‘Het is echt niet normaal hoe vol het hier is. Zeker meer dan de helft is scholier.’
FOTO: Taco van der Eb
‘Scholieren moeten gewoon oprotten’
DOOR BENJAMIN SPRECHER ‘Kijk die capuchonklootzakjes zitten daar, met hun jasjes aan.’ Zegt Matthijs Timmermans, (22), 3e jaars geschiedenis, terwijl hij voor de UB pauze aan het houden is. ‘Ze zijn hier helemaal niet om te leren. Die zestienjarige meisjes met lippenstift zitten hier echt alleen maar omdat het cool is.’
Sophie (22), psychologie, valt hem bij: ‘Het is hier geen speelplaats. Wij gaan toch ook niet in hun aula zitten? Laatst zat er eentje in mijn studie-nis. Beweerde dat ze ook recht had om daar te zitten. Mooi niet dus! Uiteindelijk liep ze als een feutje, met tien examenbundels onder haar armen, naar een tafel. Niet dat ze daar minder vervelend zijn. Ze nemen de halve tafel in met hun schriftjes, examenbundels, BINAS, grafische rekenmachine en hele etui vol met pennen.’
‘Lebensraum’ vat Edward Kok, politicologie, het probleem kernachtig samen.
Grote ergernis dus bij studenten, over scholieren die in grote getallen naar de UB kwamen om zich voor te bereiden op het centraal eindexamen.
Maar hoeveel scholieren zijn er dan eigenlijk? De UB houdt geen statistieken bij, maar Tobias Postma (21), politicologie, wil wel een gokje wagen: ‘Belachelijk veel. Het is echt niet normaal hoe vol het hier is. Zeker meer dan de helft is scholier.’
Studiegenoot Harmen Wolf (21) kijkt hem verbaasd aan. ‘Ik vind dat toch een lichtelijk snobistische instelling. “Kijk ons eens studeren. Dat mogen jullie lekker niet.” Het is de ergernis zelf die stoort, niet de scholieren.’
Tobias: ‘Gozer, ga nou niet een of ander brak verhaal zitten te vertellen. Ze zijn gewoon irritant.’
Harmen: ‘Ik vind het absoluut niet storend. Kijk, als je voor je eindexamen studeert dan ben je al halverwege het studerende leven. Dus als ze in de UB willen zitten dan moet dat kunnen.’
En zo denken de scholieren zelf er ook over.
Jaja (20), stedelijk gymnasium: ‘Wij zijn gewoon rustig, zoals als alle andere. Alleen op drukke periodes is het wat rommeliger. Maar dat komt van beide kanten. Als scholier wordt je daar dan meer op aangesproken. Maar dat betekend niet dat het onze schuld is. Zelf hebben we geen goede plekken om te leren. Bij ons op school wordt je er uit gegooid als je geen les hebt. Waar moeten we dan zitten? Toch niet in de publieke bibliotheek?’
Samsa (19), van het ROC aan de ter haarkade: ‘Ik heb anders ook last van de studenten. Als ik kuch, heb ik gelijk 40 ogen op me. En als we heel even overleggen krijgen we gelijk gezeik over ons heen. En al die studenten met hun flesjes water. Dat mag allemaal, maar wij worden er uit gegooid omdat we een blikje cola meenemen. Waar slaat dat op?’
Tom van Berghe Henegouwe is niet onder de indruk: ‘Ze moeten gewoon oprotten. Ze betalen geen collegegeld, maar maken wel gebruik van onze faciliteiten.’
Tom wordt op zijn wenken bediend. Bij een volgend bezoek staat er een scholier beteuterd bij de ingang van de UB. Hij mag er niet in. Na een week scholierenplaag was ook voor de directie van de UB de maat vol. Voortaan wordt er gecontroleerd op bezit van een collegekaart.
Kurt de Belder, directeur van de UB, legt uit: wij zijn een bibliotheek die probeert open te zijn voor iedereen. ‘We hebben een aantal huisregels, die de rust moeten bewaren. Jammer dat er scholieren zijn die dat blijkbaar niet kunnen opbrengen. Met kerst hadden we al maatregelen getroffen tegen overlast door scholieren. Maar helaas laten deze zich er weinig aan gelegen. Daarom zijn we deze week overgegaan op het controleren van collegekaarten. Volgend jaar zijn er toegangspoortjes, dus dan is het probleem sowieso opgelost.’