Mare Nummer 30     20 mei 2010

30
Tweemaal Jan Wolkers met zijn Olga: rechts de ware (Annemarie Nauta), links actrice Monique van der Ven (samen met hoofdrolspeler Rutger Hauer).
FOTO: PR
‘O, als je nu bij me was’
Brieven aan de heldin van Turks fruit

‘Kussen, m’n kutje, diertje, spinnetje, Friezinnetje, en een lang likje’. Biograaf Onno Blom liet een boek verschijnen over de briefwisseling en relatie waaruit Jan Wolkers rijkelijk putte voor zijn liefdeskraker Turks fruit.

DOOR THOMAS BLONDEAU ‘Nadat ik je verlaten had, moest ik een apotheek inrennen om bloedstelpende watten, die nodig waren om m’n hart in goede conditie te houden.’ Een zin als een porseleinen windhond die de kamer in wordt gegooid. Kitsch maar je gaat wel even rechtop zitten. Het fragment is terug te vinden op de eerste pagina van Jan Wolkers roman Turks fruit, de meest vurige liefdesgeschiedenis uit de Nederlandse literatuur.

Alleen verdient niet Wolkers de auteursrechten voor de bloederige symboliek maar Annemarie Nauta, Wolkers tweede vrouw. Het is een citaat uit een brief aan haar geliefde Jan.

Negen jaar nadat het huwelijk van Wolkers en Nauta op de klippen liep, trok de schrijver zich terug in een klein huisje op Texel, bevoorraad met brieven en ingesproken bandjes van Annemarie. Aan de turbulente relatie met Nauta (zij was net achttien, hij twaalf jaar ouder) plakte Wolkers het ziektebed van een vriendin. Turks fruit was klaar voor de canon.

Als Wolkers begin dertig is, lijkt hij ver verwijderd te zijn van het nationale monument dat hij geworden was aan het eind van zijn leven. Hij is een arme beeldhouwer, vindt met moeite opdrachten, heeft een vrouw en twee kinderen. Een dochtertje heeft hij verloren omdat die in een moment van onachtzaamheid de hete kraan heeft opengedraaid toen ze een badje kreeg. Vooral de moeder van Annemarie had een andere schoonzoon in gedachten. Wanneer Wolkers een beurs krijgt om in het atelier van de Parijse beeldhouwer Zadkine te werken, kan zijn jonge vriendinnetje hem niet volgen.

Uit het gemis ontstaat een hitsige en vertederende correspondentie. Wolkers-biograaf Onno Blom omkadert de brieven en sprak met Nauta. Zij stond toe dat er uit haar brieven geciteerd werd, maar alleen in zoverre het ging over haar verhouding met de schrijver. Een beperking die niet door preutsheid moet zijn ingegeven want de lichamelijke liefde vormt samen met gemis het hoofdbestanddeel van de brievenbundel. Wolkers speurt Nauta vooral aan hete brieven te schrijven: ‘Jij maakte jezelf ook klaar, hè, terwijl je aan me denkt. O, als je nu bij me was, zou ik geloof ik je billen, dijen en kut in stukken bijten. Je achterwerk zou nat zijn van spuw vermengd met sperma. Ik zou mijn zaad ook over je gezicht en je lippen willen spuiten, je zaadeisende ogen er dicht mee maken.’

Van schroom heeft Nauta al evenmin last: ‘Ik moest gaan verzitten om het smeken van mijn kut te onderdrukken. Nu ik dit neerschrijf begint het weer van voren af aan. God, wat zal het heerlijk zijn wanneer je met me kan neuken, nadat we elkaar eerst opgewonden hebben.’

Tussendoor sijpelt Wolkers‘ enthousiasme over het culturele aanbod in Parijs maar ook zijn frustratie over dat hij er weinig scheppingsdrang heeft. Geldproblemen, huwelijkssores en vragen over de toekomst, Wolkers kan niet anders dan verbijten en verlangen. Tussen de getypte seksscènes duikt soms een brief aan zijn zoontje op, mooi verluchtigd met tekeningen van Frankrijk en uitstapjes.

Omdat de lezer meer weet dan de brievenschrijvers, is het makkelijk speuren naar voorbodes van het tragische einde. Zo komt Wolkers in al zijn overweldigende liefde ook over als een dwingeland. Later zal ze tegen de schrijvende sater bekennen dat ze zijn erotomanie ook wel eens zat was, ‘Ik heb het uitgerekend: 7 x per dag. Heb je dat nog?’ Als Nauta eindelijk naar Parijs komt, heeft Wolkers een lijstje bij zich met alle musea die hij haar wil laten zien. Tegen Blom bekent Nauta dat ze na Wolkers nooit meer een stap in een museum heeft gezet. Kotsbeu was ze het. Maar na lezing beklijft vooral het liefdevolle mededogen over twee niet-alledaagse mensen die gek waren van elkaar maar toch niet bij elkaar pasten.

Voor de literaire geschiedenis is het meest vertederende detail allicht de typmachine die Wolkers vlak voor zijn vertrek naar Parijs had gekocht. Een Olivetti, voor 295 gulden. Later zou hij schrijven: ‘Ik had helemaal niet het plan om te gaan schrijven. Is dat niet wonderbaar?’ De liefdesbrieven waren de eerste teksten die erop ontstonden. Later zou vrijwel zijn hele oeuvre via die toetsen ontstaan.


Brieven aan Olga, Jan Wolkers, Bezorgd en ingeleid door Onno Blom, Uitgeverij De Bezige Bij, 152 pgs., € 19,90.


Deel op Facebook

Tweet
Deel op Facebook