DOOR DERU SCHELHAAS Het samendrommen van landgenoten die met opblaasbare klompen op hun hoofden de liefde verklaren aan vorstin en vaderland moet met groot respect worden bezien.
Koninginnedag biedt een moment van bescheiden overdenken in stilte en betrekkelijke rust. Overdenken, het is één van de kleine genietingen in het leven van de republikein. Dit jaar: in Parijs zou het gebeuren. Zij zou rijden. Maar het ging uit. Geen Parijs.
Een vorige keer liep het ontvluchtend overdenken via de route Leiden-Florence-Milaan. Zalig. Liever fijn geweven blauwe maatpakken dan vaaloranje polyester boerenkielen en liever elke dag Berlusconi-dag dan één keer per jaar Koninginnedag. Dacht ik. Helemaal mislukt.
Tijdens de Koninginnedagborrel van het Nederlandse consulaat in een Milanees stadspaleis, echt zo’n gelegenheid waarop je alleen belandt met genoeg Hare Majesteits Eerste-leden in je reisgezelschap, werd onder het gepingel van een dixielandbanjo een wapenschildje van het Koninkrijk der Nederlanden gestolen. Je weet wel, met daarop twee leeuwen en je maintiendrai in schreeuwletters en zo.
Toen de vermissing werd ontdekt, liep de consul een beetje oranjerood aan en zei: ‘Dit schildje is eigendom van het Koninkrijk der Nederlanden.’ Wat de dief had kunnen vermoeden toen hij het edelkitsche gevaarte van de belangrijke-schildjes-houder tilde. De consul zei ook: ‘Wij nemen dit zeer hoog op.’ (Waarschijnlijk sprak de consul hier in naam van de koningin zelve. En op de een of andere manier leek de delegatie Leidse studenten verdacht te zijn.) Daarna noemde de consul geloof ik de naam van een internationale instantie die misdadigers wereldwijd van het bed mag lichten.
Het schildje is nooit boven water gekomen. Een goede republikeinse daad, waarvan ik mij overigens distantieer: stelen is diefstal en diefstal mag niet.
Maar nee, zelfs in het buitenland ontkom je niet aan de orango-onanisten. In Parijs was het onder vreemde omstandigheden vast ook wel weer mislukt. Dicht bij huis blijven dus.
Niet naar de Universiteitsbibliotheek. (Dicht.)
Toch naar oma. (Die is jarig.) (Steeds vertellen wat ook in Mare te lezen is.) (En blokjes Goudse kaas.) (Brr, geen zin.) (Oeps. Misschien leest oma mee.) (Hallo oma!)
Op mijn kamer met de deur op slot rondjes rijden door Parijs via Google Street View: kamer ruikt raar. (Naar vier dagen liefdesverdriet. Een melange van ontbijtkoek, oranjebitter en dode tulpen.)
Een fietstochtje maken langs de Vliet. (Fiets gestolen/weggehaald door gemeentefunctionarissen in oranje outfits.) Een nieuwe fiets kopen. (Tsja. Blut.) Fiets ontvreemden. (Illegaal.) (En te bang.) Of in naam der republiek zoveel mogelijk staatseigendommen stelen. (Nogmaals. Stelen mag niet.)
Er wordt aangeklopt. Mijn prinsesje. ‘Het is niet uit’, zegt ze, ‘slechts een time-out.’
Zo’n vrouwenuitvinding. Maar wacht. Parijs dan? Overdacht zal er worden.