijna een 40-urige werkweek geworden. Ik ben nu bijna klaar met groep zes. Dat zijn verhalen van vierduizend woorden, waarin je ruimte hebt voor karakteropbouw. Zoals bij de misdaadverhalen of de queesten van Ridders van de Ronde Tafel zijn er vaste ingrediënten: een outrageous villain, een beginsituatie waarin Borre en zijn vrienden in het clubhuis zitten. Iedere drie weken lever ik een verhaal in. En dan begin ik meteen aan een nieuwe.

‘Borre is mijn life saver. Ik denk niet dat ik evenveel verdien als de gemiddelde hoogleraar, maar ik heb niks te klagen. Vanwege mijn salaris ben ik mijn studiefinanciering nu aan het stopzetten. Vroeger vond ik educatie onzin, maar nu studeer ik Nederlands. Toen ik een paar jaar met Borre bezig was, dacht ik: ik heb nu het geld, de rust en de tijd, dus ik ga het gewoon doen. Ik heb colloquium doctum gedaan, een toelatingsexamen voor de universiteit. Dat was behoorlijk pittig. Hobby is misschien een raar woord, maar het is niet zo dat ik leraar hoef te worden of ooit op een kantoor ga werken. Ik heb altijd veel gelezen en ben daarom voor moderne literatuur gegaan. Beetje jammer alleen dat ik nog taalkunde- en taalbeheersingsvakken uit mijn tweede jaar moet wegwerken.

‘Ik ben nu hobbyrocker. Met Elle Bandita speel ik in Anne Frank Zappa: garage-achtige teringherrie, dat klinkt als de Japanse Rolling Stones door je kapotte iPhone. Verder zit ik in twee punkrockbands: The Rubber Hearts en The Windowsill - heel erg Ramones allemaal. Ik heb liever een bandje voor de lol, zodat het niet op werk gaat lijken. Bovendien moet ik mezelf beter in de hand houden. Als je zes weken op tour bent in Amerika, ben je zes weken iedere avond dronken. Dat is leuk als je twintig bent, maar ik denk niet dat ik dat nu nog volhoud. Dat is een verschil met mijn studiegenoten: ik heb mijn lever al voor mijn studententijd kapot gezopen.’


Borre, de Kinderboekenweek en Anna Frank Zappa

- Voor meer avonturen van Borre, zie www.degestreepteboekjes.nl

- Kinderboekenweek: tussen 6 en 16 oktober is het kinderboekenweek. Wie voor tien euro aan kinderboeken koopt, krijgt het gratis kinderboekenweekgeschenk: Mees Kees, In de gloria van Mirjam Oldenhave.

- Op 8 oktober komt één van de beste illustratoren van Nederland Thé Tjong-Khing naar boekhandel Selexyz Kooyker, 16u. John Flanagan, de schrijver van de Grijze Jager signeert daar op 9 oktober, 10.00 u.

- Anna Frank Zappa speelt op 15 oktober tijdens de Stardumb Rumble, Kruiskade 9, Rotterdam, zie www.stardumbrecords.com/rumble

Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook