Mare Nummer 34     17 juni 2010

34
‘Tentamens leren lukte gewoon niet’
Leiden in de ban van het WK

Negen kratten in negentig minuten

Jan Kuiper (22) draagt een snor. En de student rechten is niet de enige. Nog twee aanwezigen in Augustinushuis Herengracht 80 hebben een behaarde bovenlip. Volgens website dekrachtvan88.nl was het geheim van het Europese kampioenschap in 1988 het feit dat een groot deel van de selectie een snor droeg, legt Kuiper uit. De makers roepen in een introductiefilmpje op om Oranje en Kika (Stichting Kinderen Kankervrij) te steunen door tijdens het WK de snor te laten staan, en aldus geschiedde.

Voor huisgenote en studente geneeskunde Robin van Wijk (20) is dat natuurlijk geen optie. Zij kon kiezen kon kiezen om met haar cordial te kijken of in haar huis, waar een voornamelijk mannelijk gezelschap (17 mannen versus 3 vrouwen) bezit heeft genomen van de geïmproviseerde tribune in de versierde fusie. Van Wijk: ‘Ik kijk liever met mannen. De reacties die loskomen als je hen kijkt, dat vind ik mooi. Als je met vrouwen kijkt, dan is het toch meer: “Wat een lekker ding.” Dat gaat niet over voetbal.’

Terwijl de laatste fans binnendruppelen, maken de teams zich op voor de aftrap. Ze zijn te zien op twee televisies, waarvan één versierd met circa twintig Beesies. Een krat bier staat klaar op de tafel. Het is een van de 21 kratten die het huis voor deze en de volgende wedstrijd heeft ingeslagen.

Het vertrouwen in Hollands kunnen is groot, bij de eerste de beste aarzeling van de Denen klinkt het direct: ‘Ze weten het niet meer.’ Bij een gemiste kans volgen pijlsnel de analyses: ‘Hij had ‘m sneller af moeten spelen.’

De bel gaat. Duimen worden op voorhoofden gedrukt, de laatste moet naar beneden om de deur te openen.

Snordrager Dammes Waasdorp (22) vertelt dat zijn snor er pas afgaat als Nederland uitgeschakeld wordt, of wereldkampioen geworden is. ‘Ik ga van het laatste uit’, zegt hij. Intussen laadt hij grote rookworsten in een pan. ‘Ik had jullie een culinaire verrassing beloofd, dan krijgen jullie ook een culinaire verrassing,’, zegt hij terwijl hij een grote berg mosterd op een bord schept.

Voor sommige aanwezigen staat er vandaag ook nog iets extra’s op het spel: weddenschappen. Zo is er gewed dat Sneijder bij een doelpunt zijn ring zal kussen: 30 euro. Een andere inzet: Yolanthe draagt een oranje jurkje in het stadion. Zo zou er in totaal wel voor duizend euro uitstaan, wordt er beweerd. Nog geen grote kans voor Sneijder of glimp van Yolanthe te zien op de schermen.

Vrijwel direct na de pauze vliegt de bal er ineens wel in. Gejuich zwelt aan, handen worden geschud. Hoongelach klinkt, als in herhaling te zien is hoe de eigen goal van de Denen tot stand komt. ‘Nu is ‘t tijd voor hakjes’, roept Kuiper lachend.

Tijs, getooid in oranje tuinbroek heeft pech, want net als bij de eerste goal is hij net naar de wc, als er voor de tweede maal gescoord wordt. Bier vliegt door de kamer. ‘Ik zou dit natuurlijk kunnen aandikken’, grapt Tijs achteraf. ‘Dit gebeurt altijd. Ik heb nog nooit een goal van Nederland gezien.’

Na het eindsignaal stroomt de fusie leeg. Waasdorp: ‘Met een paar huisgenoten waren we tentamens aan het leren, dat lukte gewoon niet. Toen ontstond het idee om het hier te versieren.’ De oranje beschilderingen op de muur mogen eigenlijk niet, legt hij uit: ‘Het plafond was ooit rood wit blauw. SLS heeft alles door een stel schilders laten witten. We hebben toch die oranje figuren op de muren geschilderd. Die schilders ken ik wel uit de kroeg, die vinden het alleen maar mooi.’

Robin heeft genoten van de sfeer. ‘Super om hier te kijken. Dat enthousiasme. Met meiden was het anders geweest. Ongelofelijk hoeveel voetbal met mensen kan doen.’ Voor wedstrijd tegen Japan, aanstaande zaterdag, zijn naar schatting nog twaalf kratten over. DJZ


Orthogonaal verbetertde wedstrijdstrategie

Het gonst op straat in Leiden. De bastonen van hoempamuziek lekken uit cafés naar buiten, onderbroken door het getoeter van vuvuzela’s. De mensen op straat hebben haast, want het Nederlands elftal speelt zo. Met hun pruiken, opblaasklompen, leeuwenpakken en massale oranjeheid stralen ze allemaal dezelfde boodschap uit. Het mag dan pas de eerste wedstrijd zijn, maar de Oranjekoorts slaat al hevig toe.

Tenminste; totdat je uit de tunnel naast het station komt.

Rond het Leids Universitair Medisch Centrum en het Bio-Sciencepark ziet alles er precies hetzelfde uit als normaal. Hier draagt men geen oranje, hier blaast men niet op toeters. Ook in de FooBar, het cafeetje in het Snelliusgebouw, is de sfeer vooral ingetogen. Geen oranje vlaggetjes, alleen een Deense variant op een smörgåsbord: een kolde bord. Welgeteld drie van de veertig aanwezigen hebben de moeite genomen iets oranjes aan te trekken.

Terwijl de bèta’s nog langzaam binnendruppelen, tast Oranje de Deense verdediging af. Al snel blijkt dat door een combinatie van een zwakke beamer en de schaduw van het stadion een groot gedeelte van het veld te donker is om de wedstrijd goed te kunnen volgen. Dat is eigenlijk de enige reden dat de mensen nog ingespannen naar het scherm kijken, want op het veld is de saaiheid te snijden. Als de Denen door lijken te breken, springt meer dan één van de kijkers hoopvol op. Bij gebrek aan leuk voetbal vermaken de aanwezigen zich met het afzeiken van commentator Frank Snoeks.

‘Dit is nog niet het briljante Oranje dat de wereld verwacht’, kraamt die uit. Hoongelach.

‘Jørgensen verzuimt de bal aan te nemen. Dan blijft ‘ie doorrollen.’ Applaus.

‘Er zijn voldoende Oranjehemden, waaronder Van Persie die de bal als een verdediger wegkopt.’ ‘Jammer alleen dat ‘ie als aanvaller zo faalt.’

Als Nigel de Jong naar zijn kuit grijpt, en Snoeks uitlegt dat ‘kramp een naar gevoel is’, zijn de toeschouwers het zat. Zelf komen ze uit een omgeving waarin domme mensen snel het veld ruimen, per slot van rekening. Spelers worden alsmaar maar gewisseld, maar die commentator mag gewoon blijven. ‘Wie snoert die man de mond?’ roept iemand vertwijfeld uit.

Na de pauze blijkt het mooie weer aantrekkelijker dan de wedstrijd, en zo mist een groot gedeelte van de aanwezigen het eigen doelpunt van Poulsen. De Denen, nu op achterstand, moeten meer aanvallen maar zelfs dat lijkt de wedstrijd niet te redden.

Achterin overleggen twee jongens over het gebruik van ‘subspaces’ en ‘de orthogonaal’ voor het verbeteren van de wedstrijdstrategie. Er lijkt wat in te zitten, maar: ‘een brute force benadering is denk ik toch beter.’

Invaller Eljero Elia brengt wat pit in de wedstrijd, en de aandacht gaat terug naar het scherm. Niet veel later staat Elia aan de basis van het tweede Nederlandse doelpunt. Daarmee lijkt de winst veilig gesteld, ondanks het matige spel.

Snoeks: ‘Niemand zal zeggen: vanaf vandaag is Nederland favoriet voor de wereldtitel.’ Zelfs de voorsprong kan de afkeer van het commentaar niet meer genezen. Snel springt iemand op: ‘Vanaf vandaag is Nederland favoriet voor de wereldtitel.’ BB


De wedstrijd is het voorspel

Voor huize Wellust, gelegen aan het Plantsoen, is de voetbalwedstrijd Nederland-Denemarken een voorspelletje. Er wonen hier een kleine twintig jongens, allen lid van Minerva en merendeels rechtenstudent. Na afloop van de wedstrijd zullen de veertig meisjes van Minerva-huis Het Kippenhok, Rapenburg 120, over de vloer komen. Sinds het laatste Minerva-lustrum is er tussen deze twee huizen iets moois opgebloeid. Na de wedstrijd is er een gezamenlijke barbecue. ‘We hebben ze heel nadrukkelijk pas na de wedstrijd uitgenodigd’, zegt een huisgenoot.

Dit is het leukste huis van Leiden (net als alle andere huizen). Het beschikt over een huisboot in de Zoeterwoudse Singel. Aan de gevel wappert naast de Nederlandse vlag ook een huisvlag, met in het Latijn het oprichtingsjaar 1961. De bewoner die er het langst woont, is huiskat Reneetje.

Eigenlijk is huize Wellust geen voetbal- maar een hockeyhuis. De jongens trappen wel eens een balletje in het park voor het huis, maar een flink aantal van de bewoners speelt hockey, bijvoorbeeld bij ‘haagsche delftsche mixed’ (hdm) of bij Leidse studs.

Van het WK voetbal is een klein huisevenement gemaakt. Vierhonderd meter vlaggetjeslint is uitgespannen over de voortuin. Binnen bouwden de bewoners een mini-stadion, bestaande uit een vijftal oude sofa’s en een paar tafels. De tribune kijkt uit op het pronkstuk van de fusie: een antieke, Limburgse bar, ooit gekocht op Marktplaats. Er zit een authentieke, glimmende zwanenhals tap bij. Achter de bar hangt het grote scherm.

Deze maandagmiddag is het bloedjeheet en zitten de jongens, vlak voor de aftrap, in een kring buiten in de tuin, met chips en tapbier in plastic bekertjes (‘pinten’). Een aantal in blote bast en op teenslippers; de rest in oranje-shirts of casual kloffie. Zodra de eerste noten van het volkslied klinken, zoekt iedereen in de schemerige fusie een plaatsje op de tribune.

De wedstrijd voltrekt zich loom, alsof het op het veld even heet is als binnen. In de fusie is het rustig en beschaafd. Afwisselend klinkt het wat oubollige commentaar van Frank Snoeks (‘het vlóeit niet, dus is er geen demarrage mogelijk, geen versnelling, geen…) en dat van de bewoners (‘Kak!’of: ‘Kuijt is aan het sambavoetballen – wat hij dus helemaal niet kan!’).

Misschien is half twee ‘s middags ook iets te vroeg om helemaal los te gaan. De meeste vreugde wordt veroorzaakt door twee huisgenoten die wat later thuiskomen. Eentje had die middag een sollicitatie. De tweede komt terug van een tentamen dat tijdens de wedstrijd stond gepland. Ze krijgen een hartelijk onthaal, kleden zich om en schuiven aan.

Bij het eerste doelpunt van Nederland staat de hele fusie juichend op de banken. ‘Een cadeautje’, oordeelt Snoeks, ‘maar zonder geluk vaart niemand wel.’ Bij het tweede doelpunt, van Dirk Kuijt, zegt een huisgenoot: ‘Gewoon goed dat ie-doorliep, gewoon waanzinnig!’

De volgende wedstrijd komen alle vaders van de studenten over de vloer: samen de wedstrijd kijken en barbecuen.


AVV
Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook