Hoera, daar ben je weer Studenten werken en kletsen in de thuiszorg
Het is een populaire bijbaan onder studenten: de thuiszorg. Mare ging kijken bij drie stofzuigende studenten en hun vaste adressen. ‘Alle mannen knijpen een dweil verkeerd uit.’
DOOR DIRK-JAN ZOM
Robbie doet niet onder voor een dame
‘We zijn zo dankbaar met hem.’ Mevrouw Annard (83) is in haar nopjes met haar thuiszorgkracht. De eenentwintigjarige Robbie Luchs, maakt sinds zeven weken bij haar schoon, drie uur per week. Samen met de bovenbuurvrouw zitten ze aan de tafel in de woonkamer. ‘Eerst maken we het boodschappenlijstje’, vertelt Robbie. Hij schrijft het zelf, omdat hij haar handschrift niet kan lezen. ‘Als ik terugben, staat er koffie klaar.’
Hierna gaat hij stofzuigen en dweilen. ‘Ik ben wel precies, maar ook makkelijk. Ik heb zelf ook liever niet dat ze achter me zitten te zeuren’, vertelt Annard over haar werkprincipes. ‘Vind je mij streng?’, vraagt ze Robbie. ‘Nee hoor’, antwoordt hij. Robbie doet niet onder voor een dame, heeft ze eerder al gezegd.
Want als man kan het iets langer duren voordat je aan iemand toegewezen wordt, werd Robbie wel verteld. Mevrouw Annard reageert: ‘Alle mannen knijpen de dweil zo uit.’ Ze frommelt een zakdoek op in haar vuist. ‘Dan zeg ik niet: “Dat is niet goed.” Nee, dan laat ik zien hoe het wel moet.’
Robbie is tevreden met zijn nieuwe baan. Hij werkt elf uur per week: ‘Ik begon als invaller, toen moest ik naar het woonwagenkamp. Maar alles wat ik deed was fout daar. Daar ben ik toen gestopt.’
‘Ik zat eerst bij een andere instantie’, vertelt mevrouw Annard. ‘Maar dat is veranderd. Mijn vaste hulp, een vrouw van 56 moest weg. Dat was wel jammer. Maar achteraf is het wel beter met hem, hij is sneller.’
‘Ik heb trouwens nog geen afrekening van deze maand gehad.’ Ze staat op en begint te zoeken. ‘Dat hoeft toch allemaal niet in dat krantje’, zegt de bovenbuurvrouw. Mevrouw Annard komt teruggelopen met een map. ‘Oh wacht, ik heb het wel al ontvangen.’
‘Als ik iets aan Robbie vraag, dan doet hij het’, zegt ze. ‘Als je nou mensen met alleen linkerhanden krijgt. Maar ik denk dat mensen over het algemeen tevreden zijn. Je bent blij als iemand het voor je doet.’
De Universiteit Leiden kennen beide vrouwen goed. Ze hebben allebei vijfentwintig jaar schoongemaakt in het Gravensteen. ‘Dat is misschien ook nog wel leuk om te weten’, begint mevrouw Annard een uitvoerige beschrijving. ‘Jij ook altijd met je verhalen’, becommentarieert de bovenbuurvrouw de rede. Robbie is ondertussen klaar met het lijstje. Eerst boodschappen doen dan maar, daarna is het tijd voor koffie met een koekje.
De rest van het dispuut wil ook
‘Ik pik ze er zo uit, die studenten. Zodra ze binnenkomen en het Nederlands dat ze gebruiken is deftig, dan denk ik: “Dat is zeker geen Leidse.”’ Mevrouw de Haas (81) zit al te wachten tot Eva Lammers eraan komt. De 19-jarige studente psychologie werkt sinds 12 maart in de thuiszorg. Iets na half vier komt ze binnen. ‘Mijn college was net iets uitgelopen’, meldt ze.
