Mare Nummer 30     20 mei 2010

30
In het berenhospitaal worden gebroken hoofden en harten opgelapt.
FOTO: Marc de Haan
Beertje heeft gebroken hart

DOOR ARJEN VAN VEELEN ‘Er zijn dit jaar opvallend veel gevallen van Mexicaanse griep’, vertelt geneeskundestudent Hanna Hensen, ‘maar het overgrote deel heeft iets gebroken’. Hensen is ziekenhuismanager van het Teddy Bear Hospital, dat deze week voor de zevende keer plaatsvond in het Leids Universitair Medisch Centrum. Het is een initiatief van de International Federation of Medical Students’ Associations (IFMSA). Het doel is serieus: de angst voor het ziekenhuis wegnemen bij kleuters van ongeveer vier tot zes jaar.

Deze week draait het ziekenhuis een productie van negenhonderd teddyberen. Ruim honderd studentvrijwilligers werken daar aan mee, plus enkele ambulancebroeders met een echte ambulance.

De kinderen komen per schoolklas aan. Ieder heeft een knuffel bij zich, die aan een – meestal – imaginaire ziekte lijdt.

Manager Hensen geeft een rondleiding. De route start bij de huisarts die een anamnese afneemt. Hij vult leeftijd, lengte en gewicht van de patiënt in, en noteert bijvoorbeeld de allergie waar de knuffel aan leidt (spruitjes, spinazie, chocola). De huisarts stuurt de beer doorgaans door naar de radioloog, maar soms met spoed naar de chirurgenkamer (met ziekenhuisbed en infuuspaal).

De radioloog maakt met een overhead-projector een ‘foto’. Hij of zij beschikt over een stapel sheets met daarop teddyberenskeletjes. Op elk van de sheets is er iets mis: een botbreuk in arm, been of zelfs hoofd. Die beren-sheets zijn indrukwekkend, maar passen niet bij alle knuffels. Er kwam ook een octopus binnen die al zijn poten gebroken had of een twee meter lange slang met een gebroken staart, vertelt Hensen. ‘Dan laten we toch die berenfoto zien, en zeggen we erbij dat knuffels van binnen allemaal hetzelfde skelet hebben’.

De kleuters krijgen een printje mee van die breuk en kunnen dan naar de gipsmeester. Die doet een boterhamzakje om het betreffende ledemaat, waar echt gips omheen gaat (dat gedroogd wordt met een föhn). De knuffel kan ook naar het priklab (waar ‘bloed’, ofwel limonade, wordt afgetapt) en naar de apotheek (waar er wat pilletjes worden gegeven). Buiten op het plein is er nog een act met een grote berenpop die valt en wordt opgehaald door een echte ambulance met sirene. En na afloop krijgen alle kleuters een tasje mee met wat cadeautjes.

Vandaag is een wat hectische dag, vertelt Hensen, want het ziekenhuis is enigszins onderbezet. Huisartsen Victor (student biomedische wetenschappen) en Myrthe (geneeskunde) komen in hun praktijkkamertje bij van de ochtendshift. Het leuke van dit werk, vindt Victor, is dat de kinderen alles geloven en een grote fantasie hebben.

‘Er kwam iemand met ene knuffel die Frikadel heette en die honderd jaar oud was. En iemand met een beer die aan ‘vlinderziekte’ leed: die was gebeten door een gemene vlinder. Of een witte kat die Zwartje heette en de Mexicaanse griep had.’ Victor behandelde ook knuffels met o.a. glutenallergie en hersenvliesontsteking. En zelfs een beer die last had van een gebroken hart.

Soms zijn er knuffels die echt iets hebben, zoals een afgescheurde of versleten poot. Daar is ook een oplossing voor. De chirurgenkamer beschikt over naald en draad om ook daadwerkelijk te kunnen opereren.


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook