‘Als spellen echt zo slecht waren, zouden ook anderen een schietpartij zijn begonnen.’
FOTO: Screenshot uit computergame Call of Duty
Dit is goede hersengymnastiek First Person Shooters vergroten geestelijke flexibiliteit
Mensen die schietspelletjes spelen, zijn mentaal flexibeler, ontdekten Leidse psychologen. De volgende stap: onderzoeken of oudere mensen er baat bij hebben om zulke spellen te spelen.
DOOR BART BRAUN Games waarbij de hoofdpersoon een eindeloze stroom vijanden overhoop moet schieten, hebben een slechte naam. Na de schietpartij op een school in Columbine wezen beschuldigende vingers naar de klassieker Doom. Toen de Duitser Tim Kretschmer verleden jaar het vuur opende op zijn klasgenoten, riepen politici in dat land op Counterstrike te verbieden.
Of je van het spelen van schietspelletjes daadwerkelijk gewelddadiger wordt, staat wetenschappelijk gezien niet vast. Wel lijkt het erop dat ze positieve effecten kunnen hebben. In het vakblad Frontiers in Psychology laat een groep Leidse onderzoekers zien dat gamers een grotere geestelijke flexibiliteit vertonen.
Het nieuws verspreidde zich in een razend tempo over de hele wereld, zeker nadat de Britse tabloid The Sun stelde dat ‘ouders hun kinderen zouden moeten aanmoedigen om plezier te beleven aan virtuele bloederigheid.’
‘Ze manipuleerden wat ik heb gezegd’, aldus dr. Lorenza Colzato. ‘Ik zou gewelddadige spellen zeker niet aanbevelen voor kleine kinderen.’
In uw artikel spreekt u van ‘hogere cognitieve flexibiliteit’. Wat is dat precies?
‘We laten de proefpersonen een test doen waarbij de ze moeten kijken naar grote vierkanten of rechthoeken die weer zijn opgebouwd uit kleinere vierkanten of rechthoeken. De deelnemers moeten soms op de grote vormen reageren, en soms op de kleine. Mensen die veel First Person Shooters spelen, scoren het beste bij de proef waarbij ze de hele tijd moeten afwisselen tussen groot en klein.’
Dus mensen die goed zijn in computerspelletjes, zijn beter in het spelen van uw computerspelletje?
‘Niet in elk aspect. Ze zijn specifiek beter als ze moeten switchen; het is echt een selectief effect. In het dagelijks leven is geestelijke flexibiliteit nodig als je snel achter elkaar verschillende dingen moet doen, zoals e-mailen, met studenten praten, opde telefoon reageren enzovoort.’
Maar vertonen proefpersonen die goed scoren op deze test ook meer van die flexibiliteit in het dagelijks leven?
‘Dat moet nog onderzocht worden.’
Is het makkelijk om mensen te vinden die nooit computerspelletjes spelen?
‘Ze zijn er wel. Ikzelf speel bijvoorbeeld bijna nooit, hooguit wat spelletjes op de Wii. Mijn student Pieter van Leeuwen heeft via games-sites op internet proefpersonen gevonden, en via posters op de faculteit vonden we mensen die weinig speelden.’
Uit eerder onderzoek bleek al dat gamers een betere oog-handcoördinatie hebben, en dat ze beter zijn in het volgen of zoeken van objecten op een scherm. Is dit iets heel anders?
‘Dit is het eerste onderzoek dat echt specifiek kijkt naar First Person Shooters, de andere onderzoeken kijken meer naar de gevolgen van computerspelletjes in het algemeen. En cognitieve flexibiliteit is een andere eigenschap dan die visuele vaardigheden.’
Zou u bij statischer, bedachtzamere spellen als Civilization andere effecten zien?
‘Dat is moeilijk te voorspellen, maar bij de vaardigheden uit dit onderzoek zou ik geen gunstige effecten verwachten. Schietspellen zijn zo extreem dynamisch; ik denk niet dat puzzel- of strategiespellen ook zo’n gevolg hebben. Het zou goed kunnen dat mensen die dat spelen weer beter scoren op andere testen, maar dat weet ik niet.’
Moeten we nu allemaal computerspelletjes gaan spelen?
‘Het zou ook zo kunnen zijn dat juist mentaal flexibelere mensen eerder geneigd zijn om schietspelletjes te spelen. Om het echt te onderzoeken, moet je mensen dus eerst trainen, en dan de gevolgen meten. Een collega van mij heeft net een beurs gekregen om dat te gaan onderzoeken bij oudere mensen. Naarmate je ouder wordt, gaat je mentale flexibiliteit namelijk omlaag. Ons idee is dat ouderen daarvoor kunnen compenseren door dit soort spelletjes te spelen.’
Dat is bij uitstek een groep die niet meteen zit te wachten op superagressieve spellen waarbij je met kettingzagen en vlammenwerpers aan de gang gaat…
‘Het perspectief waarbij je door de ogen van de hoofdpersoon kijkt, lijkt veel uit te maken. Of dat ook geldt voor de hoge dosis geweld, willen we gaan onderzoeken. Misschien dat het speelsere Super Mario Galaxy ook werkt.
‘In de media en politiek is er veel aandacht voor de negatieve effecten van computerspelletjes. Ik denk niet dat mensen door dit soort games echt gewelddadiger worden; het is eerder zo dat mensen hun woede kwijt kunnen door te spelen. Ja, de daders van grote schietpartijen op scholen speelden schietspellen, maar dat doet bijna iedereen. Als spellen echt zo slecht waren, zouden anderen ook een schietpartij zijn begonnen. In dit onderzoek wilden we laten zien dat computerspellen ook positieve effecten hebben.’
Computerspellen zijn de grootste tak van de entertainmentindustrie, en er gaan miljarden in om. Investeren de makers veel geld in dit soort onderzoek?
‘Ik heb geen geld gekregen van Nintendo of hun concurrenten. Ik zou dat ook niet snel aannemen, want dan kan ik mijn resultaten moeilijker publiceren. Als ik positieve effecten vind, denken de bladen dat ik beïnvloed ben door mijn sponsor, en als ik negatieve gevolgen vind, wil mijn geldschieter niet dat ik die openbaar maak.’