Eva hoorde van haar vriend Robbie Luchs over het thuiszorgwerk. Eerst dacht ze dat het niets voor haar zou zijn: ‘Ik ben soms een beetje ongeduldig. Als ik bij mijn eigen oma ben, denk ik na twee uur ook wel: “Ik moet gaan.” Maar tot nu toe heb ik daar geen last van gehad.’
Ze komt nu elke week drie uur bij mevrouw De Haas, om te stofzuigen, te dweilen en de keuken en wc schoon te maken. De mevrouw brengt ondertussen de thee binnen. Eva krijgt een stroopwafel toegeschoven. ‘Een vaste hap’, zegt mevrouw De Haas. Ongeveer op de helft pauzeren ze. ‘We hebben het over van alles, over televisie, politiek, over vroeger. Dat is toch wel leuker, dan als het gaat over de uitverkoop bij de V&D’, zegt ze lachend.
Zelf werkte ze jarenlang als documentalist op de Rechtenfaculteit. Ze laat een oude aflevering van het faculteitsblad Trias uit de jaren ’80 zien waarin ze geportretteerd wordt. Dit arbeidsverleden is een reden waarom de ‘werkstudenten’ haar goed bevallen: ‘Neerlandistiek, psychologie, theologie, ik heb ze allemaal voorbij zien komen. Ik vraag altijd direct: “Wat studeer je.” Bij die theologe vroeg ik toen: “Je gaat hier toch niet staan preken hè?”’, grapt ze.
Eva is tevreden met haar baan. ‘Werken in een bejaardentehuis, dat wilde ik niet. Die kleine kamertjes, waar het warm is, de geur van doorgekookte groente. Nu kom ik bij mensen thuis, ze zijn nog prima bij. Dan hoor je allerlei verhalen.’ En haar enthousiasme werkt kennelijk aanstekelijk: ‘In mijn dispuut willen nu meer mensen dit werk gaan doen.’
Nathalie heeft hoge punten gekregen
‘Ik heb haar hoge punten gegeven. Ze is beleefd en netjes en ze doet ontzettend haar best.’ Rechtenstudent Nathalie Nede (22) is even verbaasd als ze te horen krijgt dat ze beoordeeld is door de klant. Sinds januari werkt ze bij de oudere mevrouw, die liever niet met haar naam in de krant wil. Tevreden hoort ze de positieve beoordeling aan, die naar haar baas gestuurd is.
Nathalie is in de thuiszorg gaan werken, omdat het goed met de studie valt te combineren. Ze is tevreden: ‘Het zijn over het algemeen aardige, lieve mensen. Het is heel dankbaar werk.’ Ook had ze altijd een goede band met haar oma, vertelt ze: ‘Die is er helaas niet meer. Maar bij sommige mensen zie ik wel dingen van mijn oma terug.’
De mevrouw kijkt altijd uit naar de komst van Nathalie. ‘Ik zeg altijd: “Hoera, je bent er weer.”’ Als Nathalie binnenkomt wordt er eerst een kopje thee gedronken, zegt de mevrouw. ‘Het werk moet gedaan worden. Maar er is ook tijd voor gezelligheid, voor contact.’ Gesprekken gaan over ‘van alles en nog wat’. ‘Het gaat over wat we beleefd hebben’, vertelt de mevrouw. ‘Had ik trouwens al verteld dat ik vorige week drie kwartier vast gezeten heb in de lift?’ Samen met andere bewoners kon ze er niet meer uit. Een huismeester wist hen uiteindelijk te bevrijden.
Voordat Nathalie bij deze mevrouw werkte, had ze al vier jaar een vaste hulp. ‘De gemeente heeft die van me afgenomen’, zegt de vrouw. Het heeft te maken met de veiling van thuiszorgcliënten, waardoor ook bij haar de aanbieder veranderd is. ‘Ik heb het met haar wel getroffen’, zegt de mevrouw. ‘Maar als ze haar weer ergens anders naar toe sturen.’ ‘Nee hoor, ik blijf’, zegt Nathalie.