Mare Nummer 34     17 juni 2010

34

FOTO: Illustratie Silas
Vakantiebeurs
Iedereen wil wegrennen van huis; maar waar naartoe?

Hoe ontsnap je aan vakantiekeuzestress? Biedt een blind trip naar een onbekende bestemming echt de ‘adrenalinerush van Columbus’? En waarom lijkt reizen steeds meer op een hadj, een pelgrimage naar het paradijs, dan op vakantie? Een voorpublicatie uit Over rusteloosheid, de essaybundel van Mare-redacteur Arjen van Veelen.

Hone Mihaka is een ongetemde Maorikrijger met blauwgroene tatoeages op zijn bast en een rode veer in zijn haar. Overdag vaart hij in zijn kano op de Waitangirivier of doolt hij tussen de woudreuzen van het Puketi Kauribos. ’s Avonds, bij het kampvuur, vertelt hij legenden, zoals het verhaal van Maui-tikitiki-a-Taranga, de held van Hawaiki, die met zijn visnet de zon ving om het hemellichaam te vragen of de dagen ietsje langer konden duren.

Ik kwam hem tegen in een reisfolder van TravelEssence, een bureau dat zich onderscheidt van de massa met unieke activiteiten. Een van die activiteiten is de ‘Avond met Hone’ in Nieuw-Zeeland. Tijdens die avond vertelt Hone legenden.

Hone zou aanwezig zijn bij stand c132 in de Verre Bestemmingenhal op de Vakantiebeurs in de Jaarbeurshallen van Utrecht, stond in de brochure, en daarom ging ik daar op zondagmiddag 17 januari 2010 een kijkje nemen. De Vakantiebeurs is volgens de organisatie het grootste toeristische publieksevenement ter wereld. Ongeveer veertienhonderd reisorganisaties zijn er present. De zesdaagse show trekt ruim honderdduizend bezoekers, die allemaal lijden aan dromomanie, de ziekte om steeds weg te rennen van huis. Ze weten alleen niet waar ze dit jaar naartoe moeten rennen.

Zelfs het boeken van een eenvoudige stedentrip kan ons tot wanhoop drijven. Op de stadsplattegrond van Google Maps verdwalen we tussen honderden mogelijke hotels; en als we eindelijk onze droomaccommodatie hebben gevonden, lezen we in een bezoekersrecensie over een kakkerlak tussen de croissants en kunnen we onze research da capo herstarten.

Vakantiekeuzestress is zo heftig, dat er reisbureaus bestaan die de knoop voor ons doorhakken. Zoals Blind Trip, een onderdeel van Eurocult-Lito Reizen. Daar kun je een reis boeken met onbekende bestemming. Je meldt je op Schiphol met slechts je paspoort en wat kleding en dan hoor je daar wel waar je heen gaat. Volgens de organisatie brengt deze dropping het ‘echte reizen’ weer terug en krijgt de klant zo de ‘adrenalinerush van Columbus’.

Je hebt ook vakantiegangers die zich juist willen vastpinnen op vooraf vastgestelde coördinaten, zoals de Amerikaan Alex Jarrett, die het project Confluence.org startte. De deelnemers gaan alleen op vakantie naar plaatsen waar een hele lengtegraad en een hele breedtegraad elkaar snijden. Die snijpunten heten ‘confluences’ en de mensen die die plekken bezoeken ‘confluence hunters’. Die coördinaten perken de keuze in, maar een fundamentele oplossing is het niet. ‘Zullen we deze zomer naar 10°00’00’’N – 65°00’00’’E?’ klinkt het onder de leden van Confluence.org. ‘Nee joh, dat doet iedereen al. Waarom niet een keer naar 46°00’00’’N – 07°00’00’’E? Lekker gek!’

Weer andere mensen laten zich bij hun vakantiekeuze liever leiden door de waan van het moment, zoals de Leidse student die op een avond met vrienden een paddo had gedeeld en daarna, uren later, wakker werd in een vliegtuig naar Buenos Aires.

Een andere, beproefde tactiek is vakantie vieren in je eigen hoofd. ‘Waarom ruilen we ons huis eigenlijk in voor een ander land onder de zon?’ vroeg Horatius zich af. Hij vond reizen een zinloze ontsnappingspoging. Symptoombestrijding. Want je zorgen reizen gewoon met je mee. Een minder extreme variant van reizen in je eigen hoofd is reizen door je eigen kamer, zoals onder meer Maarten Biesheuvel ooit deed. Het is goedkoop, je bent er zo en er valt een hoop te beleven.

Vier dit jaar thuis vakantie, dat zou ook de tip zijn van de Franse kunstschilder Henri Julien Felix Rousseau (1844–1910). Hij kreeg de bijnaam ‘Le Douanier’, omdat hij dat was, douanier. Deze Rousseau werd beroemd met schilderijen van de jungle, met veel groen en met tijgers, apen en naakte vrouwen. Maar hij is nooit buiten de grenzen van Frankrijk geweest. Inspiratie voor zijn schilderijen deed hij op in de tropische kas van de botanische tuin in Parijs. Met verbeeldingskracht kwam hij een heel eind.

Zelf heb ik eens een wekenlange, echte survivaltocht gemaakt door het oerwoud van Suriname. Maar waar ik ook keek, en hoeveel beschoeiing ik ook wegkapte met mijn machete, ik zag geen tijgers of venussen; alleen het groen van erwtensoep. En muggen. ‘Had je maar niet moeten gaan’, zou Rousseau zeggen, ‘dan had je meer gezien.’ Daar zit zeker iets in, maar reisbureau Ferio stelt daar dan weer tegenover: ‘Je bent gek als je thuisblijft.’

Daarom koos ik deze winter voor een compromis: een bezoek aan de Vakantiebeurs, waar het kiezen van je bestemming een attractie an sich is. Een geniaal concept, want mensen vinden de voorpret en het dromen vaak veel fijner dan de vakantie zelf. Waarom niet van die voorpret je eindbestemming maken? De beurs beslaat dertig hectare aan fantasie. Een ticket kost slechts € 17,50. Voor dat geld krijg je, behalve kilo’s aan glossy reisbrochures, ook inheemse livemuziek; proeverijen van streekgerechten; het nagebouwde dek van een cruiseschip; een camping inclusief toiletgebouw en mechanische krekelgeluiden; een Griekse tempel; een mediterraan dorp en een Caribbean Village.

En Hone Mihaka dus, de Maorikrijger, de sterk aanbevolen culturele ervaring. Dit jaar was het thema van de beurs ‘Meet the Locals’. Er zouden inheemsen zijn uit alle streken van de wereld. Ongeveer zoals op de Wereldtentoonstelling van 1885 te Antwerpen, dacht ik, toen er echte, levende negers uit de Congo werden geëxposeerd. Maar er bleek sinds die tijd veel te zijn veranderd.

In de zomer van 2001 werkte ik in de reclamebranche, als tekstschrijver en fotobewerker voor het bedrijfje Walras it & Target Communications. Dat was een visionaire firma: jaren voordat het woord ‘keuzestress’ cliché werd, publiceerde Walras de serie QompasR Decision Tools, die complexe beslissingen vereenvoudigden. Je had tools op het gebied van loopbaan, studie en wintersport.

Ik zat bij wintersport. De Wintersport Decision Tool bevatte een overzicht van alle skiresorts ter wereld. Onze troef was de speciaal ontwikkelde ‘Ask & Match’-software. Het schijfje stelde vragen aan de gebruiker (‘Hoeveel geld heb je? Hoelang wil je weg? Met wie?’) en uit dat interview rolde dan een wintersportvakantie die precies aansloot op jouw wens. Mijn taak bestond uit het intikken van statistieken voor de database. Saai werk.

