Rigby, met in het midden zanger Christon Klooserboer.
FOTO: Floris de Ridder
Daten met het publiek Rigby ongegeneerd positief met zwarte accenten
De frontman van poprockband Rigby probeerde via Idols zijn werk aan de man te brengen. Maar brak uiteindelijk door met eigen nummers. ‘Zo’n jong meisje die weg van je is, dat is projectie.’
DOOR THOMAS BLONDEAU Noemen we beroemdheden ‘sterren’ omdat hun lot al vastligt in hun astronomische naamgenoten? Zo ja, dan was het zo bedoeld dat de stem van Rigby-zanger Christon Kloosterboer zijn weg naar een groot publiek zou vinden. Eerst beproefde hij zijn geluk bij Idols, maakte een tussenstop bij een XYP (een project van Gary Barlow waarbij jonge muzikanten nummers vertolkten van professionele liedjesschrijvers), later verzamelde hij vijf vrienden om zich heen en smeedde de band Rigby.
De naam, ontleend aan het Beatlesliedje Eleanor Rigby, is niet de enige Fab Four-verwijzing in Kloosterboers universum. De band wist al snel de aandacht van festivals en een platenlabel te trekken. Voorprogramma’s van bands als Kaiser Chiefs en Moke volgden. Het huisbandschap van De wereld draait door ontrukte hem definitief aan obscuriteit.
Met zo’n voorgeschiedenis… wat was er eerst: de liedjes of de drang om op een podium te staan?
‘Toen ik heel jong was, inderdaad de drang om op het podium te staan. Op mijn zestiende begon het liedjesschrijven van belang te worden. Zo stevig zelf dat ik moeite kreeg met optreden. Het zijn dan echt vrienden geweest die me met gitaar en al meesleurden naar jamsessies zodat ik zou gaan optreden.’
Jezelf Rigby noemen is een eerbetoon, maar tegelijk een muziekrichtingwijzer.
‘Klopt. We zijn Brits georiënteerd maar niet alleen maar. Beach Boys en jaren tachtig-invloeden zitten er ook in. Critici gaan wel op zoek naar vergelijkingen met de Beatles, Soms begrijpen we die zelf niet. Zo vond iemand het brugje in de opener van onze debuutplaat zo Sergeant Pepper. Terwijl wij daar totaal niet mee bezig waren, aanvankelijk dachten we zelfs dat het te muzikanterig was.’
Je hebt Paul McCartney ontmoet. Kan zo iemand tegenvallen in jouw ogen?
‘Ja, zou zeker kunnen. Maar dat gebeurde niet. Ik kreeg een workshop van hem in Liverpool nota bene, thuishaven van de Beatles. Ik ben niet zo snel star struck maar nu moest ik toch tegen mezelf zeggen: “Doe even normaal”. Mijn hart sloeg op hol, mijn ademhaling versnelde.’
Net zoals die tienermeisjes uit je Idols-tijd.
‘Bij Idols heb je te maken met een gecreëerde sterrenstatus. Het is een familieshow dus ook veel jonge meisjes kijken er naar. Ja, en als die je dan ontmoeten… dat is gewoon projectie. Ze hebben posters van je in hun slaapkamer hangen. Dat heeft meer met hun idee te maken dan met jouw muziek. Vond ik niet altijd makkelijk om mee om te gaan. Sta je bij de bakker… Dachten mensen dat ik arrogant was, terwijl het meer met verlegenheid te maken had. Nu komt iemand naar me toe en zegt: “Dat ene nummer, dat vond ik goed”.’
Sinds Moke mag het. Hoe belangrijk zijn kleren voor Kloosterboer?
‘De zanger van De Staat omschreef het goed. Als je op date gaat, trek je ook een iets mooier bloes aan. Je wil je zelf van een iets mooiere kant laten zien. En we willen een eenheid uitstralen. Niet een trainingspak en een driedelig grijs op het podium.’
Een positieve uitstraling is jullie handelskenmerk. Nooit sores?
‘Ondertussen zijn we wat ouder en hebben het nodige meegemaakt op persoonlijk vlak. Daarvan zal iets terug te klinken zijn in de volgende plaat. Maar we blijven positief. En dat wil dus niet zeggen vrijblijvend. Ook als je een kloteperiode doormaakt, toch iets moois ervan maken. Dat is ons doel. Positief met de nodige zwarte accenten.’