Gelukkig betaalden sommige skiresorts voor een wervend verhaaltje op het schijfje, en die verhaaltjes mocht ik schrijven. Zelf was ik nooit op wintersport geweest, maar dat was geen beletsel: op basis van websites en brochures kwam je al extrapolerend een heel eind. Als extra hulpmiddel hing aan een muur van het kantoor een aantal vellen papier met daarop de bekende pseudo-synoniemen van makelaars: een krappe hotelkamer werd ‘knus’; een plek met geluidsoverlast ‘bruisend’; een interieur dat al jaren niet vernieuwd was, had ‘authentieke stijlkenmerken’ en als de supermarkt een uur rijden was, heette de locatie ‘rustig gelegen’.

Maar belangrijker dan het oppoetsen van de ruwe data was het vertellen van een verhaal, een visioen van potentiële reiservaringen. Drenthe doet iets met je, zoiets, maar dan in Saas Fee. Zo raakte ik die zomer bedreven in het zachte liegen en leerde ik, net als de reisverhalenschrijver Paul Theroux, de verleiding kennen ‘om citaten te verbeteren of toevallige ontmoetingen en verafgelegen landschappen te dramatiseren, om mensen en plekken exotischer te maken’. Gewetensbezwaren kende ik niet. Ik kon geen wroeging voelen tegenover mensen die een cd-rom nodig hadden om een wintersportvakantie te kiezen. Maar bovenal vond ik mijn beschrijvingen geen leugens. Het inzicht dat ik opdeed bij Walras it & Target Communications was de oude marketingwijsheid dat de klant geen product wil, maar een fantasie; en zolang je die fantasie met verve schetst, voelt niemand zich bekocht. Ik stuurde dus niemand het bos in. En nog steeds kan ik de weg dromen in Zermatt, Val d’Isere en Sankt Anton am Arlberg.

De laatste jaren is die voorpretbusiness flink geprofessionaliseerd. Steeds meer operators begrijpen dat de klant van tevoren de garantie wil dat hij terugkeert met een verhaal. Daarom worden die verhalen vooraf uitgespeld in vuistdikke, glimmende boeken. Op de beurs kreeg ik bijvoorbeeld een brochure overhandigd van Sawadee, een reisorganisatie die al meer dan zevenentwintig jaar staat voor ‘puur natuur, puur cultuur, puur avontuur’. Al bladerend belandde ik in Zuid-Afrika. Onder de kop ‘Lekker plekkies, wilde diere en droë wyn’ – lokale taal doet wonderen in dit genre – trof ik een reisbeschrijving die las als de dagboeknotities van Theroux.


Let op het gebruik van de wij-vorm in deze tekst, die het groepsgevoel benadrukt; let op de slimme inzet van de tegenwoordige tijd, die je meteen het verhaal intrekt; let ook op de vernuftige bijvoeglijke naamwoorden: zelfs een prachtige zonsondergang op dag 15-16 wordt in deze folder al voorspeld. Je kunt het zo kopiëren in je Moleskine-reisdagboekje. Dan kun je zorgeloos op vakantie.

Sommige organisaties gaan nog een stapje verder. De International Travel Group, bijvoorbeeld. Dat is een Nederlandse reisorganisatie die Proust citeert op de website en garant staat voor ‘unforgettable memories’. In de catalogus las ik een verhelderend voorwoord van directeur Harco van Uden. De tekst is eveneens in de wij-vorm en leest bijna als een geloofsbelijdenis:


Amen. Volgens deze operator, die vakanties organiseert naar Nepal, Paaseiland en Madagaskar, is een reis ‘meer dan alleen een vakantie’. Wat heet. Een reis bij de International Travel Group is inderdaad geen vakantie, maar een hadj, een pelgrimage naar het paradijs. Geen wonder dat het boeken van je trip een hels karwei wordt: we kennen veel te veel belang toe aan de bestemming, terwijl we diep in ons hart het liefst elk jaar naar Drenthe willen.

Gelukkig is er dan nog altijd de Vakantiebeurs. Op een zondagmiddag wandelde ik daar rond op zoek naar een Maorikrijger met een veer in zijn haar, terwijl er van alle kanten positieve reisadviezen op mij afkwamen.


‘Gun jezelf Aruba’

‘Oman. Bestemming bereikt’

‘Welkom in het Toscane van mens en natuur’

‘Wallonië. Natuur, dorpjes en streekproducten’


Ik deed wat de locals hier deden: ik laafde mij aan het goede van de wereld. Ik luisterde naar de volksliederen van een Oostenrijkse harmonicaspeler in de Bierstube, deinde mee met het ritme van een Caribische steelband, monsterde aan op kartonnen cruiseschepen, vond in het Belgisch Biercafé even een pleisterplaats, savoureerde Spaanse wijn, slurpte echte thee uit Tanzania, verdronk in de amandelvormige ogen van een meisje van het Grieks toerismebureau, danste met een buikdanseres, knikte naar een Thaise monnik en knipoogde naar Heidi uit Zwitserland.

Maar een Maorikrijger ontwaarde ik niet.

Bij stand c132 in de hal Verre Bestemmingen vroeg ik aan de hostess van TravelEssence waar Hone Mihaka was, de krijger met een rode veer in zijn haar. ‘Die is al naar huis!’ zei ze vrolijk. De dag daarvoor bleek hij nog legenden te hebben verteld op het Wereld aan je Voeten Plein, maar inmiddels was hij weer richting zijn Puketi Kauribos. Er was een kleine troost, vertelde ze: Hone had een profiel op Facebook en daar kon ik hem altijd bereiken.

Op het blauw-witte terras van Restaurant Delphi in het Griekenlandpaviljoen gunde ik mijzelf een ouzo. We kiezen soms ook voor bezinning. Voor rust. Terwijl ik dronk, zag ik hoe de beurshallen stilaan leegliepen. Het was de laatste dag van de salon. Er hing de sfeer van de markt aan het einde van de dag. Maar ik bleef zitten.

Ik bleef zitten, ook toen een intercomstem maande om de thuisreis te aanvaarden, zelfs toen om mij heen de wereld instortte. Stellages werden afgebroken, piepschuimen zuilen ontmanteld, posters losgescheurd. Wallonië, met al zijn natuur, dorpjes en streekproducten, viel uiteen; Tunesië – ‘land van golf en thalassotherapie’ – werd weggevaagd; Maleisie – ‘meer dan alleen rustige stranden’ – werd ontmanteld; Griekenland, een betaalbaar meesterwerk, werd weer ruïne. Dubai werd ingenomen. Zelfs Drenthe viel.

En terwijl de apocalyps zich aldus voltrok, dacht ik aan Maui-tikitiki-a-Taranga, de held van Hawaiki, die met zijn visnet de zon ving om het hemellichaam te vragen of de dagen ietsje langer konden duren.


Over rusteloosheid

Hoe blijf je onbekommerd als je alles uit je leven moet halen? Is het verstandig om je tanden te laten bleken? Heeft het zin om jezelf te googlen? Hoe schrijf je de perfecte status update op Facebook? Wat leren we van Paris Hilton?

Deze week verschijnt Over rusteloosheid, een vrolijke gids voor een generatie zonder zitvlees. In dit debuut vertelt Mare-redacteur Arjen van Veelen over zijn omzwervingen op internet en zijn reizen naar Algerije, Kaapstad en het orakel van Delphi. Onderweg rekruteert hij de schrijvers uit de oudheid als lifecoaches: Homerus, Seneca en Sappho bieden verrassende oplossingen voor moderne kwesties. Over rusteloosheid: filosofie voor in de vakantiekoffer.


Arjen van Veelen: Over rusteloosheid, Uitgeverij Augustus, 208 pgs. € 17,50

Vrijdagavond 25 juni van 18:00 tot 20:00 wordt de essaybundel Over rusteloosheid gepresenteerd in boekhandel Selexyz Kooyker, Breestraat 93, Leiden. Toegang gratis.


Deel op Facebook

Deel op Facebook